Proza, Recensies

Terug naar het eiland

Dennie is een star

Maartje Wortel

Maartje Wortel (1982) staat bekend om haar eigenzinnige verhalen en dwarse verteltechniek. De korte verhalen uit haar debuut Dit is jouw huis (2009) vielen op door de eigenaardige premissen, zoals een onbekend kind dat om onduidelijke reden in iemands achtertuin staat. De romans Half mens (2011) en IJstijd (2014) zijn haar meest vormvaste werken, intrigerende plots – taxichauffeur rijdt meisje aan (Half mens), man komt niet uit hotelkamer (IJstijd) – met een relatief rechtlijnige vertelstructuur. Vanaf de verhalenbundel Er moet iets gebeuren (2015) wordt de toon van Wortel steeds eigenwijzer, wat niet bij alle critici in even goede aarde viel, maar wel bij mij. Die toon dreef ze vervolgens enorm op de spits in haar vormexperiment Goudvissen en beton (2016). Tien jaar na haar debuut is ze nu terug met Dennie is een star, dat qua genre laveert tussen roman, essay en dagboek.

 

De nieuwe Wortel gaat over een kat die dezelfde naam draagt als een van de katten van instagrammer en youtuber Lize Korpershoek: Dennie. De vrienden van ik-verteller Ted vinden dat maar niks:

Ze stuurden me sms’jes waarin stond: I love Dennie already. En toen er een instagramberoemdheid was die haar kat ook Dennie noemde ontving ik mailtjes en brieven en berichten van iedereen. Ze schreven: Waar denkt die griet (de instagramberoemdheid) dat ze mee bezig is? Er is maar één Dennie.

Dennie wordt vereerd als een god door Ted en haar vrienden (‘het geloof had zich verspreid’), waarvan de meeste op zoek zijn ‘naar een verbindende factor voor de mensen, iets hogers, iets groters’. Wat die ‘instagramberoemdheid’ doet is in de ogen van Dennies volgelingen je reinste blasfemie, vergelijkbaar met je pasgeborene Jezus Christus noemen.

Deze Dennie-verering is het centrale uitgangspunt van Dennie is een star. Er is een plot, maar die doet er eigenlijk niet toe. De ik-verteller en hoofdpersonage Ted wordt verliefd op een reeks verschillende vrouwen (Daan, Suki, Katharina, Marina), ze reist met haar vrienden naar de Oostzee voor een feest waarna ze doorreizen naar de Waddenzee, Ted schrijft een aantal brieven aan Suki – dat was het. Ted is vooral veel aan het contempleren over abstracte zaken als het heelal, tijd en geloof. Een echte rode draad is afwezig, alleen Dennie houdt het verhaal enigszins bij elkaar.

 

Detours

Die omwegen en zijpaadjes die Ted inslaat worden tot thema verheven. Ted is er het mens niet naar om to the point te komen of knopen door te hakken. In de liefde wil het daarom niet zo vlotten, een duurzame verbinding met een ander aangaan is niet voor haar weggelegd. Ze schrijft liever brieven om de echte keuzes uit de weg te gaan, zoals aan Suki:

Ik schreef aan Suki wat Nick Cave had gezegd. Nadat ze de brief ontvangen had, stuurde ze me een sms. Ze schreef: Ik heb, behalve aan het briefpapier dat nog een beetje naar jouw huis ruikt, niets aan een brief over Nick Cave en zijn dode zoon. Wat wil je daar nou eigenlijk mee zeggen? Je hebt je er weer eens gemakkelijk van afgemaakt.

Anders dan Ted, is Suki wel op zoek naar vastigheid, coherentie, een rode draad. De reacties van Suki op Ted lijken op de reacties die lezers zouden kunnen hebben op Dennie is een star.  ‘Wat wil je daar nou eigenlijk mee zeggen?’: wie zich mee laat voeren in de vele detours van Wortel moet zich dat vroeg of laat gaan afvragen. Wortel beoefent de kunst van de divagatie, de uitweiding, een techniek die we eerder zagen in de essaybundel Vroege werken van collega Das Mag auteur Jan Postma. Haar hoogst associatieve stijl draagt daar enorm aan bij, zoals geïllustreerd wordt door onderstaande gesprek tussen Ted en ‘de vrouw met de aquarelogen’:

Het is typisch menselijk, zei de vrouw met de aquarelogen.

Wat? vroeg ik.

Om te knoeien, met tijd en realiteit.

Ik dacht aan knoeien en zag kleuren voor me die door elkaar heen liepen als
een uitgewreven vlek en dat was precies zoals ik me al tijden voelde.

De gedachtesprongen die Ted maakt zien we live gebeuren (‘Ik dacht aan knoeien …’). Soms is het duidelijk hoe de associaties van Ted zich tot elkaar verhouden, soms gaat het flink van de hak op de tak, zoals in de brief die Ted aan Suki stuurt: ‘Ik hoorde Nick Cave nogal intens zingen en liet mijn pen op het papier rusten en ik dacht door die Ierse klif aan zijn zoon, die dood is omdat hij van een klif is gevallen – in Engeland’.

Wie op zoek is naar een helder verhaal is bij Wortel niet aan het juiste adres. Enerzijds is dat te prijzen: Wortel claimt niet de waarheid in pacht te hebben, maar maakt ons deelgenoot van haar eindeloze intellectuele en spirituele omzwervingen. Daar schuilt een aangename bescheidenheid in die bij andere schrijvers wel eens ontbreekt. Anderzijds komen sommige van die omzwervingen soms wel erg willekeurig over. Zoals Suki zou zeggen: ‘Ik heb […] niets aan een brief over Nick Cave en zijn dode zoon’. Klopt het wat Suki zegt en heeft Wortel het zich ‘er weer eens gemakkelijk van afgemaakt’?

 

Non-lineariteit

Alles behalve. In isolatie lijken Wortels uitweidingen willekeurige aaneenschakelingen, maar uiteindelijk staan ze in dienst van een overkoepelende reflectie op de tijd. Vooral met het idee van non-lineariteit wordt gespeeld. Om bij de briefwisseling tussen Ted en Suki over Nick Cave te blijven:

Dus de zoon van Nick Cave (en natuurlijk ook de zoon van zijn vrouw) ging dood en daarna maakte Nick een plaat en hij werd gefilmd terwijl hij die liedjes aan het opnemen is en hij zegt dat hij plotseling de tijd begrijpt. En dat de tijd, zoals wij die kennen en zoals wij hem indelen, eigenlijk niet bestaat, omdat wij geneigd zijn de tijd te zien als een narratief. De tijd kan niet lineair zijn, die gaat de diepte in. ‘All things are happening all the time. All past, present and future is happening right now. Time is elastic. I don’t believe in narrative anymore. Time is compressive; events are stuck upon other events.’

Mensen zijn geneigd om de wereld om hun heen op te delen in de behapbare tijdseenheden van verleden, heden en toekomst. Daarmee creëren we een narratief, we weven een draad een bepaalde richting uit, ergens begint en ergens eindigt die draad. Maar misschien werkt tijd niet zo, misschien gaat tijd juist ‘de diepte in’, zoals Ted beweert. Een boeddhistische notie: er is geen verleden, heden en toekomst, maar enkel een eindeloos heden waarin alles simultaan plaatsvindt. Denk aan Siddhartha uit de gelijknamige roman van Hermann Hesse uit 1922, die dit inzicht vergaart door goed te luisteren naar een rivier. Of denk aan acteur Matthew McConaughey uit HBO-serie True Detective, die de onsterfelijke woorden ‘Time is a flat circle’ uitspreekt.

Lezers zijn ook gewend aan een narratief die een richting opgaat, een rode draad die de verschillende passages structureert en met elkaar in verband plaatst. Het associatieve, divagerende karakter van Dennie is een star bemoeilijkt dat. Er is weliswaar een begin en een einde, een eerste en een laatste bladzijde, maar de afwezigheid van een sterk plot zorgt dat er weinig sturing in het verhaal zit. Toch is de vertelstructuur zelf niet non-lineair: Ted maakt een spirituele ontwikkeling door en is aan het einde iemand anders dan aan het begin. Het zou nog radicaler, en doordringender, zijn geweest als Wortel die non-lineariteit ook in de compositie van de roman tot uiting had laten komen, zoals Niña Weijers bijvoorbeeld doet in De consequenties (2014) wanneer ze het verhaal in het midden opeens opnieuw lijkt te beginnen. Dat zou in dit geval geresulteerd hebben in nog minder rode draad en eventueel nog meer verwarring bij de lezer. Voor de lezer die graag een beetje bij de hand genomen wordt is die lineaire vertelstructuur daarom wel zo aangenaam.

 

Het eiland

De metafoor van het eiland speelde een centrale rol in Wortels roman IJstijd (2014). Hoofdpersonage James Dillard koopt een eiland om niet deel te hoeven nemen aan de maatschappij. Het eiland staat in die roman symbool voor isolationisme, de neiging om te willen verdwijnen uit het leven, jezelf op en af te sluiten. Dat is een terugkerend motief in de hedendaagse Nederlandse letteren, waar ik eerder hier en hier over schreef. Ook in Dennie is een star is er sprake van een eiland, maar het is de vraag in hoeverre de personages in dit boek op zoek zijn naar onthechting zoals James Dillard.

Ted en haar vrienden brengen Dennie naar Terschelling om daar een soort ritueel in de Waddenzee uit te voeren:

Ik hield hem aan zijn nekvel vast en liet hem zes keer zakken in de zee. Dennie vond het niet bepaald leuk, maar het zag er prachtig uit. Hij was nog maar een paar maanden oud en hij zag eruit als een verzopen katje. Door zijn natte vacht leek hij veel kleiner en magerder. Elise en ik moesten een beetje huilen, want precies zoals Dennie er nu uitzag voelden wij ons al heel lang en pas nu voelde het alsof dat betekenis ging dragen.

Wordt Dennie hier gedoopt? De religieuze associatie is in ieder geval geactiveerd. Interessant is dat Ted en Elise zich spiegelen aan Dennie: ‘Elise en ik moesten een beetje huilen, want precies zoals Dennie er nu uitzag voelden wij ons al heel lang en pas nu voelde het alsof dat betekenis ging dragen.’ Dennie wordt aanbeden als een god en net als bij ieder ander geloof vindt men troost bij hem.

Maar waarom laat Wortel dit religieuze ritueel plaatsvinden op een eiland? Anders dan in IJstijd is het eiland hier geen plaats waar de wereld wordt buitengesloten. Ted gaat niet alleen naar Terschelling, maar is onderdeel van een groep die op zoek is naar gedeelde waarden. Geen verlangen naar isolatie, maar naar een gemeenschapsgevoel. Ted is actief op zoek naar vaste grond, een antwoord op complexe vragen. Die grond en dat antwoord vindt ze op Terschelling in Dennie: ‘ik geloofde dat Dennie zelf met het antwoord zou komen. Dat hij daarom was uitgegroeid tot een geloof, want wachten op een antwoord van je god is de definitie van een geloof’.

Het eiland fungeert hier eerder als een plaats van transitie, waar oude onzekerheden achtergelaten en nieuwe waarheden omarmd worden. Het is overduidelijk dat Ted bindingsangst heeft, dat ze zich niet kan hechten. Maar zwelgen in haar onthechting of verdwijnen uit de maatschappij, zoals James Dillard in  IJstijd, doet ze niet. Aan het einde van het boek lijkt ze het gapende gat in haar ziel gevuld te hebben. Wanneer Dennie sterft blijft Ted in hem geloven. En niet alleen Ted, Dennie blijft een profeet en een god voor meerdere mensen:

We beloofden elkaar in mijn slaapkamer, waar ik met al mijn liefdes had geslapen, met Dennie aan het voeteneind, dat we in hem zouden blijven geloven; het was, los van elkaar en een handvol verhalen, alles wat we hadden.

Er is een Dennie-community ontstaan. Er is een antwoord gevonden. Er is een leegte gevuld. Met die conclusie slaat Wortel duidelijk een nieuwe richting in; ze gaat voorbij het typische millennialpersonage dat bezwijkt onder de eigen navelstaarderij. James Dillard is passé, Dennie heeft de toekomst.

Das Mag, Amsterdam, 2019

Geplaatst op 03/06/2019

Tags: Dennie is een star, Herman Hesse, Instagram, kat, Lineariteit, Maartje Wortel, Millennial, Narratologie, Nick Cave, Roel Smeets, Siddhartha, Tijd, True Detective

Categorie: Proza, Recensies

Deel:

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.