Proza, Recensies

Moederwoede

Soldaat, Matroos

Claire Kilroy (vert. Lidwien Biekmann)

In de zomer van 2012 was Claire Kilroy een van de meest beloftevolle en bejubelde Ierse schrijvers. Haar vierde roman, The Devil I Know, was net verschenen en John Banville, haar grote idool, had zich zelfs verwaardigd een blurb voor het boek te schrijven (‘smart, funny and stylish’). Maar na de boektoernee voor The Devil I know werd het plots stil, heel stil.

Hoewel Kilroy met de regelmaat van de klok om de drie jaar een roman had uitgebracht – De hele zomer in 2003, De violiste in 2006, Alle namen zijn veranderd in 2009, The Devil I Know in 2012 – was er in de zomer van 2015 van een nieuw boek geen spoor. Wel verscheen er in Winter Papers: Ireland’s Annual Arts Anthology een essay van haar hand, ‘F for Phone’, dat een verklaring voor de stilte bood. Kilroy was in november 2012 bevallen van een zoon en dat had haar leven overhoopgegooid. ‘It has been an angry few years’, schreef ze in 2015, ‘marked by countless inarticulate rages. Writing used to be the answer to all my problems – it enabled me to make something out of the bad things in my life, to use them – but now I can no longer write. So I can no longer fix my life.’ Na een verslag van een traumatische bevalling, van slaaptekort en frustratie, eindigt het essay hoopvol en vastberaden: ‘I want him to have a writer for a mother. This is the first step. These are my first words. Lawrence, I am back.’

Toch zou het nog tot 2023 duren voor het volgende boek er kwam en dit jaar werd Soldaat, Matroos in het Nederlands vertaald. De titel verwijst naar een Engels aftelrijmpje: ‘tinker, tailor, soldier, sailor, rich man, poor man, beggar man, thief’ (John le Carré gebruikte het eerder al als inspiratie voor de titel van een spionageroman die in 2011 verfilmd werd). Soldaat en matroos vormen in het boek de pseudoniemen waarmee Kilroy zichzelf en haar zoon aanduidt, want al omschrijft de flaptekst Soldaat, Matroos als een roman, het autobiografische gehalte is overduidelijk. Autofictie is wellicht de beste term.

 

Liefdesbrief

In Soldaat, Matroos richt de verteller zich tot haar zoon en vertelt openhartig en hartverscheurend over haar ervaringen en emoties tijdens de eerste drie jaar van haar moederschap. Allesverzengende liefde is een van die emoties en het boek is tot op zekere hoogte een liefdesbrief van een moeder aan haar zoon. ‘Weet je wat ik allemaal voor jou zou doen?’, vraagt Soldaat. ‘Ik hoop van niet. De vraag is wat ik niet voor jou zou doen. De wereld om ons heen dendert voort en ik bescherm jouw slapende lijfje met mijn armen, ik ben bereid de hemel te bezweren dat ik voor jou zou doden, dat ik anderen voor jou zou doden, dat ik mezelf zou doden.’

In figuurlijke zin is dat laatste al gebeurd. Soldaat vertelt haar zoon over een meisje dat ‘verdronk voordat jij geboren werd, seconden voordat jij werd geboren, terwijl ze jou op de wereld zette […] Je zou haar leuk gevonden hebben, dat meisje, maar ik heb haar voor dood achtergelaten. Dat moest wel. Dit was een taak voor een vrouw’. En zo traceert Soldaat, Matroos ook het rouwproces van de verteller, die langzaamaan afscheid leert nemen van wie ze was voor ze moeder werd: onafhankelijk, zorgeloos, gelijkwaardig en geliefd. Terwijl ze haar peuter op de schommel duwt, kijkt ze met afgunst naar jonge vrouwen die op hoge hakken naar kantoor gaan en denkt: ‘Hakken en jurken, altijd mooie kleren. Een andere tijd, een verdwenen beschaving. Afgezette vorsten.’ Frustratie is er ook, natuurlijk, over een leven dat blijft stilstaan, zelfs helemaal voorbij lijkt.

Maar de sterkste emotie in Soldaat, Matroos is ongetwijfeld woede. Soldaat is boos op de mensen (vooral mannen) die niet uit de weg gaan voor een kinderwagen op het trottoir, afkeurend kijken naar jengelende peuters in de supermarkt, onverantwoord hard door woonstraten sjezen, en zich nooit aan de schoolpoort of in de speeltuin laten zien. Ze is ook boos op de maatschappij die jonge moeders aan hun lot overlaat, kinderopvang onbetaalbaar maakt en genderongelijkheid in stand houdt. Waar ze als jonge vrouw in een illusie van gelijkwaardigheid leefde, zegt ze, heeft het moederschap haar de ogen geopend: ‘ik was al die tijd op weg geweest naar de grote kloof die moederschap heet, en nu ik daarin op de bodem zat en door mijn hersenmist omhoog keek naar de wereld, zag ik hoe op z’n zachtst gezegd naïef het van me was geweest om te denken dat het wereldrijk en het patriarchaat dood waren. Ze waren niet alleen levend en wel, maar ze hadden ook gewonnen.’

Bovenal is ze boos op haar echtgenoot, die niet – of zelden – helpt. Hij slaapt in de logeerkamer om niet wakker te worden van Matroos’ gehuil, hij vertrekt ’s morgens naar kantoor en komt pas thuis als het kind al in bed ligt. De ene keer dat hij moet ‘babysitten’ belt hij om te vragen wat de kleine eet, en hij laat de al uitgeputte Soldaat doodleuk alleen voor een golfweekend met de maten. Deze woede, vermengd met afgunst voor een leven dat doorgaat, een lichaam dat ongeschonden is, gaat in crescendo door het hele boek, ook al beseft Soldaat dat hun huwelijk slechts de normale verwachtingen en rolpatronen herhaalt: ‘ik huilde boven de uien en ik hakte de wortels. Ik ben vast niet de eerste vrouw die zich afvraagt hoeveel groenten ze al heeft schoongemaakt. Dat getal zou op onze grafsteen moeten staan: Deze vrouw heeft zo- en zoveel ton aardappels geschild, een applaus voor mevrouw Zus en zo! En haar man? Nou, die heeft ze alleen maar opgegeten.’

 

Genderapartheid

Deze intense maalstroom van woede, wrok en wanhoop onderscheidt Soldaat, Matroos van andere moederschapsboeken die de laatste jaren verschenen zijn, van de hand van schrijvers als Rachel Cusk, Sarah Moss, Jenny Offill en, in Ireland, Doireann Ní Ghríofa en Anne Enright. Door vastberaden het rozige beeld van moederschap te doorprikken, beschrijven deze werken de lichamelijke schok van de geboorte, de horror van slapeloze nachten, de ondankbare repetitiviteit van zorgtaken, de driftbuien van puberende peuters, en de verbetenheid van bezorgde moeders. Dit alles vinden we ook in Soldaat, Matroos, maar meer dan deze auteurs trekt Kilroy de lezer mee in de beklemmende innerlijke wereld van een moeder die hele dagen alleen zit met haar kind. Korte, onaffe zinnen verraden haar gejaagdheid en met herhalingen onderstreept ze de kracht van haar emoties:

Chaos was het milieu dat ik bewoonde sinds jij in mijn leven kwam, sinds je het werd. Ik veegde de chaos in zwarte plastic zakken, dumpte de zakken in de kofferbak van de auto. Weer naar boven om al mijn kleren van de hangertjes te trekken. Naden scheurden, knopen sprongen los. Mijn kleren, sommige mooi, pasten me niet meer. Verlies van mezelf, verlies van mezelf – onverdraaglijk.

Deze passage komt uit het eerste hoofdstuk, dat de lezer meteen midden in een crisis trekt: na een vlammende ruzie met haar echtgenoot en (weer maar eens) een slapeloze nacht is Soldaat vastbesloten haar kind achter te laten voor een andere, ‘betere’ moeder. Ze ruimt maniakaal het huis op en loopt met de kinderwagen door bos en heide, op zoek naar een geschikte plek voor het afscheid. Haar gedachten gaan chaotisch alle kanten op en haar liefde voert een strijd met haar wanhoop. Met deze intense en adembenemend geschreven openingsscène maakt Kilroy de lezer heel effectief deelgenoot aan de waanzin van de verteller.

In de volgende hoofdstukken krijgen we een iets beheerster, maar even pakkend relaas van haar ervaringen. Maar net als het gehuil van haar kind haar dagen en nachten onderbreekt, zo wordt ook haar verhaal onderbroken door herinneringen aan haar vroegere leven, wrange beschouwingen over de toestand van de wereld, en woorden van advies aan de zoon die dit later zal lezen: ‘Zo moet jij niet worden, Matroos’ klinkt het geregeld als ze het gedrag van haar echtgenoot of andere mannen beschrijft. Of ‘jij wordt geen lul, want ik heb jou wel beter geleerd. Word een astronaut, een verpleger, een postbode, maakt niet uit. Als je maar geen lul wordt.’

Een positiever rolmodel voor haar zoon geeft Soldaat in de vorm van een vriend, die ze tegenkomt in het park. Deze thuisblijvende vader, die voor zijn drie kleine kinderen zorgt, is een unicum in het park dat overdag door ‘genderapartheid’ geregeerd wordt en biedt Soldaat een aanknopingspunt met wie ze was voor ze moeder werd. De snedige dialogen tussen beiden brengen ook lichtheid in het boek, net als de hilarische en herkenbare taferelen uit het leven met een peuter: de strijd om een onwillig kind in de autostoel te krijgen, de onderhandelingen over eten, de paniek als je een kind kwijtraakt in IKEA, en wat er allemaal misgaat als je op tijd de deur uit wil: ‘Het was al na tienen. Ik had je ontbijt erin gekregen, wat lastiger was dan het klinkt. Ik had je verschoond, aangekleed – ook lastiger dan het klinkt. Je wilde niet verschoond worden, je wilde niet aangekleed worden. Ik pakte je schoentje maar zag dat je je sok had uitgetrokken. Ik deed de sok weer aan terwijl jij de andere uittrok. Ik deed die ook weer aan, en toen trok jij de eerste uit. O, het was zo’n stom gedoe. Mensen denken dat het heel simpel is om voor een baby te zorgen. Dat weet ik, want dat dacht ik vroeger ook.’ Kilroy kan het komische gehalte van dergelijke situaties heel goed aanboren, met de nodige dosis ironie en zelfrelativering.

Dat mensen snel een oordeel vellen over moeders (en dat niet zelden uiten), daar is Soldaat zich van bewust. En ook dat moeders steevast de schuld krijgen van alles  wat er met hun kind ooit misloopt. Sommige lezers zullen vinden dat de verteller overdrijft, dat het allemaal zo erg niet is. Ze heeft het moederschap zelf gekozen, dus kan ze het maar beter omarmen, of op z’n minst aanvaarden. Hoewel duidelijk is dat Soldaat zichzelf saboteert met haar aanhoudende wrok, is haar woede toch ook een krachtig signaal. Misschien aanvaarden vrouwen nog steeds te veel en is er een strijdende soldaat nodig om verandering te brengen. Dit prachtige en aangrijpende boek is dan ook niet enkel leesvoer voor jonge ouders. Het is een aanrader voor iedereen die wil ervaren hoe het voelt om moeder te worden en die wil leren hoe moeders beter ondersteund kunnen worden.

Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2026
Vertaald door: Lidwien Biekmann
ISBN 9789038816562
254p.

Geplaatst op 28/03/2026

Tags: Claire Kilroy, Gender, Moederschap

Categorie: Proza, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.