Deel Facebook Twitter / X LinkedIn
Een vluchteling heeft geen land, geen staat die bescherming biedt, geen thuis om naar terug te keren. In Yoko Tawada’s Verspreid over de aarde hebben sommigen onder hen ook letterlijk geen land meer. De roman opent met een vertelling door Hiruko die in Europa woont omdat haar land – dat vrij sterke gelijkenissen vertoont met Japan, maar altijd ‘het land van sushi’ genoemd wordt – van de aardbol verdwenen is. Waarom en hoe dat gebeurd is, blijft vaag, maar de moderne lezer beschikt over voldoende apocalyptische denkbeelden om dat zelf in te vullen: aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen. Hiruko’s wens is om iemand te vinden die uit hetzelfde land komt, zodat ze eindelijk iemand heeft om nog eens haar eigen taal mee te spreken.
Taal is een centraal thema van Verspreid over de aarde. De roman is gestructureerd volgens tien hoofdstukken die afwisselend door de personages van het reisgezelschap verteld worden. Elk van hen heeft een unieke linguïstische context: Een Japanse, een Indiër, een Deen, en een Duitse. Het gezelschap is een representatie van wat Europa kan zijn: een gebied dat ondanks al zijn onbegrijpelijke disjuncties verbindingen kan creëren. De roman onderzoekt de manier waarop zij, ondanks de afstand die taal schept, dichter bij elkaar komen en een intiem groepsverband vinden. Zo heb je bijvoorbeeld Nanoek, die vanuit Groenland naar het vasteland van Europa verhuist en zich daar het Japans meester maakt om een andere identiteit aan te nemen. Die identiteit wekt de interesse van Hiruko, maar zij stuit op teleurstelling wanneer ze ontdekt dat Nanoek geen moedertaalspreker is. Toch vinden ze een geborgenheid bij elkaar. Hiruko omdat ze Japans kan spreken, Nanoek omdat hij gehoord wordt in een taal waarvan hij dacht dat het hem een nieuw leven schenkt.
Hiruko’s zoektocht naar haar moedertaal is de lijm die alle vertellers bij elkaar brengt, maar het is ook het obstakel dat ze moeten overwinnen om tot waardevolle communicatie te komen. Deze fascinatie met taal is ingebed in Tawada’s biografie. Haar studies in Russische en Duitse literatuur brachten haar in contact met een breed palet aan talen. Vandaag schrijft ze zowel in het Japans als in het Duits. In beide taalgebieden kan ze op grote erkenning rekenen. De meertaligheid die haar personages kenmerkt, en de onbestemdheid die daaruit voortvloeit, is dus een directe reflectie van haar eigen schrijfpraktijk en zien we terug in haar hele oeuvre.
De thematiek van meertaligheid wordt expliciet in de essayistische passages, die typisch zijn voor Tawada’s zoekende vertelling. Klanken, woorden en uitdrukkingen komen regelmatig onder de loep te liggen. Zoals wanneer ze het heeft over een krachtmeting tussen twee koks:
De term ‘krachtmeting’ was wellicht wat te ouderwets, viel me meteen hierna te binnen, zoals ‘bakekurabe’ dat was voor het spelletje tussen de wasbeerhond en de vos. Hoe moest je een evenement noemen waarbij koks het met hun kookkunsten tegen elkaar opnemen? Wie weet zou verrassend genoeg het merendeel van de mensen zich ervan afmaken door ongeoorloofd het Engelse ‘competition’ als leenwoord te gebruiken.
Die onbestemdheid van taal zet zich voort in de regels van Tawada’s verhaalwereld . Ik zou het een soort ‘stille dystopie’ durven noemen. Je hebt als lezer nooit het gevoel dat je thuishoort in de verhaalwereld, want je krijgt nooit volledig grip op de coherentie van de verhaalwereld. Je blijft met vragen zitten als: Waar is de Japanse gemeenschap gebleven? Zijn er nog landen verdwenen? En wat voor effect heeft die verdwijning op de verhouding tussen landen? Je weet eigenlijk ook niet goed hoe onze wereld zich tot die van Tawada verhoudt in de tijd. Zitten we in het heden, het verleden of de toekomst? Er vinden wel herkenbare gebeurtenissen plaats, maar ze worden nooit definitief herkenbaar gemaakt – zoals een terroristische aanslag in Oslo die mogelijk door de neonazistische Anders Breivik gepleegd werd, maar dat wordt nooit bevestigd. Net zoals je ook bij het leren van een taal het gevoel kan hebben dat je je constant op glad ijs begeeft, biedt Tawada’s wereld nooit de zekerheid dat je hem als lezer volledig beheerst.
Die ervaring van vervreemding is natuurlijk ook een spiegel van de ervaring die reizigers meemaken. Nanoek maakt bijvoorbeeld de vreemde observatie: ‘In dit land werden warme dranken nooit koud, hoelang je ook wachtte.’ Toch weet ook net Nanoek een nieuwe identiteit te vinden door een nieuwe taal te leren. Door Japans te leren, in een sushirestaurant te werken en de naam Tenzo aan te nemen kan hij vluchten van de druk die hij thuis ervaart. Dit is dan ook het verbluffende potentieel van al die onbestemdheid: ze biedt een opening de zoektocht naar iets nieuws. Dat merk je trouwens ook in de Japanse titel ‘Chikyuu ni chiribamerarete’, waarin die ‘chiribamerarete’ niet alleen ‘verspreiden’ betekent maar ook het inleggen van bijvoorbeeld edelstenen in een stof. Het ene materiaal wordt gelegd in een andere, vreemd materiaal, maar net door dat contrast ontstaat schoonheid.
In de structuur van Tawada’s zinnen merk je echter weinig van die meertaligheid. Men zegt weleens dat haar Duits bijzonder is, dat het een unieke vorm van creativiteit bezit net vanwege haar tweetaligheid. De vraag is echter of dat Duits, of een van de andere talen die ze meester is, invloed hebben gehad op haar Japans. Aangezien dit ook nog eens een Nederlandstalige vertaling is, ben je als lezer nog een stap verder verwijderd van Tawada’s eigen taalgebruik. Ik heb geen Japanse versie van de roman voorhanden om dit zelf in te schatten. Het is daarom meer een vraag die gericht is aan de vertaler, Luk Van Haute: hoe voelt het om Tawada’s taal te vertalen? In ieder geval, het feit dat we hier een vertaling in handen hebben voegt nog een extra laag toe aan de prominente thematische aanwezigheid van meertaligheid in de roman. Ook in de vertaaldaad heerst er een constante onbestemdheid: een afstand tussen talen die de vertaler zo goed mogelijk moet dichten, ondanks de imperfecties die er altijd zullen zijn.
Onbestemdheid heerst voorlopig ook nog in mijn leeservaring van Verspreid over de aarde. Zowel op vlak van het thema als het verhaal wekt dit boek een hoop vragen op, wat in mijn ogen noodzakelijk is voor een goed boek. Het verhaal stroomt Het enige probleem met dit verhaal is dat het een eerste deel van een trilogie is die tot nog toe onvoltooid is gebleven. Het verhaal zit daarom vol losse eindjes. Zal Hiruko ooit iemand vinden met dezelfde moedertaal? Hoe gaat het verder met Knuts moeder? Zulke onbeantwoorde verwachtingen zal Tawada hopelijk nog inlossen. Of niet, wat ook weer zou aansluiten bij haar fascinatie voor onbestemdheid. In ieder geval zullen we moeten wachten op de vertalingen, waardoor je met een onwennig gevoel achterblijft – de onzekerheid van het wachten.
Reacties
Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.