
De allerlaatste romanticus?
Harold van Dijk
Over De weldoener van P.F. Thomése
Contact, Amsterdam, 2010,
ISBN 9789025435431 / 296p.
(10) reactie(s) - geplaatst op 29-06-2011
De vijftigjarige componist Sierk Wolffensperger, hoofdpersoon van De Weldoener van P.F. Thomése, meent ingewijd te zijn in de ‘mysteries van het goede, ware en schone’, maar deze verheven kennis redt hem niet van een jammerlijke, door een wispelturige tiener bewerkstelligde ondergang. De weldoener zet ons een gedateerde componist voor die vervuld is van een hoogdravend, zo men wil humanistisch kunstideaal, een commerciële succescomponist die zijn tegenpool is, een schrijnend generatieconflict en een onverschillige samenleving die geen kunst nodig heeft om zich te vermaken. Zou een roman met deze ingrediënten niet iets te zeggen hebben over de fameuze ‘ontwaarding’ van de literatuur, waarover ophef ontstond na de verschijning van De revanche van de roman van Thomas Vaessens? De weldoener mag in het licht van deze ontwaarding dan herkenbare thema’s aanroeren, bij nader inzien is het allerminst zonneklaar wat de strekking is van de bijdrage die roman aan het debat zou leveren – voor zover over zo’n bijdrage gesproken zou kunnen worden bij een principieel dubbelzinnig genre als literatuur.
Een schrijver met meerdere gezichten
Vaessens schetst een beeld van een postmoderne cultuur waarin het lezen van literatuur,zijn glans heeft verloren. Ook voor wie geen lezer was vertegenwoordigde literaire kunst tot laat in de twintigste eeuw nog een hogere waarde, iets wat respect verdiende – omdat dat nu eenmaal zo was. Auteurs en critici koesterden het credo van de autonomie en zuiverheid van literaire kunst en van de artistieke en morele waarde van een verzameling literaire werken die alom aandacht en bewondering verdiende. Literatuur stond voor een hogere graad van vorming, voor een ontwikkeld, misschien wel beter mens-zijn. Nu constateert Vaessens niet alleen de teloorgang van dit humanistische cultuurideaal, hij kwalificeert het tevens als een achterhaalde ideologie. Postmoderne theorie, door haar relativisme weliswaar mede de oorzaak van een culturele impasse, heeft in zijn ogen overtuigend aangetoond dat de waarden in kwestie pretentie zijn en geen vanzelfsprekendheid hebben. Ze blijven niet overeind voor de kritische blik van poststructuralistische taaltheorie, ideologiekritiek of literatuursociologie. Literatuur dient zich daarom, wil zij nog toekomst hebben, te bevrijden uit haar ivoren toren en zich te engageren: minder literair, meer maatschappelijk ‘direct’.
De weldoener is volgens de achterflap een ‘liefdesroman’ en daar heeft hij op het eerste gezicht ook wel wat van weg. Nu is de liefde, en dan vooral de onmogelijke liefde, van oudsher een dankbaar vehikel voor een abstracter thema als het kunstenaarschap. De onbereikbaarheid van de geliefde is de brandstof van de verbeelding. Zo beleeft Sierk zijn meest gloedvolle momenten als hij zich niet in één ruimte bevindt met zijn tienergeliefde Beertje. Weliswaar vluchten ze samen, maar dat is allerminst een bewijs van een wederzijdse liefde. Beertje is in de eerste plaats een product van zijn verbeelding, een kunstwerk, zijn nieuwe creatieve onderneming die hem volledig in de greep krijgt nu van zijn reeds voltooide compositie ‘Duisternissen’ nog slechts de uitvoering rest. Dat werk is nu overgeleverd aan amateurs, moeizame koorrepetities en een miezerig publiek. De trivialiteit van de uitvoering en het dagelijks leven in het algemeen ervaart Sierk als een bedreiging voor het ware kunstenaarsgemoed. In het gunstigste geval slaagt hij erin zich voor de alledaagsheid af te sluiten of onverschillig te zijn. Zo kon het gebeuren dat hij zijn hemelse Beertje helemaal niet opmerkte als lid van het koor waarmee hij ‘Duisternissen’ repeteert. Want als koorlid was zij ‘een van de velen, een grijze gestalte uit de middenmoot, bouwstof voor het alledaagse, en niet het meisje dat door hem werd opgetild, dat ontwaakte in zijn almachtige armen. Zijn creatie.’ Kortom, het is minder de minnaar dan de kunstenaar Sierk die centraal staat in deze roman. Een weldoener zijn betekent hier de goedheid hebben om het onopgemerkte te verkiezen tot stof voor kunst en die uitverkiezing dankt het alleen aan de liefdevolle ontvankelijkheid van de kunstenaar.
Vanwege zijn reputatie van schrijver met meerdere gezichten vraagt de kritiek zich bij voorbaat bij een nieuw boek van Thomése af wélke Thomése zij zal tegenkomen. Het aardige is dat De weldoener de verhulling en de schijngestalte zelf aan de orde stelt, evenals de keerzijde ervan, namelijk het verlangen naar werkelijkheid en authenticiteit. ‘Weg met de personae, die maskerade van pseudo-identiteiten’, denkt Sierk als hij met zijn geliefde de bewoonde wereld wil ontvluchten. Ook in de vorige roman van Thomése, J. Kessels. The novel (2009), was die identiteitskwestie al prominent aanwezig. De grens tussen de schrijver Thomése en zijn personages vervaagtin deze fictionele geschiedenis , wat de roman tot een soort hand-van-Escher maakt: een zichzelf tekenende tekening, resultaat en wordingsproces in één.
Ook de verteller in De weldoener en zijn personage Sierk zijn beiden de demiurg van hun eigen kosmos, maar ze vallen niet samen. Als aan het slot de tot dan toe tamelijk volgzame Beertje zich losmaakt uit het verhaal van Sierk en zijn beeld niet langer houdbaar is, neemt de verteller de regie geheel over. Als vormgever van het geheel beschikt hij over het voorrecht van het slotakkoord en daarin komt de dramatische ironie tot een hoogtepunt. Sierk droomde er aan het begin van zijn avontuur van om in een radicale breuk met zijn burgerlijke bestaan ‘uit de vlammen te herrijzen als de mooie vogel die hij in wezen is’. Nu komt hij reddeloos en anoniem om in het vuur dat veroorzaakt is door zijn onverschillige ideaalmeisje
Het leven als kunstwerk
Welk kunstideaal wordt hier te gronde gericht? De held van De Weldoener is een romanticus, ‘onze allerlaatste romanticus’ zelfs, die met een ‘beethoviaanse kop’ en miskend door H*** loopt, een ‘figuur uit een andere eeuw’. Inderdaad is het niet moeilijk om beginselen van de negentiende-eeuwse romantische esthetica te herkennen in leven en werk van Sierk. In zijn vermetele voornemen om zijn leven als een kunstwerk op te vatten en esthetisch vorm te geven, zien we een verbeelding aan de macht die zich van de feiten maar betrekkelijk weinig aantrekt. Had de Franse Revolutie niet voor het eerst getoond dat de maatschappelijke orde geen natuurlijk gegeven was, maar door de mens zelf ter hand genomen kon worden? Je eigen geschiedenis als project: een zwaarwegende verantwoordelijkheid, maar ook voorzien van het aura van het artistieke pionierschap.
Zo is ook Sierks kunstenaarschap antiburgerlijk en gruwt hij van het nuttigheidsdenken dat in de ogen van de Romantici verantwoordelijk was voor de onttovering van de wereld. Zijn werken zijn in het ideale geval een zinvol, in zichzelf besloten systeem, zuiver en autonoom: ‘een gesloten wereld waar alles klopt en samenhangt. Het notenschrift kent zijn eigen ordening, ver van alle verwarring en betekenismisère’. Zijn blik houdt hij gericht op de horizon en daarachter. De oneindigheid is het oord waarnaar hij met Beertje op weg isals hij koers zet naar het Zwitserse hooggebergte, ‘dramatisch decor voor ontstijgers en ontstegenen’ Evenals J. Kessel. The novel is De weldoener deels als roadnovel de belichaming van het romantische reismotief, waarin het draait om de ‘onverhoopte terugkeer naar de vergeten domeinen van het nooit bereikte leven’.
Het chalet in dat sublieme hooggebergte blijkt echter onderdeel te zijn van een skigebied en vakantiepark, even banaal als de binnenstad van H*** of de nieuwe wijken die Sierks componeerhutje belagen. Wat een hoogtepunt had moeten zijn, is een dood spoor.
Welk beeld krijgen we intussen van die andere componist, die we in de zijlijn zijn tegengekomen? Deze Lou Wehry, in zijn succes de omgekeerde Sierk, is evenzeer een romanticus die van zijn leven een kunstwerk maakt, maar dan door het publiek naar zijn pijpen te laten dansen en zich te conformeren aan het beeld dat het publiek van een componist heeft. Misschien weerspiegelt dit paar wel ambivalenties van Thomése zelf, wiens pleidooi voor (klassieke) literaire waarden en auteursautonomie het schrijven van parodistische en amusante romans niet in de weg staat.
Maar al met al lijkt Wehry toch weinig meer dan een cynicus. Het beklemmende van de roman is dat er geen geloofwaardig alternatief is voor het romantische kunstenaarsideaal dat in het lot van Wolffensperger het onderspit delft – anders dan in termen van een survival of the fittest. De Franse Revolutie, om terug te komen op de wortels van de Romantiek, had de mens niet alleen opgezadeld met de twijfelachtige verantwoordelijkheid voor zijn eigen geschiedenis, ook de volksmassa werd nu gemobiliseerd en kwam haar deel uit de ruif opeisen. Wanneer we De weldoener als een dialoog met ‘een andere eeuw’ beschouwen, laat de roman zien dat de onvermijdelijke democratisering van de samenleving een nogal ongure uitkomst heeft gekregen, afgaande op het beeld dat Thomése schetst van de bewoners van de ‘postindividualistische consumentenhel’ en hun succesartiesten.
Het enkelspoor van de binaire begrippen
De kunstopvatting van Sierk is unzeitgemäss, behoort kennelijk tot de geschiedenis. Door zijn ondergang en het beeld dat we van de massasamenleving krijgen, lijkt de romanwereld van De weldoener geen plaats meer te bieden aan de klassieke en verheven opvatting over kunst. De ontwaarding van de literatuur in een postmoderne cultuur en de achterhaaldheid van een wereldvreemd humanistisch kunstideaal – we kunnen ons ook na lezing van De weldoener iets voorstellen bij het beeld dat Vaessens schetst van onze culturele situatie.
Of ligt de zaak gecompliceerder? De paradox van de roman is dat deze zelf in een beslissend opzicht de belichaming is van de kunstopvatting die de naïeve Sierk fataal wordt. Ook voor De weldoener is het nodig om ‘de laatste bladzijde’ te kennen teneinde ‘de betekenissen met terugwerkende kracht’ te ontdekken, zoals Sierk die in het kunstwerk van zijn leven wil vinden, ook al is ‘verdwalen’ in de ‘compositie’ niet uitgesloten en geldt het adagium ‘iets is niet wat het is’. De Weldoener maakt aanspraak op de status van een ‘autonome’ roman, conform een goed deel van de kwalificaties die Sierk gebruikt voor zijn kunst, een roman waarin de delen vormgeven aan betekenissen die lokaliseerbaar, maar niet exact bepaalbaar zijn. En juist door de paradoxale verhouding tussen het verhaal van de teloorgang van een kunstideaal en de klassieke vorm worden we op indringende, vervreemdende manier getuige van een botsing van waarden.
Moeten we deze roman nu scharen onder de relicten, een hedendaags overblijfsel van een literatuurideaal zonder toekomst, zoals de theorie van Vaessens ons noopt te doen? Immers, eenduidig engagement ontbreekt, er wordt dankbaar gebruik gemaakt van het maskerademotief en dramatische ironie, en het valt niet mee om de auteur te identificeren met één van zijn personages. Opvallend is dat de roman in de kantlijn ook een debatje aangaat met postmoderne theorie, die zoals gezegd in het boek van Vaessens figureert als weerlegging van het naïeve geloof in literaire waarden. ‘In de muziek is al in de late middeleeuwen de polyfonie ontwikkeld, waarin de verschillende melodielijnen elk hun eigen weg kunnen gaan’, overweegt Sierk. ‘Het eenentwintigste-eeuwse denken daarentegen tuft nog steeds zijn rondjes op het enkelspoor van de binaire begrippen.’ Deze manier van denken heeft een moeizame verhouding tot het wezen van de kunst, omdat die zich nu eenmaal maar zeer ten dele laat persen in het keurslijf van de ‘overzichtelijke categorieën’ als ‘goed of fout, waar of onwaar, mooi of lelijk’. ‘Iets eindigt in dit denken altijd kleiner dan de denker zelf, een handzaam pakketje dat hij onder zijn arm kan steken terwijl hij op de bus wacht.‘ Ook in De weldoener is aldus sprake van engagement – maar dan moet je wel bereid zijn een ruimhartige omschrijving van dat begrip te hanteren.
10 reacties
Aanmelden
Vooraleer u reacties kan doorzenden dient u zich aan te melden of te registreren.
Wachtwoord vergeten?


30-06-2011, om 9:19:58