Hoe groot is de voorspoed?

Lastmens

Elke Geurts

De vrouwelijke personages uit Lastmens, de tweede verhalenbundel van Elke Geurts, proberen zich staande te houden in een wereld die bevolkt is door hun vijandig gezinde mannen en kinderen. Andere vrouwen kunnen de ellende niet verlichten. Sterker nog, de relaties tussen moeders en dochters zijn in ieder verhaal uiterst moeizaam.

Het titelverhaal speelt zich af in de stad, ‘Grote voorspoed‘ in een buitenwijk en ‘Carboon‘ in een dorp. Noch in het centrum van de maatschappij, noch aan de rand ervan, lijkt geluk mogelijk. Geurts duwt haar personages gaandeweg de verhalen steeds dieper de put in. Soms levert dat een intelligente en scherpe kritiek op van de positie waarin de vrouw in het Nederland van 2010 verkeert. Op andere momenten echter zijn Geurts’ observaties vlak en clichématig en laat haar literaire vormkracht haar in de steek. Die tweeslachtigheid levert een boeiend, maar frustrerend boek op.

Death Metal

Geen van de verhalen illustreren Geurts’ wisselvallige schrijven duidelijker dan het tweede verhaal van de bundel: ‘Grote voorspoed’. Het verhaal gaat over Koen en Peggy, een bureauagent en een lerares. Zij lijdt aan epileptisch aandoende toevallen, hij is geobsedeerd door haar hormonale huishouding. Peggy is op zoek naar een beter leven, haar ‘A-leven’, maar Koen (‘Vind je mij dan een B-persoon?’) en haar ziekte houden haar tegen.

Het verhaal begint goed. Op weg naar de Canarische Eilanden probeert Koen te voorkomen dat Peggy ‘wegvalt’, maar als hun vliegtuig in turbulentie belandt, begint ook Peggy te schudden en te schokken. Er is geen houden meer aan. Peggy is een tijdje van de wereld, maar ondertussen heeft Koen (ook de verteller van het verhaal) meer oog voor een mollige stewardess dan voor zijn vrouw. De details die hem opvallen zeggen veel over zijn karakter: hij is een obsessieve observator van het vrouwelijke lichaam. Hij ziet de zweetplekken in het uniform van de stewardess, bemerkt dat haar billen te strak in haar rok zitten en aan de pukkeltjes op de gezichtshuid van Peggy leidt hij af dat ze binnen een paar dagen zal menstrueren. ‘Als klein jongetje kon ik al aan vrouwen zien en ruiken in welke week van hun cyclus ze zaten. Noem het een gave.’ De sfeer die geschapen wordt is even ongemakkelijk als veelbelovend.

Ondertussen maakt de motievenlast het verhaal echter ook topzwaar. Dat Peggy’s toeval een kleine dood behelst, is duidelijk. Ze is een tijd lang alleen lichamelijk aanwezig. Wanneer ze bijkomt, wordt dat een soort wedergeboorte en vanaf dat punt wijzen zowat alle elementen in de richting van de dood. Zo situeert Geurts de vakantie in een doods aandoende omgeving: alle grond is zwartgeblakerd. Iets anders valt er natuurlijk niet te verwachten op de ‘dode vulkanen’ die de Canarische Eilanden heten, maar dat de taxichauffeur vervolgens Death Metal opzet, is van het goede te veel. Daarmee is het overigens nog niet afgelopen: verroeste hijskranen staan ‘als skeletten’ in het landschap, Koen is geobsedeerd door Afrikaanse gelukszoekers die volgens hem bij bosjes dood aanspoelen, het vakantieappartement ligt erbij ‘als op een dodenakker’, Koen maakt een grapje over een clandestiene begraafplaats en als zijn vrouw ten slotte zegt dat het lijkt alsof ze op Mars beland zijn, voegt Koen daar voor de zekerheid nog even aan toe dat op Mars alles ‘morsdood’ is.

Dat al deze doodsheid geconcentreerd is op niet meer dan drie pagina’s, maakt het lezen van deze bundel er niet aangenamer op. Voor mij was het bijna een aanleiding om mijn eerste lezing te staken. Regelmatig vervalt Geurts in dezelfde fout. Weliswaar niet zo ostentatief als in de eerste pagina’s van dit verhaal, maar wanneer je er als lezer eenmaal gevoelig voor bent, zie je dat Geurts in Lastmens voortdurend bepaalde motieven tot vervelens toe inzet. Eveneens in ‘Grote voorspoed’ speelt ze bijvoorbeeld een flauw spelletje met de letter B. Peggy zoekt haar A-leven, maar alles om haar heen is B-keuze. Man Koen van den Broek met zijn ‘B-nek’ en zijn ‘B-oor’, de keuken, het huis, de buurt, de ‘B-wegen’ waar Koen het liefst op fietst als ze in België op vakantie zijn.

In het verhaal ‘Carboon’ bezoekt een jonge vrouw haar geboortedorp, een achtergebleven oord in het zuiden van Nederland. Om aan te geven dat de mensen die daar wonen, handelen volgens hun primitiefste driften, tekent Geurts hen met dierlijke eigenschappen waar ze maar kan. Niet al te origineel, om de tegenstelling tussen de beschaafde stad en het primitieve dorp op deze wijze te schetsen, vooral niet als je dat een keer of vijftien achter elkaar op een gelijkaardige manier doet.

Natuurlijk, motieven werken bij gratie van hun herhaling. Maar alleen in de juiste dosering. Wanneer er eenmaal een relatie tussen een object en een eigenschap vastgelegd is, zoals tussen Koen en de letter B, hoeft die niet telkens benadrukt te worden. Bovendien is de betekenis van dergelijke motieven constant dezelfde. Dat is onnodig en wordt na een tijdje vervelend. Je krijgt als lezer het gevoel ernstig onderschat te worden.

Een mogelijkheid tot ontsnappen

Dat is vooral jammer, omdat Geurts op andere momenten wel slim en subtiel te werk gaat. Eerder stipte ik al aan dat Koen uit ‘Grote voorspoed’ geobsedeerd is door de maandstonden van zijn vrouw. Hij verklaart Peggy’s handelen consequent vanuit haar hormonale toestand, zelfs wanneer ze herhaaldelijk aangeeft Koen te willen verlaten. ‘De luteale fase. In deze fase, zes dagen na de eisprong en vijf voor de eigenlijke bloeding, deelde ze tegenwoordig vaker mee dat ze zou vertrekken om eindelijk dat A-leven in te stappen.’ De gedetailleerde kennis die Koen hier tentoonspreidt, is ronduit creepy, evenals de mededeling dat hij deze gegevens bijhoudt en statistisch vergelijkt met Peggy’s gemoedstoestand.

Koen komt tot de conclusie dat Peggy’s verlangens niet rationeel zijn. Zijn taal is hier pijnlijk en grappig tegelijk: ‘Voorlopig onderzoek wijst uit dat jij wordt bestuurd door je hormonen’. Hoewel Koen later overgaat tot radicalere methoden, is dit het belangrijkste middel dat hij gebruikt om zijn vrouw bij zich te houden: hij verklaart haar wilsonbekwaam. Ze is niet in staat om haar eigen beslissingen te nemen en heeft hem nodig om de juiste keuzes te maken.

Hoewel het duidelijk is dat alleen een sprong in het onbekende Peggy kan redden, doet haar man er alles aan om haar bij zich te houden. Doordat ‘Grote voorspoed’ door Koen verteld wordt, blijft Peggy’s ware natuur een raadsel. We krijgen alleen Koens statistieken, zijn interpretatie van haar gedrag te zien. Op die manier weet Geurts haar lezer haast medeplichtig te maken in een liefdevolle, maar genadeloze onderdrukking. Wanneer Koen er via omslachtig recherchewerk achter komt dat zijn vrouw concrete plannen heeft om weg te gaan, verkracht hij haar tijdens één van haar toevallen. De daaruit voortkomende zwangerschap houdt haar bij hem.

Met geweld en kinderen onderdrukt de man de vrouw. Hoe hij dit goedpraat? Hij heeft toch het beste met haar voor? En is ze geen irrationeel wezen, dat beschermd moet worden tegen haar eigen hormonale impulsen? Koens wereldbeeld is dat van de kleine berichtjes in regionale dagbladen of op websites als nu.nl, waarin statistische onderzoeken aanleiding zijn om verschillen tussen man en vrouw nog eens te bevestigen. Het is schokkend herkenbaar en Geurts voert deze gedachtegang op knappe en beheerste wijze tot zijn uiterste consequentie door.

Gelukkig laat ze wel een ontsnappingsmogelijkheid. Er is hoop voor Peggy. Ze lijkt zich eerst neer te leggen bij haar gevangenschap in suburbia, met haar man en Koen Junior. Maar een onverwacht bezoek van haar moeder en een klein incident op een ANWB-camping in België, brengen haar drang om te ontsnappen terug. Koen maakt zich geen zorgen. Het zijn de hormonen. De volgende ochtend is ze echter weg.

Te zelden

Het is knap hoe Geurts geaccepteerd gedrag en normale gedachtesprongen net zo lang doorvoert, tot ze immoreel en haast psychopathisch worden. Ze suggereert hiermee dat de vrouw aan de oppervlakte weliswaar gelijkwaardig is aan de man, maar dat ons denken vaak nog impliciet misogyn is.

Je zou willen dat ze deze gedachte overal in Lastmens zo goed uitgewerkt had. Die ambitie spreekt in ieder geval wel uit het geheel van de bundel. ‘Lastmens’ speelt zich af in Amsterdam Zuid, ‘Grote voorspoed’ in een buitenwijk van die stad en ‘Carboon’ in een dorp diep in de provincie. Alle drie de verhalen draaien om vrouwen die zich niet thuis voelen in hun omgeving. Wieke, in ‘Lastmens’, past beter in de rol van au pair dan die van moeder. En Angelique uit ‘Carboon’ voelt een diepe afkeer van haar geboortedorp, maar komt er gaandeweg achter dat ze zich nooit echt zal weten te ontworstelen aan het oord dat ze jaren geleden al verlaten heeft. Alle drie deze vrouwen worstelen met de relatie met hun moeder en daarmee met hun eigen vrouwelijkheid.

Het lijkt erop dat Geurts haar verhalen zo universeel mogelijk heeft willen maken. Zowel in het centrum als aan de periferie van de maatschappij, hebben haar personages het niet alleen moeilijk met de mannen om zich heen, ze zitten toch vooral met zichzelf in de knoop. Ze willen een beter leven, maar durven niet. Van andere vrouwen kunnen ze ook nauwelijks steun verwachten.

Dat is een interessant uitgangspunt voor een verhalenbundel. Helaas is Lastmens als kunstwerk lang niet overal geslaagd. Dat betekent niet alleen dat de leeservaring regelmatig verstoord wordt door al te opdringerige motieven en hier en daar zelfs een continuïteitsfoutje. Het maakt vooral dat Geurts ideeënwereld een slordige en vaak al te afgesleten indruk maakt. Het dorp in ‘Carboon’ en zowel het Oud Zuid-gezin als de Afrikaanse au pair in ‘Lastmens’ zijn te veel met de grove kwast geschilderd. In ‘Carboon’ bevindt Geurts zich bovendien te vaak aan de verkeerde kant van de grens tussen grotesk en flauw. Bij elkaar opgeteld halen dergelijke missers bijna alle scherpte uit haar analyse.

Mijn ervaring met ‘Grote voorspoed’ is exemplarisch voor de hele bundel. Her en der is het verhaal werkelijk goed en relevant, maar helaas te zelden om te overtuigen.

Links

Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2010
ISBN 9789046806807
189p.
Bestellen: clk.tradedoubler.com/click?a=1724103&p=67859&g=17297694&epi=1001004006851227 p.

Geplaatst op 23/04/2010

Deel:

Reacties

  1. rein swart

    Het titelverhaal vond ik het sterkst: het is het meest inleefbaar en het idee is verrassend. De twee volgende verhalen missen dit, ze zijn minder uitgebalanceerd en zakken wat weg. Het laatste verhaal haalt veel overhoop maar levert uiteindelijk weinig op. Door de verschillende fragmenten in de tijd door elkaar te husselen lijkt het erop dat een gebrek aan spanning verdoezeld moet worden.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.