Recensies, roman

In gevecht met het water

Zee Nu

Eva Meijer

Torenhoge golven, snel verplaatsende warmte- en koudefronten, een extreme stijging van de zeespiegel – over wat de aarde precies te wachten staat op het gebied van klimaatverandering zijn we als mensheid nog steeds niet uit. In de hedendaags cinema wordt veel aandacht besteed aan het uitdenken van de doemscenario’s en ook in de hedendaagse literatuur is daar ruimte voor, in het Nederlands taalgebied bijvoorbeeld in Lieke Marsmans Het tegenovergestelde van een mens (2017), Maartje Smits’ Hoe ik een bos begon in mijn badkamer (2017) en KliFi. Woede in de republiek Nederland van Adriaan van Dis (2021). Inmiddels zijn online meerdere overzichten te vinden van de grote hoeveelheid fictie die op dit gebied is gepubliceerd, evenals analyses van wat de literatuur met betrekking tot dit onderwerp vermag.

Waar films die klimaatapocalyps vooral in beeld brengen als een verwoestende natuurkracht, schotelen romans en poëziebundels ons vaak een kalmer en geleidelijker beeld voor, met meer ruimte voor overpeinzingen over wat deze veranderingen voor ons menszijn betekenen. De klimaatverschuivingen krijgen in fictie opvallend vaak de vorm van stijgend water. Zo ook in Eva Meijers nieuwste roman, Zee Nu (2022). In het Nederland van de nabije toekomst voltrekt zich een sluipende ramp: elke dag komt de zee een kilometer verder het land in. Eb en vloed bestaan niet meer: er is alleen nog maar het stijgende tij.

Geen paniek

Aanvankelijk reageert de politiek weinig gealarmeerd: laten we het eerst maar eens aankijken, is de reactie, er mogelijk een onderzoekje op loslaten, maar er is zeker geen reden tot paniek. In de schets van de politieke figuren die hierin de hoofdrol spelen, zijn premier Mark Rutte en voormalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge gemakkelijk te herkennen: de minister-president wordt traditiegetrouw neergezet als ‘een man zonder visie’ en De Jonge wordt zelfs bij naam genoemd. Naar het antwoord op de vraag in hoeverre we Zee Nu langs de lat van de werkelijkheid moeten leggen, hoeven we niet lang te zoeken.

Ook de overeenkomsten met de coronacrisis zijn moeilijk te missen. Er worden persconferenties ingelast waarin de minister-president het volk geruststellend kan toespreken. De koning vlucht al snel naar zijn vakantiehuis in Mozambique, tot onvrede van de bevolking. En natuurlijk zijn er, net als in de coronapandemie, angstigen, opblazers en ontkenners. Er loopt in Zee Nu zelfs ene Willem (zei iemand Engel?) rond, een Amsterdammer met een marktkraam die het volk ervan probeert te overtuigen dat het met die waterschade allemaal wel meevalt.

Het valt niet mee, blijkt naarmate de tijd steeds verder verstrijkt. Stad na stad wordt langzaam opgeslokt. Het land wordt geëvacueerd. Sommige burgers weigeren te vertrekken; zij vinden de dood. En intussen plukt de commercie de vruchten van de angst van het volk: Meijer heeft de tekst van Zee Nu doorspekt met Action-aanbiedingen, voor speciale maaltijdcapsules of kits waarmee je je overleden huisdier een waardig levenseinde kunt geven. Je zou er bijna om lachen als het niet zo droevig was.

Intussen gaat het zoeken naar een oorzaak van de plotselinge stijging van de zeewaterspiegel gestaag door. Onderzoekers komen er maar niet achter. De golf lijkt te worden veroorzaakt door veranderende warmte- en koudefronten als gevolg van een in het noordpoolwater gezakte ijsschots. Het lijkt een heel lokaal probleem: de kustlijnen van aangrenzende landen als België en Duitsland, die gul te hulp schieten bij het opvangen van Nederlanders, hebben nergens last van. Best interessant, aangezien je zou denken dat Moeder Natuur zich weinig aantrekt van door de mens in het leven geroepen landsgrenzen. Wil Meijer ons hiermee vertellen dat specifiek Nederland – toch een van de bravere jongetjes van de klas op klimaatgebied – een zekere toorn over zichzelf heeft afgeroepen?

Feitelijke verteller

In het geval van Zee Nu gaat het niet zozeer om de natuurkundige oorzaak van het probleem. Het gaat om de menselijke vlucht voor het water en de onenigheid tussen de stemmen die allemaal hetzelfde beleven, maar die werkelijkheid heel verschillend zien. Neem bijvoorbeeld de aanhangers van de actiegroep Zee Nu, die ervan overtuigd zijn dat deze vloedgolf een manier van de natuur is om aandacht te vragen voor wat wij haar als mensen allemaal aandoen. Zij houden zich vooral bezig met de impact die deze overstroming heeft op het dierenrijk: dieren kunnen geen evacuatieplan opzetten, ze kunnen alleen vluchten, in de hoop dat ze de ramp overleven.

Meijer werkt de consequenties van de komst van het zeewater nauwgezet uit. De scholen sluiten langzaam maar zeker, de treinen stoppen met rijden. Maar ook op een subtieler niveau heeft ze het veranderende decor van haar verhaal goed doordacht. Wat is geld bijvoorbeeld nog waard in een land dat in haar geheel onder water dreigt te lopen? Ze brengt gedachten als deze via de stem van een feitelijke verteller, die zonder veel poespas uit de doeken doet wat de consequenties van het stijgende waterpeil zijn. Het is nu eenmaal wat het is, lijkt die vertelstem ons voor te houden.

Tussen al deze passages door doet Meijer in korte, gecursiveerde stukken een poging de veelvormigheid van de zee een plek in de roman te geven. Bijvoorbeeld:

De zee als hoeder van gevoel:

Als je sterft blijft er geen ziel over en geen geest maar soms wel gevoel. Een liefde die je nooit bekende maar die altijd bij je bleef. Een verlies waar je geen woorden aan kon geven en dat je nooit kon delen. Een voorgevoel dat opkwam en weer wegdreef. Een wens, zo ver en zo diep verstopt dat hij verdwenen leek. De zee ontfermt zich over al dat gevoel en bewaart het. 

In deze passages laat Meijer zich eindelijk van haar poëtische kant zien, waarbij ze woorden zoekt voor de taal die de natuur spreekt, en lading geeft aan de rol die de zee in onze levens speelt. Daarnaast vinden we tussen alle feitelijkheden over de verschuivende vloedlijn de telegramachtige, soms wat gebrekkig geschreven berichten van ene Murat aan zijn familie, in een thuisland ver weg dat geen last heeft van deze barre omstandigheden. Hij is hierheen gekomen om de kansen op een betere toekomst te verkennen, in de hoop dat de rest van zijn familie snel kan volgen – hoewel daar in de huidige nijpende situatie natuurlijk weinig mogelijkheden voor zijn. Hij blijft vooral geruststellend volhouden dat het met het gevaar allemaal wel meevalt: ‘Zee gaat maar door. Beetje rare situatie. Dijken zijn blijkbaar niet zo goed als ze dachten. […] Zeg mama dat we naar Duitsland gaan en dat ze alles overdrijven. Geef Zohra een kus tot snel.’

Zo krijgen verschillende soorten stemmen in Zee Nu het woord. Meijer kiest geen overduidelijke kant: natuurlijk is het hoogst onaangenaam als water het complete land overspoelt, maar ze wordt nergens activistisch – hoewel je in de keuze van de naam van de actiegroep als titel van het boek natuurlijk wel een teken zou kunnen lezen. We voelen vooral de kneuterigheid en het gebrek aan voorbereiding vanuit de politiek, zo herkenbaar dat die bijna op de lachspieren werkt. Deze droge vorm van humor past Meijer goed: zonder ogenschijnlijke moeite vermengt ze in haar verhaal details die ons allen bekend zullen voorkomen, van de verzoenende bewoordingen die in persconferenties worden gebruikt tot het soms opeens wat gebrekkige geheugen van Neerlands minister-president.

Genrevermenging

Meijer liet al eerder blijken fan te zijn van het gebruik van verschillende genres en vormen in één boek. Neem bijvoorbeeld haar roman Voorwaarts (2019), over een groep anarchisten die Parijs verlaat om nabij Luynes een commune op te richten. In dat verhaal vermengen scènes zich met brieven. En ook in dat werk speelde het milieuvraagstuk al een rol: deze commune heeft als doel om zoveel mogelijk in harmonie met de aarde te leven, hetgeen de leden proberen te bereiken door middel van nudisme, veganisme en gelijkheid tussen man en vrouw. Ook in de rest van Meijers oeuvre is de natuur nooit ver weg. Van Het vogelhuis (2019) tot Vuurduin. Aantekeningen bij een wereld die verdwijnt (2021), dat ze als essay bij de Maand van de Filosofie schreef, van Dierentalen (2016) tot De soldaat is een dolfijn (2017): de menselijke verplettering van de natuur in het algemeen en de dierenwereld in het bijzonder is een terugkerend thema in haar werk.

Het dichtst bij Zee Nu komt Meijers voorlaatste roman, De nieuwe rivier (2020) – een ‘hallucinante eco-detective’ in de woorden van uitgeverij Das Mag – waarin een dorp plotseling wordt doorkruist door een nieuwe waterstroom. Dorpsbewoners denken aan wraak van de oude goden, maar wetenschappers vermoeden eerder dat grootschalige boskap voor de lokale sojateelt de oorzaak is.

Apocalyps dichtbij

Waar het in De nieuwe rivier vooral ging om het oplossen van een raadsel, blijft dat aspect in Zee Nu meer op de achtergrond. We kijken vooral mee met de verschillende personages en hun zienswijzen – aanvankelijk vooral met de politici met hun onuitstaanbare terughoudendheid, later steeds meer met individuen die zich wel zorgen maken om het oprukkende zeewater. Zij dragen passende namen als Steen, Wilg en Wezel, en krijgen later in de roman een prominentere rol als ze in het overspoelde Nederland op zoek gaan naar hun dierbaren. Dobberend op een bootje zoeken ze naar aanknopingspunten die kunnen vertellen waar ze precies zijn. Alleen de punten van hoge gebouwen helpen hen verder. Ronddrijvende bezittingen geven blijk van de mensen die er ooit hebben gewoond; die vertrouwde situatie lijkt tegen die tijd, hoewel nog maar een paar weken geleden, al heel ver weg.

In Zee Nu werkt Meijer knap uit wat we ons tot nu toe nauwelijks kunnen voorstellen: dat er een moment komt dat de dijken het water daadwerkelijk niet meer kunnen tegenhouden, dat de zeespiegel dusdanig stijgt dat ons land volledig onder water komt te staan. Natuurlijk is dat al eerder gedaan, maar door het tot in detail doordenken van de consequenties ontstaat een wel heel levendige voorstelling van wat zo’n stijging van de zeespiegel voor ons als mensen zou betekenen. Op zo’n moment helpen de huidige voorzichtig ingestoken milieumaatregelen niet: dan is keiharde actie nodig die voorkomt dat Nederland binnen de kortste keren niet langer bestaat. Daarmee laat Meijer zien wat de kracht van literatuur is: het grote verhaal tot in de kleinste details uitwerken, en daarmee invoelbaar maken wat ver weg mag lijken, maar stiekem angstvallig dichtbij kan zijn. Wellicht kunnen boeken als deze ons nog driftiger aansporen in actie te komen: niet met cijfers, maar met de menselijke maat.

 

Een recensie van Zee Nu van Eva Meijer door Anne van den Dool.

Cossee, Amsterdam, 2022
ISBN 9789464520132
240p.

Geplaatst op 05/08/2022

Tags: Klimaat, Klimaatcrisis, klimaatliteratuur, Klimaatverandering

Categorie: Recensies, roman

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.