Reizen zonder verzekering

De zon is het probleem niet

Daniël Rovers

Verre reizen staan allang niet meer gelijk aan grote avonturen. Daniël Rovers (1975) weet daar alles van. In zijn verzameling reisverhalen De zon is het probleem niet herinnert de schrijver zich een reis naar Australië die hij als twintiger maakte. Hij komt terecht in het uitgestorven gehucht Childers, waar hij aan de slag gaat als augurkenplukker. Wanneer Rovers ’s avonds op de veranda van zijn hostel zit, vergezeld door een andere reiziger uit Nederland, is hij teleurgesteld:

Jongens als Taco en ik, we meenden van de gebaande paden af te wijken, maar maakten ondertussen tegen betaling van goed bewegwijzerde en geoutilleerde routes en faciliteiten gebruik. Zonder dat we het konden toegeven, waren we met zijn allen bezig aan een gecommercialiseerde schoolreis.

Deze desillusie moet de Nederlandse filosoof Ruud Welten bekend in de oren klinken. In 2013 publiceerde hij een ‘filosofie van het toerisme’, Het ware leven is elders. Daarin stelt Welten dat voor de moderne toerist reizen voorgoed van rafelrandjes en verrassingen is ontdaan.

Avonturen vragen erom zich te verhouden tot onbekende situaties. Voor de moderne toerist zijn onbekende situaties toegestaan binnen de comfort zone. Tegen echte avonturen heeft de toerist een reisverzekering afgesloten.

De moderne toerist reist de hele wereld over, maar in plaats van het vreemde en het andere te ontmoeten, schudt hij voortdurend het bekende de hand. Dit komt enerzijds door de blik van de toerist. Die ziet de wereld als een verzameling mooie plaatjes die hij stuk voor stuk moet afvinken. Hij zoekt wat hij al kent: de Eiffeltoren, de Brooklyn Bridge, het Krugerpark. Anderzijds vormt de wereld zich ook naar de blik van de toerist. Zelfs de meest onbegaanbare plekken worden omgetoverd tot toeristenoorden, waar bezoekers de illusie van authenticiteit krijgen aangeboden, maar waar in werkelijkheid alles in het werk wordt gesteld om de vakantieganger te behagen.

Reizen is routine geworden, meent Welten, en daarom heeft ook de reisliteratuur volgens hem weinig nieuws te bieden. In Onder vreemden (2014), het vervolg op Het ware leven is elders, schrijft hij:

In onze huidige wereld heeft reisliteratuur zijn onthullende functie grotendeels verloren. In plaats daarvan staat het in het teken van nostalgie naar een wereld waarin het reizen ons nog werkelijk doelbewust van onszelf vervreemdde.

Omdat alles al is gedaan, zit er volgens Welten weinig anders op dan ‘het nog eens overdoen van een reis die werd gemaakt in tijden waarin reizen nog geassocieerd werd met ontdekking, avontuur, vorming of verwondering.’ Welten noemt Reizen zonder John (2012) van Geert Mak, waarin hij in de sporen treedt van John Steinbecks Travels with Charley (1962). Maar we kunnen ook denken aan Redmond O´Hanlon, die de reizen van een aantal grote ontdekkingsreizigers heeft overgedaan.

Weltens bespiegelingen werpen de vraag op wat de reisverhalen van Rovers ons te bieden hebben. Kan een bundel reisverhalen anno 2014 nog nieuwe inzichten opleveren? Een ding is zeker: ook na zijn teleurstellende ervaring in Australië is Rovers blijven reizen. Iets is hem blijven bewegen, letterlijk en figuurlijk. Maar wat drijft Rovers nu precies?

In De zon is het probleem niet staan acht reisverhalen. Naast Dakar, Lampedusa, Shanghai, Basel en Pristina heeft Rovers ook drie reisdoelen binnen Nederland opgenomen. Zo reist hij af naar Someren-Eind, gaat hij peren plukken in Zeeland en kampeert hij op het Beursplein in Amsterdam, samen met Occupy-demonstranten. Je hoeft volgens Rovers dus geen duizenden kilometers te overbruggen om ‘werkelijk’ te reizen. Een reis kan ook om de hoek liggen, naast de eigen voordeur.

Kenmerkend voor De zon is het probleem niet zijn de gedetailleerde beschrijvingen. Een mooi voorbeeld hiervan vormt de opening van het verhaal ‘Doggy Daycare in Pristina.’ Rovers beschrijft hier het uitzicht van vier hoog op het stadspark van Pristina.

De jongen en het meisje zitten daar stilletjes te kijken naar de sporen in het modderpad en de harsdruppels op de dennenboomstammen, en fluisteren over al die zaken waarover je fluistert als je verliefd bent of begint te worden. Tussen hun trui en broek wordt soms een hemd of een glimp onderrug zichtbaar, maar nooit het katoen van een onderbroekrand.

Rovers schrijft in dit fragment vanuit het perspectief van Boog, de hond van een vriend die hij in Pristina bezoekt. Een veelzeggende keuze. Je zou kunnen zeggen dat Rovers tijdens zijn reizen probeert waar te nemen als Boog. Dat wil zeggen: zonder voorgevormde beelden in zijn hoofd. Honden lezen immers geen reisgidsen, hebben plekken niet eerder op film gezien en kennen geen lijstjes met daarop duizend dingen die je gezien moet hebben voordat je sterft.

Rovers draagt als reiziger natuurlijk wel prefab-beelden met zich mee, maar hij probeert die zoveel mogelijk los te laten en te vervangen door eigen observaties. Wanneer hij aankomt in Peking, schrijft hij in ‘Het rode wonder’:

Wat ik zag kwam niet onverwachts en desondanks leverde de kennismaking met Peking een schok op: dat wat tot nog toe louter beeld was geweest, bleek daadwerkelijk te bestaan. Die ervaring was de ervaring van een verschil, en kon met geen mogelijkheid worden vastgelegd op foto of film, want daarmee zou het moment van herkenning van het onbekende ongedaan zijn gemaakt en uitgevlakt. Het was allemaal onwerkelijk echt; onwerkelijk is de wereld op de zeldzame momenten dat je echt iets ziet.

Hij wil geen foto maken. Fotograferen is voor hem niets anders dan het bevestigen (‘klik’) van het bekende. In plaats daarvan wil hij het onbekende ervaren, en dat doet hij niet alleen door zijn reisverwachtingen bij te stellen, maar ook door de toeristische drang te weerstaan om de wereld vast te leggen in omkaderde beelden. Rovers reist niet om de wereld keurig ingelijst mee naar huis te nemen en veilig in een fotoalbum op te bergen. Hij reist voor ‘de ervaring van een verschil’, wil het andere de hand schudden en niet het overbekende.

Rovers wil niet zozeer andere plaatsen en mooie plekjes zien. De schrijver lijkt vooral geïnteresseerd in de ontmoetingen met andere mensen en hun verhalen. Hij wil geen andere plekken, maar andere levens zien. In Het ware leven is elders vertelt Welten hoe de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau al een onderscheid maakte tussen reizen om andere plekken te zien en reizen om andere mensen te zien. Welten:

In het moderne toerisme is dit verschil van belang: de toerist komt vaak vooral om de beroemde en mooie plaatsen te bezichtigen. De inwoners zijn een soort van aanhangsel. Ze worden net als de gebouwen tot objecten en we verwachten dat ze er even ‘authentiek’ uitzien en zich ernaar gedragen.

Bij Rovers zijn mensen zeker geen aanhangsel. Zij zijn juist degenen die een plek van betekenis voorzien. Hun verhalen vormen het noodzakelijke tegengif om de voorgevormde beelden en aangekoekte clichés die bij het reizen horen onschadelijk te maken.

Dit komt goed naar voren in het verhaal ‘De plukkers’, waarin Rovers beschrijft hoe hij dagenlang peren plukt in Zeeland. ‘Kom je Zeeland binnen via Zuid-Beverland, dan zie je vanaf Rilland aan de andere kant van de ruit boomgaarden zo ver het oog reikt, en dat uitzicht houdt aan tot voorbij Goes en het pittoreske ringdrop ’s-Heer Arendskerke.’ Rovers schetst hier het beeld van een geruststellend, nostalgisch Hollands landschap. Dat beeld houdt niet lang stand. ‘Anders wordt het wanneer je er middenin staat en als plukker de kilometerslange rijen op het land van fruitteler Ward in de buurt van Kapelle tak voor tak en boom voor boom moet aflopen.’ Tussen de perenbomen bevindt zich een samenleving in het klein. Met de zwijgzame fruitteler Ward, de gepensioneerde grondwerker Ab, de gemakzuchtige Louw, de drieëntachtig jarige Gustaf en zes Polen die zich helemaal uit de naad werken. Van hen en andere plukkers hoort Rovers allerlei verhalen. Bijvoorbeeld over twee Soedanese plukkers, die dachten dat ze gebombardeerd werden toen het hagelkanon van de buren afging en van schrik nooit meer terugkwamen. En hij ziet wat lijden en geluk betekenen tussen de perenbomen: ‘Op de voorlaatste dag zie ik de robuuste Ab huilen van geluk als het hem na drie minuten eindelijk lukt over te geven nadat hij per ongeluk een oorwurm heeft ingeslikt.’ In de boomgaard van Ward plukt Rovers vooral andere mensenlevens. Oprecht geïnteresseerd, invoelend, zonder effectbejag.

Het allermooiste verhaal uit de bundel is toch wel ‘Reis naar Someren-Eind’. Dit kleine Noord-Brabantse dorp ligt in een regio die in 2010 door NRC werd betiteld als ‘Wildersland’, schrijft Rovers. Traditioneel gezien is het katholieke zuiden CDA-groen, maar deze politieke partij heeft het de laatste tijd moeilijk en ziet de PVV snel groeien. Reden voor NRC om in 2010 deze politieke omslag te duiden via een waslijst aan experts, die volgens Rovers allemaal met verklaringen kwamen ‘waarvoor je niet noodzakelijkerwijs het redactielokaal hoeft te verlaten om ze op te schrijven.’ Denk aan de geijkte stokpaardjes: afbrokkelend geloof, wantrouwen in de politiek, globalisering.

Rovers gaat in Someren-Eind op bezoek bij Tiny, ‘gescheiden moeder van drie dochters, die afgelopen zomer naar Antalya op vakantie is geweest en als hobby’s fietsen, dansen, koorzang en bridge heeft én, sinds ze bij de Senioren Computerclub voor Asten en Someren een cursus Internet & e-mail volgt, Google Streetview.’ Uiterst nauwkeurig tekent Rovers haar levensverhaal op, een verhaal zo alledaags als een Hema-tafelkleedje, waarin elke vlek de afdruk is van een kleine lijdensweg of een dito overwinning. Zoals de eerste keer dat ze een stijldansavond bezocht, na haar scheiding: ‘Ze danste met acht verschillende mannen en ze merkte dat anderen haar nog wél leuk vonden en dat ze naar haar keken als ze over de dansvloer naar de stoelen liep.’

Elke zaterdagavond bezoekt Tiny de mis in de kerk. Maar ze stemt, verrassend genoeg, Partij voor de Dieren. ‘Heeft haar stemgedrag dan toch een diepere laag, kunnen we het verklaren aan de hand van de regionale context, de provincie Brabant, de leegloop van de katholieke Kerk […]?’ vraagt Rovers zich op het eind van het verhaal af. Het antwoord is ontnuchterend eenvoudig: nee. ‘Tiny stemt PvdD omdat haar oudste dochter zich actief inzet voor de partij. Zelf geeft ze niet bijzonder veel om politiek, noch om dieren.’

Je kunt Tiny vanuit allerlei kaders bekijken, lijkt Rovers te zeggen, maar dan zul je haar nooit kunnen doorgronden. De enige manier om Tiny te zien is door bij haar aan tafel te schuiven en thee met haar te drinken. Door verder te kijken dan het beeld dat de media je voorschotelt. Rovers is iemand die geen genoegen neemt met hoe de wereld in grote lijnen voor hem wordt uiteengezet. Die grote lijnen zeggen hem niets en hij weigert ze als leidraad voor zijn reizen te gebruiken.

Het avontuur schuilt bij Rovers in de details. Dat is het verschil tussen de jonge Rovers die naar Australië reisde en de latere Rovers. De latere weet inmiddels dat avontuur niet draait om het aantal afgelegde kilometers. Of om het verzamelen van zoveel mogelijk fotomomenten. Je kunt de halve wereld oversteken alleen maar om je eigen achtertuin terug te vinden. Maar je kunt ook een hele wereld ontdekken in een dorp als Someren-Eind.

De zon is het probleem niet is, kortom, een prachtige reisverhalenbundel van een scherp observator. Tegelijkertijd bevat het een hoopvolle boodschap. Reizen kan nog altijd een groot avontuur zijn. Zelfs in onze door en door toeristische tijden. Het enige wat je hoeft te doen is je oren en ogen openen. Jezelf achterlaten en de ander binnenlaten. Reizen, dat is bij Rovers eerst en vooral afstand nemen van de voorgevormde, toeristische blik. Dan kan zelfs thee drinken met een gescheiden Brabantse vrouw die dol is op het doornemen van reclamefolders al een beleving zijn. Slechts een half uurtje rijden en je bent er. Daar heb je helemaal geen reisverzekering voor nodig.

Links

Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2014
ISBN 9789028425712
288p.

Geplaatst op 01/11/2014

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.