Proza, Recensies

Een archief van het absurde

THUIS

Evelin Brosi

Thuis bestaat vijfentwintig jaar. Net als ik. Ik lag nog in de luiers toen de eerste aflevering van Thuis op het beeldscherm verscheen in talloze Vlaamse woonkamers en Frank Bomans af wilde van zijn zoveelste minnares, Simonne Backx. Sindsdien is de langlopende Vlaamse soap altijd een ruis geweest op de achtergrond van mijn bestaan. Zelfs als je geen kijker bent, dan nog is er geen ontsnappen aan Thuis. Er is altijd wel iemand die naar de soap verwijst. Voor een aanzienlijk percentage van de Vlamingen maakt de soap deel uit van hun repertoire aan culturele referenties. Er wordt wel eens gezegd dat er geen maatschappelijk thema is of het wordt opgevoerd in Thuis. De serie haalt bovendien dagelijks kijkcijfers die boven het miljoen uitstijgen en de meeste personages hebben hun eigen Wikipediapagina.

De wikipediapagina’s zijn erg handig bij het lezen van THUIS (2020) van Evelin Brosi, een van de vele alter ego’s van de artistieke duizendpoot Boris Van den Eynden. Eerder publiceerde Brosi bij uitgeverij het balanseer al het visuele gedicht 34650 seconden (2017), waarin permutaties met de letters van het woord ‘Mississippi’ meanderende vormen aannemen en de roman 3968 (2018), waarin alle woorden van George Orwells 1984 (1949) verdubbeld worden. In THUIS plaatst hij samenvattingen van vijfentwintig jaar Thuis-afleveringen chronologisch op een rij in een doorlopende tekst zonder tussentitels, alinea’s of witregels. Zelf noemt  Brosi dat op performatieve wijze een ‘ontwikkelingsroman’, waarmee hij de mogelijkheden van het romangenre oprekt. Door Brosi’s roman verplaatst de Thuis-ruis zich plots naar de voorgrond, waardoor je kritisch kunt onderzoeken wat eerst te banaal, alomtegenwoordig en evident leek om serieus aandacht aan te schenken. THUIS is zo in zekere zin een roman over de ontwikkeling van het Vlaamse zelfbeeld in de afgelopen kwarteeuw. Het boek is vormgegeven als een rode baksteen, wat een knipoog lijkt naar het aloude cliché dat de Vlaming is geboren met een baksteen in de maag.

Uncreative writing

Evelin Brosi noemt zichzelf geen schrijver, maar een ‘tekstverwerker’, en daarmee kunnen we hem in een internationale traditie plaatsen die uncreative writing of conceptual writing heet. Volgens Kenneth Goldsmith, de voornaamste pleitbezorger van de beweging, is de opkomst van het web voor de literatuur wat fotografie was voor de schilderkunst. Geconfronteerd met een situatie van digitale tekstuele overvloed worden uncreative writers tekstverwerkers of informatiemanagers. Op procedurele wijze verzamelen, ordenen en manipuleren ze de taal die al beschikbaar is in de wereld, verplaatsen ze informatie van de ene plek naar de andere, gieten ze content van het ene medium in het andere. Bekende voorbeelden van conceptual writing zijn Day (2003), waarin Kenneth Goldsmith van de New York Times van 1 september 2000 een 900 pagina’s tellend boek maakt, en het controversiële Statement of Facts (2010) – waarin advocaat en schrijver Vanessa Place gerechtelijke documenten over verkrachtingszaken compileert.

Voor zover ik weet, zijn er in Vlaanderen en Nederland geen andere uncreative writers naast Evelin Brosi. Waar Brosi dus in internationaal perspectief helemaal niet origineel is, is hij in Nederlandstalige context een witte raaf, des te meer omdat hij teksten genereert met behulp van computerscripts en op basis van computationele principes. Uiteenlopende schrijvers als Paul Van Ostaijen, Bert Schierbeek, Armando, Sybren Polet, Daniël Robberechts, Jeroen Mettes en Maarten Van der Graaff maakten eerder al gebruik van appropriatie, collage en ready-mades, maar niet in op de schaal waarop Brosi dat doet. Enno Develing deed dat wel, maar zonder computer, terwijl Gerrit Krol en Greta Monach al poëzie genereerden met behulp van programmeertaal, maar daarmee eigen teksten schreven en niet approprieerden. Boris Van den Eynden is immmers, net als Goldsmith, geen strikt literaire auteur. Hij is een kunstenaar, en in de kunst van de afgelopen eeuw is appropriatie schering en inslag.

Taalglaneur: de schrijver als verzamelaar

In haar documentairefilm Les Glaneurs et la Glaneuse (2000) bestudeert de Franse regisseur Agnès Varda verschillende vormen van glaner: het verzamelen van wat anderen hebben weggesmeten of niet belangrijk genoeg vonden om te sparen. Glaneurs  in de oorspronkelijke betekenis zijn mensen die aardappelen, tarwe of andere gewassen die overblijven op een veld na de oogst oprapen. Varda heeft echter aandacht voor verschillende vormen van het fenomeen: mensen bijvoorbeeld die kunst maken met behulp van afval en weggeworpen materiaal zoals flesdopjes of oude meubels.

Zo ook is Evelin Brosi een glaneur. Een synopsis van een populaire soap in een tv-gids is een vorm van taalgebruik die voor de meeste mensen te banaal is om bij stil te staan. Zoals sommige glaneurs flesdopjes oprapen om er prachtige kunst mee te maken, zo verzamelt Evelin Brosi wegwerptaal om er een magnifieke literaire tekst mee te bouwen. Hij deed dat al op jonge leeftijd, want naar eigen zeggen groeide hij op in een krantenwinkel en had hij geen televisie thuis. Hij keek televisie door synopsissen in dagbladen te lezen, en zo begon hij ook synopsissen van Thuis te verzamelen, eerst manueel, maar later ook geautomatiseerd via web scraping. Voor een taalglaneur als Evelin Brosi wordt schrijven zo een vorm van verzamelen of archiveren van talig wegwerpmateriaal. De synopsissen van de soap waren nooit bedoeld om langer dan een paar dagen relevant te zijn, voor de schrijver noch voor de lezer ervan. Ze waren zeker nooit bedoeld om deel uit te maken van een grote doorlopende tekst. Niemand anders dan Brosi had het geniale idee om ze bij elkaar te plaatsen en daardoor zouden we kunnen stellen dat hij wel degelijk de auteur is van deze waanzinnige roman.

Thuis op afstand: nergens beter dan thuis?

Wat de verzameling van Brosi interessanter maakt dan zijn vorig werk, is de keuze van het materiaal: een van de populairste Vlaamse soaps ooit, een televisieprogramma dat de afgelopen vijfentwintig jaar voor een niet te onderschatten deel heeft bijgedragen aan de constructie van een Vlaamse identiteit. Het is materiaal dat op zichzelf al enorm geladen is, vol clichématige scripts en culturele stereotypen. Het personage Frank toont bijvoorbeeld een heel masculiene vorm van Vlaamse mannelijkheid: de ‘ruwe bolster met blanke pit’ die zich lomp gedraagt, zijn gevoelens opkropt en al eens een scheve schaats rijdt. Een hele reeks ondernemende personages passeert de revue, die typisch Vlaamse projecten uit de grond stampen zoals een broodjeszaak of een loodgietersbedrijf, waarbij er vaak stevig gesjoemeld wordt.  In tegenstelling tot een soap als  F.C. De Kampioenen evolueerde Thuis mee met zijn tijd: settings veranderden, de cast werd een stukje diverser, en nieuwe maatschappelijk thema’s kwamen aan bod. Zo werden trans personen veel zichtbaarder in Vlaanderen toen de trans vrouw Kaat Bomans in de serie verscheen. Zo is er wel sprake van een ontwikkeling in de serie Thuis en het boek THUIS, maar tegelijk volgen ze de aloude plotstructuren van de soap en zitten de personages gevangen in een loop, een eeuwige terugkeer van hetzelfde.

Waar je de serie normaal gezien te verwerken krijgt in porties van één aflevering, vlieg je met het boek van Brosi razendsnel door de seizoenen, aangezien elke aflevering slechts in een paar korte zinnen wordt samengevat. De opeenvolging van zinnetjes is vaak lachwekkend:

Tom gaat op zoek naar Robbe, maar wordt geconfronteerd met een merkwaardige foto van Rebecca. Wanneer Robbe opduikt wil hij Tom aan de hoogste boom ophangen. Door het vastberaden optreden van Frank kan de schade in de stallen van Ter Smissen beperkt worden. Peggy is Frank zeer dankbaar, maar laat zich niet beïnvloeden: de echtscheiding moet doorgaan. En er is natuurlijk nog een cruciale vraag: van wie is het onbekende lijk?

Of wat dacht je van deze verhaaldraad?

Frank en Simonne zijn heel nieuwsgierig naar de aanbidder van Florke. […] Florke vraagt zich ook af wie ‘redder’ zou kunnen zijn. […] Florke herinnert zich wie haar redder zou kunnen zijn. Frank, Simonne en Florke gaan op zoek naar de ‘rijke redder in nood’ van Florke. […] Florke beweert dat ze nog altijd niet weet wie haar aanbidder is. […] Frank en Simonne komen net te laat om de vriend van Florke te ontmoeten. […] Florke wil mooi uitgedost zijn voor de afspraak met haar vriend. […] Florke krijgt haar zin en gaat met Simonne op pad. […] De grote confrontatie van de familie Bomans met de vriend van Florke loopt slecht af.

Een scène of aflevering van Thuis is vaak al lachwekkend omdat die zo melodramatisch en slecht geacteerdis, maar wat gebeurt er als je met Brosi uitzoomt en als het ware een dynamisch mozaïek ziet van die duizenden afleveringen? Dan wordt een soort distant reading van Thuis mogelijk, en zie je de ongelofelijke absurditeit van het geheel. Een toneelstuk van Samuel Beckett of Eugène Ionesco verbleekt erbij. Hoeveel moorden, verkrachtingen, ontvoeringen, ongelukken, hartaanvallen, branden, seksistische, racistische, homo- en transfobe voorvallen, pesterijen, vetes, afpersingen, oplichterijen, inbraken, financiële moeilijkheden, sektes  dubbelgangers, verslavingen, mentale problemen, operaties, coma’s, terminale ziektes, vechtscheidingen, conflicting love interests, affaires, mishandelingen, duistere familiegeheimen en terugkerende doden kan een dorp aan voor iedereen krankzinnig wordt? Erg veel, zo blijkt. Thuis is zo bekeken een eindeloze, seriële herhaling met variatie van trauma. Ik krijg soms medelijden met de personages, nooit hebben ze eens rust. Om de haverklap krijgen ze ‘onverwacht bezoek’ of wacht hen een ‘onaangename verrassing’, ‘confrontatie’, ‘vervelende situatie’ of ‘akelige ontdekking’ waarop ze ‘drastische maatregelen’ of een ‘ingrijpend besluit’ moeten nemen.

Niet enkel het verhaal, maar ook de vertelling van THUIS is absurd. De niet aflatende stroom van namen en de parallelle, simpele syntaxis zorgen voor een dreunend, bezwerend ritme. THUIS lezen krijgt zo net als het verzamelen van de synopsissen iets mechanisch. Bovendien is de vertelling extreem springerig en zit hij vol ellipsen en vage verwijzingen (‘het voorval van gisteren’, ‘de spanningen’, ‘wat Luc Simonne aandeed’) die niet uitgelegd worden. Zo duikt er in het bovenstaande citaat plots een lijk op. Dit herinnert ons er aan dat we niet de serie zelf ervaren, maar een mediatie ervan via synopsissen. Een synopsis functioneert in zijn originele context als smaakmaker en moet de lezer nieuwsgierig maken door tegelijk aan te kondigen en cruciale informatie achter te houden. In THUIS probeer je zo als lezer tevergeefs alle verhaalelementen bij elkaar te puzzelen. Zoals de stukken in een archief slechts fragmentarisch verwijzen naar een verleden, maar dat verleden zelf nooit vatten, zo verwijzen de synopsissen hier naar de serie. Het archief van Brosi is daarenboven onbetrouwbaar: zinnen duiken op waar ze niet thuishoren. Onderaan bladzijde 120 bijvoorbeeld keren zinnen terug die eerder op respectievelijk pagina 119 en 117 te vinden waren, waardoor het verhaal even kortsluit. Is het een bug of een feature? THUIS lezen is een onverwacht bijzondere ervaring, het boek is meer dan een concept: je waart rond in het unheimlich archief van Vlaanderens zelfbeeld, een archief van het absurde. There’s no place like home.

 

Recensie: THUIS van Evelin Brosi door Ewoud Goethals

het balanseer, Gent, 2020

Geplaatst op 22/04/2021

Tags: Evelin Brosi, Soap

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.