recensie, roman

Een magisch-realistische dekolonisatie

Meester van de trommels

José Eduardo Agualusa (vert. Harrie Lemmens)

 

Het is een merkwaardige roman, Meester van de trommels, de jongste worp van José Eduardo Agualusa, een Angolees van Portugese afkomst. Aan de ene kant is het een klassiek avonturenverhaal, in de stijl van Joseph Conrad of Alejo Carpentier of de Mario Vargas Llosa van De oorlog van het einde van de wereld (1981), aan de andere kant is het een donkere existentialistische mijmering met een zeer onheilspellend einde. Hier en daar onderbreekt de verteller zijn verhaal om achtergrondinfo te geven over bepaalde Angolese concepten en termen, een postmoderne kunstgreep à la Quentin Tarantino. De roman begint in het tropische Angola rond het begin van de twintigste eeuw en eindigt met de getuigenis van een dj in het Brazilië van de jaren tachtig. Maar hoe breedvoerig die vertelling ook is, altijd is Agualusa  lichtvoetig, sierlijk: het schijnt hem geen moeite te kosten, en ook voor de lezer is het allemaal behapbaar. Hier verdient de vertaler overigens ook zijn lauwerkrans, want Harrie Lemmens heeft zich opnieuw voortreffelijk van zijn taak gekweten.

 

Liefde en oorlog

Spilfiguur van het verhaal is Jan Pinto, een Angolees van Portugese afkomst die vloeiend de inlandse talen spreekt en door het leger belast wordt met een geheime en belangrijke missie: het Koninkrijk Bailundo binnenraken en achterhalen welk geheim wapen de Bailundo’s gebruiken om Portugese soldaten te vellen. Al een tijdje zijn er spanningen tussen het onafhankelijke Afrikaanse koninkrijk en de Portugese kolonisten; in het begin van de roman komen we te weten dat een hele compagnie Portugese soldaten op erg mysterieuze wijze om het leven is gekomen. De Portugese autoriteiten zijn bang dat er massaal opstanden zullen uitbreken als die slachtpartij ruchtbaarheid zou krijgen. Het is dus aan Pinto om in het Hart der Duisternis door te dringen en te achterhalen welke Kurtz zijn toverkracht aan het aanwenden is – alles wijst op praktijken die de wetenschap en de ratio te boven gaan. Het is of de soldaten zelfmoord pleegden zonder dat er zelfs gevechten aan te pas kwamen. Hypnose? Een soort kruid? Niemand begrijpt het.

Deze avontuurlijke verhaallijn wordt gecombineerd met een romantische, want Pinto wordt verliefd op een mooie inlandse vrouw, Lucrécia, wier vader een puissant rijke handelaar is. Zij valt op haar beurt snel voor Pinto, die niet alleen luitenant is maar ook antropoloog en historicus, en bovendien ruimdenkend: ‘Hij geloofde dat de bestudering van de geschiedenis van de inheemse volkeren en hun gedachtegoed de hele mensheid kon helpen op haar weg naar vooruitgang en beschaving.’ Ook is hij knap en springt zijn gestalte ertussenuit: groot, blond, atletisch. Hij zal moeten kiezen tussen liefde en oorlog – aanvankelijk krijgt hij het niet over zijn hart zijn missie te verzaken, uiteindelijk zal hij voluit kiezen voor vrouw en kind. Hij zal ook wisselen van kamp: nadat hij wordt gevangengenomen door de Bailundo’s, wordt hij een naaste vertrouweling van de meester der trommelaars, Henjengo, die op een gegeven moment een staatsgreep pleegt en koning wordt. Pinto wordt een meesterdiplomaat, die als enige het vermogen bezit om van de inlanders naar de Portugezen te gaan en terug omdat hij beide talen en culturen op z’n duimpje kent.

Het draait uit op een secessieoorlog en verdrag. Henjengo blijkt wel degelijk over een geheim wapen te beschikken: zijn trommels. Dit is het magisch realistische luik van de roman. Er blijken ritmes te bestaan die mensen tot zelfmoord kunnen aanzetten, als een soort voodoo-praktijk. Ritmes die eeuwen teruggaan en uitsluitend werken indien twaalf uitzonderlijk begaafde trommelaars jarenlang oefenen en hun hart en ziel erin stoppen. ‘De doden spreken door de stemmen van de trommels,’ legt Henjengo’s oom en voorganger uit. Slachtoffers worden in de war gebracht door het opwekken van herinneringen die in het reservoir van hun onderbewustzijn lagen te slapen, of van herinneringen van de streek en het volk die ze onmogelijk kunnen kennen, als een Jungiaans archetype. Zo wordt een compagnie soldaten waar Jan bij is later in de roman ook in de val gelokt: ‘Onder het vallen en voor hij het bewustzijn verloor, zag Jan de soldaten nog stomverbaasd, starend in het donker, treurig discussiëren met hun spoken.’

Magisch realisme

Op de korte postmoderne onderbrekingen na is de eerste driekwart van de roman op welhaast aandoenlijke wijze klassiek-conventioneel. Agualusa begint bij het begin en gaat chronologisch naar het einde. Hij gebruikt een alwetende hij-verteller. Stilistisch doet hij niets geks: geen eindeloze komma’s, er worden geen leestekens weggelaten, hij strooit niet met moeilijke woorden, hij legt altijd netjes uit wat iemands voorgeschiedenis is als een personage ten tonele wordt gevoerd, zodat je altijd weet met wie je te doen hebt. Agualusa interesseert zich slechts voor het pure verhalen vertellen, een grote deugd. Het verleent zijn verhaal een ontwapenende charme, temeer omdat hij erin slaagt weg te komen met het magisch realisme. In het begin voel je de fictionele machinerie even piepen en kraken, wanneer de werking van de trommels uiteengezet wordt, het is of de locomotief even dreigt te ontsporen, maar dan gaat ook dat element op in de bredere verhaalwereld, gaat het er organisch deel van uitmaken, en schort je als lezer je scepticisme op. Altijd riskant, magisch realisme, niet iedereen komt er zoals García Márquez, Calvino of Saramago moeiteloos mee weg, maar Agualusa weet het vliegtuig toch bevredigend te doen landen (al is het dus met meer turbulentie dan bij voorgenoemde drie grootheden, die dan ook niet voor niets grootheden zijn). Beschrijvingen van plekken en personages zijn kort en bondig, meestal een tweetal zinnen. Navolgende mooie beschrijving van een stad is naar Agualusa’s normen aan de lange kant:

‘Probeert u zich voor te stellen hoe Benguela er in het begin van de twintigste eeuw uitzag: een Afrikaans stadje dat gebukt ging onder stof en zwaarmoedigheid, bestaande uit een honderdtal slaperige lage huizen verdeeld over een paar straten van rode aarde, verlaten onder het harde licht van de zon en ’s avonds even tot leven gewekt in het zwakke golvende schijnsel van petroleumlampen. In de koelte van de vroege avond zetten de mensen stoelen op de stoep en keuvelden met elkaar over de toestand van de wereld, niet de echte wereld, daarvoor kregen ze te weinig informatie, maar over verzonnen landen en veronderstelde imperia.’

Agualusa vermengt magisch realisme met geschiedenis op zo’n manier dat het een overtuigende synthese wordt. De macht van de trommelaars is zo groot dat de Portugese autoriteiten niet anders kunnen dan het Koninkrijk Bailundo officieel erkennen in een verdrag. Hier neemt Agualusa een loopje neemt met de waarheid, want in werkelijkheid verloor het Koninkrijk Bailundo in 1904 de oorlog en ging het op in het koloniale rijk van de  Portugese bezetter. In Agualusa’s mythopoëtische versie van de geschiedenis vragen de Portugezen later zelfs hulp aan Henjengo en zijn elite-trommelaars om een ander Afrikaans volk te bestrijden. Henjengo weigert. De sluwe en machtige Henjengo is iedereen altijd een stapje voor, maar wordt dan toch bruut ingehaald door de geschiedenis – als het verlangen naar volledige autonomie ontbolstert in de Angolese harten en men de Portugese bezetter het land wil uitjagen, zien de rebellen de inmiddels bejaarde koning als een oom Tom die heult met de vijand. Hij wordt vermoord. Na de Anjerrevolutie verlaten de Portugezen  het land en er barst een bloederige burgeroorlog los tussen twee facties. Die ontwikkelingen berusten wel op de geschiedenis.

Net niet

Agualusa’s personages zijn levendig zonder mythische proporties aan te nemen. Ze bezitten enige diepgang, maar niet veel. Zijn verhaal spreekt tot de verbeelding, maar het is eerder een kaars dan een vuur, om het zo te zeggen: mooi en charmant, maar niet groots. Net als bij zijn eerdere succesvolle roman Een algemene theorie van het vergeten bekroop mij het gevoel een mindere god te lezen, een getalenteerd schrijver en verteller, maar niet iemand die het Sublieme bereikt. Vergeleken bij romans als Joseph Conrad’s Nostromo (1904), Alejo Carpentier’s Heimwee naar de jungle (1953) en Mario Vargas Llosa’s De oorlog van het einde van de wereld (1981) valt Meester van de trommels licht uit. Wat geen schande is, uiteraard, ik signaleer het slechts, opdat de lezer weet wat voor vlees hij in de kuip heeft.

Rest de vraag hoe het laatste stuk van de roman begrepen dient te worden. We komen te weten dat de verteller een vrouw is en kleindochter van Jan Pinto. Ze schreef het relaas op basis van dagboeken van en gesprekken met Irene, zus van haar grootmoeder. De verteller onthult een cynische, nihilistische kant, verklaart geen geloof te hebben in de mensheid, geen heil meer te zien in de almaar voortdenderende geschiedenis. En, wat cruciaal is: ze bezit een opname van het geheime ritme van de trommels, het ritme dat tot zelfmoord aanzet. Ze denkt erover na die cassette te gebruiken om de rechtvaardigen van de slechteriken te scheiden. Een plots apocalyptisch einde, dat je niet ziet aankomen tijdens Jans levensverhaal. ‘Een goed mens moet van de hele mensheid houden,’ zegt Jan ergens halverwege de roman. Waarop Irene antwoordt: ‘Dan ben ik geen goed mens. Ik hou alleen van een paar mensen om me heen.’

De verteller volgt in de sporen van Irene: voor haar verdienen sommige mensen het leven niet. Maar vanwaar komt die bloeddorst, die razernij? Dat is niet geheel duidelijk, mijns inziens is het een aderlating voor de roman. Het voornaamste wapenfeit van deze roman blijft het tot leven wekken van een portie magisch-mythische geschiedenis van Angola. Zoals Agualusa het beschrijft, heeft het nooit plaatsgevonden, die opstand met de trommels tegen de Portugese bezetter – maar dankzij zijn verbeelding beschikken we nu toch over een overtuigende getuigenis. Fictie die de waarheid naar de kroon steekt

Koppernik, 2026
ISBN 9789083572482
222p.

Geplaatst op 15/05/2026

Categorie: recensie, roman

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.