Recensies, roman

Muze aan het woord

Ik was dat meisje

Anne Mieke Backer

De laatste jaren heeft het fenomeen van de muze meer en meer haar onschuld verloren. Via boeken, podcasts en andere media wordt aandacht gevraagd voor de inherente ongelijkheid die in de verhouding tussen kunstenaar en inspiratiebron schuilt: de – vaak vrouwelijke – muze dient vooral als canvas waarop de – vaak mannelijke – maker zijn fantasieën kan projecteren. Daarmee worden de aloude genderverhoudingen nog eens bevestigd: de man is de actieve kijker, de vrouw is het passieve object. Haar wensen en ideeën doen er niet toe, haar uiterlijke kwaliteiten staan centraal.

We zijn inmiddels toe aan nieuwe verhalen, beargumenteren critici, die laten zien dat vrouwen meer zijn dan poppen van bordkarton. Zo’n verhaal vertelt Anne Mieke Backer in haar debuutroman Ik was dat meisje, waarmee zij een literair weerwoord biedt op de beroemde Amerikaanse roman A Sport and a Pastime (1967) van de James Salter (in 1993 door Else Hoog in het Nederlands vertaald als Spel en tijdverdrijf). We volgen een jonge Amerikaanse Philip Dean, die door Frankrijk reist en in een plattelandsdorpje Anne-Marie ontmoet, met wie hij een verhouding begint. De erotische vertelling werd een instant klassieker die Salters definitieve doorbraak betekende.

In Spel en tijdverdrijf focaliseert Philip: we krijgen enkel zijn waarnemingen en gedachten mee. De schrijver doet weinig moeite om het personage van het achttienjarige meisje diepgang te geven. Anne-Marie wordt vooral neergezet als een meisje met een hypnotiserend uiterlijk; haar gedachten en gevoelens lijken niet relevant genoeg geacht om met de lezer te delen. Wetend dat Salter Spel en tijdverdrijf deels op zijn eigen ervaringen baseerde, voelt het des te wranger dat hij wel de ruimte creëert om zijn kant van het verhaal te vertellen, terwijl de vrouw op wie Anne-Marie is gebaseerd blijft zwijgen.

Op alles ja

Met Ik was dat meisje probeert Backer die ongelijkheid recht te trekken. We volgen de jonge Anne-Marie terwijl ze opgroeit in de buurt van het provinciestadje Autun, waar in de jaren zestig van de vorige eeuw ieder meisje nog is voorbestemd te trouwen met een jongen uit de omgeving. Anne-Marie verlangt meer van het leven en dus beschouwt zij de komst van ‘de Amerikaan’, zoals hij consequent genoemd wordt, als een reddingsboei. Het verklaart een deel van haar welwillendheid om mee te gaan in al zijn plannen. Of, zoals ze het zelf op de eerste pagina van de roman verwoordt:

Ik besloot op alles wat hij mij zou vragen ja te zeggen. Ja, ja en nog eens ja. Geen aarzelend ja, waarmee ik zou veinzen dat ik een moeilijk te versieren meisje was. Geen gretig ja, zodat het zou lijken alsof ik op hem had gewacht. Geen ongeïnteresseerd ja, alsof ik geen verwachtingen koesterde, maar een eerlijk en zelfbewust ja.

Met deze zelfbewuste passage probeert Backer direct aan het begin van het verhaal een verklaring te bieden voor het gedrag van de jonge vrouw uit Salters roman. Ze laat zich vervolgens overal mee naartoe tronen in de indrukwekkende auto waarmee de Amerikaan over de Franse provincieweggetjes rijdt. Daarmee is ze de ultieme passenger princess: van haar wordt enkel verwacht dat ze zit en mooi is, een belichaming van het Franse platteland dat de Amerikaan zo idealiseert. Voor hem past ze perfect bij de idyllische hotels die hij wil aandoen en de mooie marktpleinen waar hij graag zijn typisch Franse lunch nuttigt: in haar aanwezigheid is hij niet langer een toerist of een toevallige voorbijganger, maar een echte local.

Stilstaan in de tijd

Het is niet alleen een rol die weinig ruimte biedt voor persoonlijke diepgang, maar evenmin voor ontwikkeling. Het is niet de bedoeling dat Anne-Marie opgroeit: zij moet voor altijd haar achttienjarige zelf blijven, met haar wulpse vormen en ietwat kinderlijke gedrag. Niet voor niets lijken de scènes waarin Backer de twee samen op pad laat gaan nogal op elkaar: ze volgen continu dezelfde receptuur van een autorit die eindigt bij een hotel in een dorpje, waar hij haar uitkleedt en bestijgt, zonder oog voor haar wensen of voorkeuren.

Ze praten nauwelijks, en dus moeten we via externe routes – een binnenkomend telefoontje, de verhalen van anderen – achterhalen hoe de Amerikaan op het Franse platteland verzeild is geraakt en welk leven hij achter zich heeft gelaten. Wanneer hij plotseling weer naar de Verenigde Staten vertrekt, ontdekt Anne-Marie dat hij in zijn thuisland een gezin heeft en dat zij al die tijd niet meer dan een minnares was.

Backers uitgangspunt ten spijt maakt ook zij niet precies invoelbaar wat het meisje binnen de verhouding met de Amerikaan precies denkt en voelt. Is ze daadwerkelijk verliefd op hem of valt ze enkel voor de vlucht die hij haar biedt uit haar druilerige bestaan? Heeft ze zich echt nooit afgevraagd wat zijn achtergrond was? Komt het nieuws over zijn thuissituatie daadwerkelijk als een verrassing?

Zoektocht naar seksualiteit

Daarnaast probeert Backer Anne-Maries erotische bereidheid te verklaren door haar op zoek te laten gaan naar haar eigen seksualiteit. Al op jonge leeftijd ontdekt ze dat haar uiterlijk een hypnotiserend effect heeft op mannen: als ze haar truitje wat naar beneden trekt, vergeven de docenten op school haar iedere te laat ingeleverde huiswerkopdracht. Dat gedrag bedoelt ze niet zozeer uitdagend: het is eerder onderdeel van haar onderzoek naar haar veranderende lichaam.

In dat kader brengt ze ook meerdere bezoekjes aan de lokale bibliotheek, waar ze in encyclopedieën informatie vindt over de penis, de vagina en de clitoris. Ook de vrouw blijkt genot te kunnen ervaren en penetratie is daar anatomisch gezien niet per se de meest logische route voor, leert ze. Een aantal keer staat Anne-Marie op het punt de Amerikaan te vragen naar zijn kennis van het vrouwelijk geslacht, maar steeds slikt ze toch maar weer haar woorden in – ze passen tenslotte niet binnen de gewillige rol die ze toebedeeld heeft gekregen.

Hoe begrijpelijk Backers poging ook is om het handelen van Anne-Marie te verklaren, toch geeft deze op uiterlijk en erotiek gebaseerde invulling het personage niet meer diepgang. Ze blijft een karakter van bordkarton, ook wanneer de Amerikaan haar verlaat en ze besluit hem achterna te reizen. Eenzaam zwerft ze door de straten van New York, zonder duidelijke beweegredenen: de Amerikaan en zij zullen hun romance niet hervatten en ook andere ambities heeft ze niet. Om toch wat geld bijeen te sprokkelen, gaat ze als serveerster aan de slag in een topless bar, waar ze haar uiterlijk inzet om zoveel mogelijk fooi te verzamelen.

Weinig gelaagdheid

Deze plotkeuze roept de suggestie op dat een vrouw met een aantrekkelijk uiterlijk maar één route kan bewandelen: die van de erotische onderwerping aan mannen. Enige verlichting komt gelukkig tegen het einde, wanneer Anne-Marie terugkeert naar het Franse platteland. Dan pas lijkt ze zelf een pad te kunnen en willen kiezen en wordt ze daarvoor – in elk geval in financieel opzicht – beloond. Toch leidt ze ook dan een eenzaam leven, zonder partner of andere mensen om zich heen die haar werkelijk kennen. Aan een zelfstandige vrouw wil geen man zich branden, lijkt de moraal van het verhaal.

Met de hervertelling van Salters doorbraakroman vanuit het perspectief van de jonge minnares heeft Backer een uitstekend uitgangspunt te pakken dat ruimte biedt aan een vertelling over de vrouw als personage en mens. Het voelt dan ook als een gemiste kans dat Anne-Marie in weinig anders geïnteresseerd lijkt dan haar eigen wulpse lichaam, waarnaar ze met bewondering kijkt, en het ontvluchten van Autun. Je zou het een welkome afwisseling kunnen noemen eens te lezen over een jonge vrouw die niet continu wordt overvallen door onzekerheid; anderzijds hadden de passages over haar lichamelijke zelfbeeld wel de gelaagdheid in het personage kunnen aanbrengen die nu ontbreekt. Bovendien is niet duidelijk welke gevoelens zij daadwerkelijk niet ervaart en welke zij wegstopt om de rol van gewillige minnares zo goed mogelijk te kunnen vervullen.

Drie perspectieven

Daarbij zit de vertelconstructie Backer deels in de weg. In het eerste hoofdstuk vertelt Anne-Marie hoe ze het lezen van Salters roman ervaart: ze valt tijdens die ervaring ‘voortdurend in drieën uiteen: degene die ik nu ben, de jonge vrouw zoals ik mijzelf herinner en het meisje in het boek’. Backer heeft die perspectieven in Ik was dat meisje allemaal een plek willen geven, waardoor we afwisselend hoofdstukken lezen die gefocaliseerd zijn vanuit een terugkijkende Anne-Marie als oudere vrouw, Anne-Marie als achttienjarige die haar gedachten en gevoelens tijdens de verhouding beschrijft en zo nu en dan een citaat uit de roman van Salter.

De spanning tussen de woorden uit Spel en tijdverdrijf en die van Anne-Marie is helder en vaak schrijnend. Wanneer hij haar verleidt tot anale seks, beschrijft Salter bijvoorbeeld vooral het genot van het mannelijk hoofdpersonage; Backer daarentegen richt de aandacht op de pijn die Anne-Marie ervaart. Ook vallen de omschrijvingen van haar lichaam – het eindeloze benoemen van haar ‘kut’, haar borsten ‘die als zeehonden glinsteren onder de waterstraal’ – in het hedendaagse licht niet per se op door de stilistische brille die men Salter vaak toedicht, maar eerder door de seksistische connotaties van zijn woorden.

Het onderscheid tussen het vertellend ik (de terugblikkende Anne-Marie) en het belevend ik (de Anne-Marie in het moment) is echter niet altijd even helder of functioneel. Het best werkt het wanneer de oudere Anne-Marie commentaar levert op de romanconstructie die Salter koos, waarbij ze de vinger op de zere plek van het eenzijdige perspectief legt. Minder logisch wordt deze gespleten vertelvorm wanneer beide delen gaan over gebeurtenissen uit het verleden; dan overlappen de twee verhaallijnen vaak sterk met elkaar en ligt herhaling op de loer.

Levendige stijl

Toch is Ik was dat meisje een plezierige leeservaring. Dat is vooral te danken aan Backers zintuigelijke stijl, waarin ze met weinig woorden complete werelden oproept. Van het Franse platteland tot de straten van de Amerikaanse hoofdstad: dankzij sprekende details krijgt alles glans. Zo omschrijft ze de fabriek waar Anne-Maries moeder in haar jonge jaren werkt als volgt:

In de walserij, waar het de hele dag lawaaiig was, werkten mannen met zwarte lasmaskers en armen die glansden van vet en zweet. Elke handeling ging gepaard met de luidruchtigheid van ijzer op ijzer. Ook in mijn moeders kantoor was alles van staal: de trap, de bureaus, de archiefkasten, de drempels, de deuren. In de verkoopruimte begon ik vast aan mijn schoolwerk: een nurks meisje tussen gestapelde caféstoelen in de kleuren crème, pastelgeel, zeegroen, zilver, zwart en rood.

Ook in metaforiek blinkt Backer uit. Zo realiseert Anne-Marie zich dat de Amerikaan hun verhouding wellicht altijd heeft gezien als een vorm van sport, ‘oefeningen, maar wel op een brug met ongelijke leggers’. En wanneer ze de Amerikaan voor het eerst ontmoet, vertelt ze: ‘Hij […] stapte mijn leven binnen als iemand die een onbekende kamer in komt en in het halfduister naar de lichtschakelaar tast.’

Dit alles maakt Ik was dat meisje een lezenswaardige roman, die nieuwsgierig maakt naar de hervertelling van meer klassiekers vanuit het perspectief van de vrouw. Onder meer Jacqueline Klooster richtte met het non-fictieboek Medusa in de spiegel. Wat mythen ons vertellen over wie we zijn (2025) al de aandacht op het gebrek aan handelingsvermogen dat veel vrouwelijke personages in klassieke verhalen toebedeeld krijgen en wat we ervan zouden kunnen leren als we deze taakverdeling bevragen. Ook waagden onder anderen Natalie Haynes met De kruik van Pandora (2022) en Madeline Miller met Circe (2018) zich al met groot commercieel succes aan dergelijke focalisatiewissels in de klassieke mythen, door een stem te geven aan onder meer Hera, Artemis en de heks Circe uit de Odyssee.

Het zou lovenswaardig zijn als die trend een modern vervolg krijgt, door de blik te richten op recentere verhalen waarin de vrouwonvriendelijkheid minder aan de oppervlakte ligt, maar die desalniettemin de vooroordelen over de man als intelligent, handelend wezen en de vrouw als passieve pop in de hand blijven werken.

 

Een recensie door Anne Louïse van den Dool van Ik was dat meisje door Anne Mieke Backer.

Ambo | Anthos, 2025
ISBN 9789026371530
245p.

Geplaatst op 05/10/2026

Categorie: Recensies, roman

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.