Biografie, Essays

Jozef Stalin: een studie naar de werking en impact van absolute macht

Over wat de beweegredenen waren achter het ongeziene terreurbewind dat door Jozef Stalin in de Sovjet-Unie is gevoerd, heeft onder historici nooit consensus bestaan. De Pools-Amerikaanse historicus Adam Ulam merkte in 1982 dan ook op, in een hoofdstuk in Stalinism: Its Impact on Russia and the World: ‘Er is in Stalins terreur een element van pure absurditeit dat elke verklaring tart.’ In een driedelige biografie over Stalin, waarvan de eerste twee delen enkele jaren terug zijn verschenen en het derde deel nog op zich laat wachten, betoogt de Amerikaanse historicus Stephen Kotkin van Princeton University, specialist in de geschiedenis van de Sovjet-Unie, dat de focus te lang heeft gelegen op de persoonlijkheid van de despoot, zijn psychologische kenmerken en vroege levenservaringen. Kotkin verschuift de aandacht aan de ene kant naar de politiek en de omgang met macht binnen het bolsjewistische regime, en aan de andere kant naar de geopolitiek-historische context van een Russisch continentaal rijk in verval dat zich existentieel bedreigd wist door opkomende, dynamische machten aan haar west- en oostgrenzen.

 

Vanuit Stalins kantoor

Lev Trotski, Stalins eeuwige aartsvijand, zou na zijn verbanning het beeld ophangen van Stalin als een opportunist zonder overtuigingen en een vertegenwoordiger van de bureaucratische belangen, de ‘buitengewone middelmatigheid van de partij’. Dit beeld is erg invloedrijk geworden maar slaat, zo maakt Kotkins biografie op overtuigende wijze duidelijk, nergens op. Stalin was een revolutionair in hart en nieren, en zijn forte was in de eerste plaats zijn ideologische bekwaamheid als marxist-leninist. Andere bolsjewistische leiders, zoals Kotkin een tijdgenoot citeert, ‘waren minder bekend dan Stalin met de teksten van Lenin […] Stalin kon Lenin uit de losse pols citeren, wanneer het hem maar uitkwam’. Daarbij had hij een bijzonder talent om complexe ideeën in een catechetische stijl te herleiden tot binaire stellingen.

Maar Stalin komt vooral uit de Kotkin-biografie naar voren als een sublieme manager, iemand die in staat was, eenmaal de Vozhd (leider, gids), het communistische regime, het land en de (hoop op) wereldrevolutie ‘op zijn rug te dragen’. ‘Men wordt met stomheid geslagen door de hoeveelheid informatie die hij dagelijks opnam’ en de wijze waarop hij het beleid binnen de verschillende domeinen zelf vormgaf, aldus Kotkin – heel verschillend van Hitler, wiens hands-off tirannie, zoals Ian Kershaw heeft aangetoond, vooral functioneerde op basis van het anticiperen van de verzuchtingen van de Führer door zijn ondergeschikten. Stalin was overigens zeer erudiet op de meest uiteenlopende vlakken. Hij was het prototype van de autodidact, met van kindsbeen af ‘een enorme toewijding aan zelfverbetering’. De sleutel tot het begrijpen van Stalins politieke succes, ten koste van andere getalenteerde figuren binnen de bolsjewistische partij, ligt voor Kotkin dan ook in zijn leiderschaps- en bestuurskwaliteiten binnen een dictatoriale context, maar evenzeer in zijn intellectuele capaciteiten.

Kotkins biografie, die nu reeds meer dan tweeduizend pagina’s bedraagt, onderscheidt zich van eerdere biografieën door de wijze waarop de auteur álle aspecten van de Stalin-dictatuur aan bod laat komen: interne politieke ontwikkelingen, ideologische debatten, sociaaleconomische politiek, cultuurpolitiek, buitenlandse politiek, militaire aangelegenheden, diplomatie, spionage enzovoorts. Eenmaal Stalin aan de macht komt, wordt het verhaal verteld, in Kotkins eigen woorden, ‘vanuit Stalins kantoor’, op het ritme van Stalins leven. Kotkins perspectief op Stalin is daarentegen dat van de geschiedenis van, aan de ene kant, het Groot-Russische Rijk en haar geopolitieke uitdagingen, en, aan de andere kant, het revolutionaire marxisme, en dan vooral de bolsjewistische variant met haar samenzweerderig en ondergronds karakter (‘een spiegelbeeld van het repressieve tsarisme’). Het is immers enkel binnen de grote structurele verschuivingen, aldus Kotkin, dat we de historische betekenis van Stalin kunnen vatten. Op basis van die insteek komt Kotkin tot nieuwe, verrijkende inzichten over de drie grote (elkaar deels overlappende) hoofdstukken uit Stalins periode aan de macht tot 1941: de collectivisatie en industrialisatie van de Russische samenleving vanaf eind 1929, het terreurregime dat zou ontmonden in de Grote Zuivering van de late jaren 30, en de geopolitieke ontwikkelingen die zouden leiden tot het noodlottige monsterverbond met Hitler van 1939-1941.

 

Ideologisch onkreukbaar

In A History of Soviet Russia (1950-) schreef de Britse historicus en diplomaat E.H. Carr dat Stalin een perfecte illustratie vormt van de thesis dat omstandigheden de man maken, niet de man de omstandigheden. Hoewel Kotkin de betekenis van Stalin onderzoekt in de context van grote structurele ontwikkelingen, weerlegt hij deze stelling als ‘volkomen en eeuwig fout’. Stalin heeft geschiedenis gemaakt, en wel in de eerste plaats door het sociaaleconomische landschap van een zesde van de landmassa van de aarde door een collectiviserings- en industrialiseringsproces radicaal te hervormen. Vooral de collectivisering heeft Stalin, over een periode van slechts enkele jaren en ondanks massaopstanden, grote hongersnoden (met vijf tot zeven miljoen slachtoffers), kannibalisme en ontreddering binnen de politieke klasse, op meedogenloze wijze doorgevoerd.

Sinds de bolsjewieken aan de macht waren gekomen en de burgeroorlog in hun voordeel hadden beslecht, was hun grootste uitdaging dat het overgrote deel van het voormalige Russische Rijk nu onder hun controle bestond uit landbouwgebied. De revolutie die zich hier had voltrokken, parallel met de communistische machtsovername in de steden, was er een waarbij de grote landeigendommen van de kroon, de landadel en de Orthodoxe Kerk waren geconfisqueerd en herverdeeld door de lokale autoriteiten, en zo de klasse van kleine, zelfstandige boeren die in zichzelf voorzagen en hun meeropbrengst op de markt brachten aanzienlijk was versterkt. Na de burgeroorlog werd, grotendeels uit noodzaak, de keuze gemaakt voor een gedoogbeleid ten aanzien van het ‘petit bourgeois’ economisch systeem op het platteland, de ‘Nieuwe Economische Politiek’ (NEP). Maar de vraag hoe lang een socialistisch regime overeind kon blijven in een land waarin kapitaal en een vrije markt op grote schaal bleven voortbestaan, zorgde doorheen de hele jaren 20 voor verdeeldheid aan de bolsjewistische top.

Stalin was in 1922 op voorspraak van Lenin benoemd tot de secretaris-generaal van de partij, een functie van waaruit hij in het hele land het partijapparaat verder zou uitbouwen. Lenin verdween echter, na een beroerte in mei 1922, grotendeels van het politieke toneel, en overleed in januari 1924. Deze omstandigheid plaatste Stalin de facto in het centrum van de macht, vanwaar hij alle belangrijke afdelingen van het regime kon aansturen – hij creëerde, in de woorden van Kotkin, een ‘dictatuur binnen de dictatuur’. In de debatten rond de NEP stelde Stalin zich schijnbaar gematigd en verzoenend op, als hoeder van de partijeenheid, maar hij werd niettemin de drijvende kracht achter het uit de partij zetten van de ‘linkse’ oppositiegroep die Trotski vanaf 1923 aanstuurde. Deze wilde immers niet enkel een einde stellen aan de NEP, maar stelde ook de bestaande beleidsstructuur, met de machtsconcentratie in de handen van het partijmanagement (en dus van Stalin), in vraag. Op het ogenblik dat zijn macht niet langer werd bedreigd, nam Stalin echter de beslissing, tot consternatie van zowat alle andere leidinggevende bolsjewieken, dat alles op het spel zou worden gezet om de collectivisatie alsnog te verwezenlijken. De keuze was er voor Stalin een tussen het zich toe-eigenen van alle productiemiddelen door de staat, en het binden van alle boeren aan grote collectieve boerderijen, of toestaan dat het machtsmonopolie van de partij op termijn verloren zou gaan.

In tegenstelling tot wat vaak eerder door historici, met name Eric Hobsbawm, is beweerd, was volgens Kotkin de collectivisatie niet noodzakelijk om een onderontwikkelde landbouwsamenleving de moderniteit binnen te leiden en weerstand te kunnen bieden aan de ideologische vijanden van buitenaf. Modernisering kan immers op verschillende manieren worden doorgevoerd, maar de dwangbuis van de communistische ideologie maakte collectivisatie onoverkoombaar. Overigens is volgens Kotkin een complete economische ineenstorting slechts voorkomen kunnen worden door een aantal toevalsfactoren, zoals uitzonderlijk gunstige weersomstandigheden in 1930 en de onvoorziene economische crisis in het Westen na de beurscrash van 1929. Deze laatste maakte immers dat de markt van de Sovjet-Unie voor Westerse producenten van industrieel materiaal plots erg gegeerd werd, wat de industrialisatie een boost gaf en zo indirect ook de landbouw ten goede kwam. ‘Ideologie en partijmonopolie bepaalden de grenzen, de wereldeconomie gaf kansen’, aldus Kotkin.

 

Lenins ‘testament’

Een tweede grote hoofdstuk uit Stalins heerschappij is echter niet herleidbaar tot de marxistisch-leninistische imperatieven, dat van de Grote Zuivering van 1936-1938 die rond 1,6 miljoen slachtoffers maakte, met enkel in die drie jaren tegen negenhonderdduizend terdoodveroordelingen. Grote showprocessen leidden tot de veroordeling en, in de meeste gevallen, executie van de bolsjewistische leiders van het eerste uur, en werden opgevolgd door zuiveringen in alle niveaus van de partijstaat, het leger en het politieapparaat, dikwijls op basis van vooraf opgelegde quota van te executeren of te verbannen slachtoffers.

De fout die de meeste historici hebben gemaakt, aldus Kotkin, is te focussen op de psychologie van Stalin, op eigenschappen van psychopathie of sociopathie die Stalin altijd zou hebben bezeten, met diepe wortels in zijn afkomst of jeugd. Kotkin maakt er een punt van te benadrukken dat tot diep in de jaren 20, toen Stalin een eind in de veertig was, geen van zijn mede- of tegenstanders tekenen bespeurden van psychopathische kwaadwilligheid (latere bronnen, die met kennis achteraf meenden Stalins wreedheid reeds vroeg te hebben opgemerkt, vindt Kotkin ongeloofwaardig). De beste illustratie daarvan was dat toen zich een uitgelezen kans voordeed Stalin politiek te liquideren, namelijk met het opduiken van een nota van de doodzieke Lenin waarin hij opriep Stalin wegens ‘te grof/brutaal’ uit zijn ambt te ontzetten, die kans door de andere bolsjewieken aan de top van het regime niet gegrepen werd. Meer nog, een flauwe poging door een van hen, Grigori Zinovjev, om er politiek voordeel mee te doen werd meteen afgeblokt door Lev Kamenev, die Stalin reeds twintig jaar kende en met hem had samengeleefd in een verbanningsoord.

Kotkin betoogt dan ook dat de vervolgingswaanzin van de jaren 30 een uitloper was van de politieke strijd die Stalin gedurende de jaren 20 had moeten leveren om zich van zijn machtspositie aan het hoofd van het systeem te verzekeren. Het zogenaamde ‘testament’ van Lenin speelde daarbij een sleutelrol door de wijze waarop het steeds opnieuw opdook (op een bepaald ogenblik stond het zelfs in de New York Times afgedrukt) of in verschillende versies in circulatie werd gebracht. Stalins persoonlijke dictatuur kreeg bijgevolg vorm binnen een ‘diepe structurele vijandigheid’, in Kotkins woorden, want Stalin ontleende zijn gezag aan een man die schijnbaar om zijn afzetting had gevraagd. Dit voedde de extreme achterdocht, die uitgroeide tot paranoia: ‘Hij kon niemand vertrouwen. Tegelijkertijd lag alle verantwoordelijkheid bij hem. Hij droeg het regime op zijn rug. Maar apprecieerden ze het? Laat ze maar proberen beter te doen!’

 

Stalin als pedagoog

Stalins obsessie met kritiek, oppositie en samenzweringen werd echter pas echt buitenproportioneel toen de verschrikkingen en de aanvankelijk catastrofale resultaten van de gedwongen collectivisatie tot grote vertwijfeling binnen de partij leidden. Op het hoogtepunt van de hongersnood in 1932 kwam het immers tot een aantal manifeste uitingen van kritiek en oproepen om Stalin uit zijn functie te ontheven. Het meest bekende voorbeeld was dat van de uitgever Martemyan Ryutin uit Leningrad, die een manifest naar buiten bracht in aanval op de ‘avonturistische collectivisatie ondersteund door onvoorstelbaar geweld en terreur’, en stelde dat Stalin zich tot Lenin verhield ‘zoals een mesthoop tot de Elbroes’.

Daarenboven had Stalin de niet aflatende aanvallen door Trotski vanuit zijn banningsoorden te verduren, die onder Westerse progressieven op veel bijval konden rekenen. Bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 leek er bovendien een kans te bestaan dat het ‘trotskisme’ een stevige voet aan de grond zou krijgen in de gebieden gecontroleerd door Spaanse republikeinen, en dus op de vorming van een anti-stalinistisch socialistisch regime. Stalins sociopathologie was daarom, zo besluit Kotkin, een uitgroei van zijn carrière als een dictatoriaal heerser, wiens gedrevenheid om aan het socialisme te bouwen ‘zowel succesvol als vernietigend’ uitpakte en in het licht van de kritische geluiden zijn achterdochtige en wraakzuchtige dispositie versterkte. Als absolute macht absoluut corrumpeert, naar de uitspraak van de negentiende-eeuwse Britse historicus John Dalberg-Acton, dan vormt ze ook absoluut.

Niettegenstaande de door hem besproken drijfveren achter de Grote Terreur, plaatst Kotkin haar betekenis ook in de context van de uitdaging waar Stalin voor stond betreffende de uitbouw van een socialistische staat. Stalin zag immers ook de voordelen van het creëren van vacante plaatsen in de instellingen voor jongere, meer energieke en beter opgeleide functionarissen. ‘De staat’, of hoe haar te conceptualiseren in een transitieperiode van kapitalisme naar socialisme, was Stalins grote intellectuele puzzel, en een waarvoor de geschriften van Marx, Engels en Lenin ontoereikend bleken. Stalin was een student van de Franse Revolutie, de Russische revolutionaire traditie en de Duitse hegeliaanse filosofie, maar legde zich na verloop van tijd ook toe op de studie van autocratische heerschappij in de Russische geschiedenis, het oude Egypte, Perzië en Rome. ‘Stalin was beginnen studeren hoe men een despoot kon zijn’, in Kotkins woorden. Hij zag zichzelf daarbij in de eerste plaats als pedagoog, en de zuiveringen lieten hem toe om een nieuwe generatie van functionarissen, politiek betrouwbaar en niet uitgeput door de beproevingen van de revolutie, de burgeroorlog, de collectivisatie en de industrialisatie, onder zijn vleugels te nemen.

 

Marxisme en geopolitiek

Terwijl heel wat historici de fout hebben gemaakt de ideologische drijfveren van Stalins handelen te weinig in rekening te brengen, is dat, aldus Kotkin, precies ook de kapitale fout die Stalin zelf heeft gemaakt ten aanzien van Adolf Hitler.

Wereldgeschiedenis is geopolitieke geschiedenis, aldus Kotkin, die professor in geschiedenis en internationale betrekkingen is. De wereld waarin Stalin geboren werd, en waarin hij uiteindelijk een bovenmenselijke rol zou spelen, was die van een Russisch Rijk in verval, geflankeerd door twee opkomende, dynamische machten, het Duitsland van Otto von Bismarck in het Westen en het Japan onder de gerestaureerde Meiji-dynastie in het Oosten. Ondanks de revolutionaire aspiraties kon het regime dat Stalin gecreëerd had op globale schaal slechts handelen binnen deze krijtlijnen, en de Sovjet-Unie bleek dan ook, ondanks zichzelf, diepliggende patronen in de Russische geschiedenis te reproduceren: ‘een land dat zichzelf zag als een providentiële macht, met een speciale missie in de wereld, maar dat substantieel tekortschoot ten aanzien van de andere grootmachten in het Westen, een omstandigheid die telkens opnieuw de Russische heersers ertoe aanzet een gedwongen modernisering van staatswege door te voeren, om de asymmetrie te overwinnen.’

Maar Stalin was in zijn buitenlands beleid allesbehalve de ‘opperrealist’, zoals Henry Kissinger meende, want ook op dat vlak bleef hij het revolutionaire marxisme trouw. Stalin lanceerde in 1924, toen de hoop vervlogen was dat de Oktoberrevolutie op korte termijn navolging zou krijgen in de Europese staten, het adagio van het ‘socialisme in één land’. Dit betekende echter geenszins dat hij het ideaal van wereldrevolutie opgaf, maar kwam neer, in Kotkins woorden, op een ‘marxistische benadering van geopolitiek’. Revolutie zou in andere landen pas volgen op een nieuwe oorlog tussen de imperialistisch-kapitalistische mogendheden, zoals de Eerste Wereldoorlog de klassenstrijd in het Russische Rijk had geradicaliseerd en tot de socialistische revolutie had geleid.

Tegelijkertijd bleef Stalin ervan overtuigd dat de kapitalistische staten nog steeds van plan waren om, vroeg of laat, een ‘imperialistische coalitie’ tegen de Sovjet-Unie te vormen en de bolsjewistische staat te vernietigen. En de staat die daarbij meer dan alle andere te duchten was, was Groot-Brittannië, de imperialistische mogendheid bij uitstek die geregeerd werd door de financiële bourgeoisie. Stalin verdacht de Britse regering er blijvend van te werken aan de vereniging in een anti-Sovjetblok van de staten die in het Westen aan de Sovjet-Unie grensden. Daartegenover zag hij in Duitsland een staat waarmee, gezien haar vijandigheid tegenover de nieuwe Europese orde die het Verdrag van Versailles had gecreëerd, banden aangeknoopt konden worden. Het aan de macht komen van het nazisme, in Stalins ogen slechts een nieuwe, ‘reactionaire’ vorm waarin kapitalistische belangen politiek uitdrukking vonden, vormde voor hem geen aanleiding om die strategie te herzien. ‘Stalin kwam verbijsterend traag tot inzicht in het centrale belang van ideologie in het nazi-programma’, aldus Kotkin.

 

De grote misrekening

Het beruchte niet-aanvalspact (‘Molotov-Ribbentrop Pact’) dat Stalin in augustus 1939 met Hitler sloot vormde voor hem dan ook het hoogtepunt van zijn diplomatie, gezien het de waarschijnlijkheid van een conflict tussen nazi-Duitsland en de Westerse democratieën zonder betrokkenheid van de Sovjet-Unie vergrootte – nog afgezien van de territoriale uitbreidingen waartoe het de Sovjet-Unie in staat stelde en de aantrekkelijke economische deal die er deel van uitmaakte (Russische grondstoffen in ruil voor Duitse wapens). Maar de weldoordachtheid van het pact werd nog geen jaar later erg twijfelachtig, toen de Duitse legers in mei-juni 1940 in een Blitzkrieg Frankrijk binnen de zes weken versloegen en het Engelse expeditieleger tot evacuatie dwongen. Stalin was erg prikkelbaar en ontvlambaar in deze periode, herinnerde Nikita Chroesjtsjov zich later: ‘Hij vloekte als een dokwerker; hij vervloekte de Fransen en de Britten, en kon niet begrijpen dat ze zich zo gemakkelijk door Hitler hadden laten overmeesteren.’

In de dagen en weken voorafgaand aan 22 juni 1941 werd Stalin door zijn excellente spionagediensten meermaals ingelicht over de nakende Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Maar Duitse ‘contaminatie’ van de informatie die Stalin verkreeg met herkenbaar valse informatie, en valse verhalen die de nazi’s verspreidden over de reden van de troepenopbouw (zoals een geplande aanval op Britse posities in het Midden-Oosten, of de intentie om de Sovjet-Unie tot nieuwe, verreikende concessies ten aanzien van Duitsland te dwingen), bleken voldoende om een overspannen en door ideologische denkpatronen verblinde Stalin om de tuin te leiden. Dit was veruit de grootste misrekening uit Stalins carrière als dictator. ‘Churchill beschikte over geen enkele divisie aan de grens van de Sovjet-Unie’, aldus Kotkin, ‘maar Stalin bleef geobsedeerd door het Britse imperialisme, uitvarend tegen Versailles lang nadat Hitler het aan stukken had gereten.’

Stalin als oorlogsleider en de daaropvolgende laatste acht jaren van zijn heerschappij vormen het onderwerp van het nog te publiceren derde deel van Kotkins Stalin-biografie: ‘Stalin: Totalitarian Superpower, 1941-1990s’.

 

Bibliografie

Stephen Kotkin: Stalin. Volume I: Paradoxes of Power, 1878-1928., 2017, Penguin Books.

Stephen Kotkin: Stalin. Volume II: Waiting for Hitler, 1929-1941., 2017, Penguin Books.

 

Recensie door Stefaan Marteel

Geplaatst op 25/02/2022

Categorie: Biografie, Essays

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.