Proza, Signalement

Signalement: In het Siberisch ongeluk gestort

BAM

Een reis van niets naar niets

Jelle Brandt Corstius

De inwoners van Siberië noemen het Europese deel van Rusland “het vasteland”. De reistijden worden uitgedrukt in dagen, niet in uren. Buitenlanders vallen op doordat ze nieuwsgierig om zich heen kijken, wijzen naar alles wat kapot is en een mening over dingen hebben. De fascinatie van Jelle Brandt Corstius, Nederlands schrijver, journalist en televisiemaker, begon toen hij in zijn schoolatlas naar de kaart van Siberië keek. Die zag er helemaal anders uit dan die van Europa of Azië: hier en daar een paar steden langs een spoorlijn, maar verder enkel leegte. Wat gebeurde er in die leegte? Woonden er mensen en hoe zag het leven er daar uit?

Een tekstje in de Grote Bosatlas legde uit dat er een nieuwe spoorlijn werd aangelegd in Siberië, de Baikal-Amoer Magistrale, oftewel de BAM. De BAM moest een alternatief vormen voor de Trans-Siberische spoorweg, die volgens de Sovjetregering te dicht in de buurt van de Chinese grens lag en daarmee een strategische achilleshiel vormde. Volgens Leonid Brezjnev, de leider van de Sovjet-Unie tussen 1964 en 1984, zou de BAM “het constructieproject van de eeuw worden”. Uiteraard wilde de achtjarige Corstius erheen.

 

Lelijk

Maar net als het verlangen van de kleine Jelle moest de BAM ondanks een geweldig enthousiasme rekening houden met vertraging en slechte planning: de spoorlijn liep dwars door bergen, moerassen en een paar duizend kilometer permafrost heen. Toen de spoorweg uiteindelijk opende in 1991, was de val van de Sovjet-Unie al niet meer veraf. Toen begon de miserie pas echt. De tienduizenden Russen die naar Siberië getrokken waren om aan de BAM te bouwen, zaten plots zonder werk en hun pensioentje was minimaal. In plaats van uit te groeien tot industriële metropolen, liepen de stadjes langs de spoorweg leeg. Alleen de oude BAM’ers, die geloofden dat de spoorlijn hen nog iets verschuldigd was, bleven.

Wat Corstius naar de BAM trekt, is zijn liefde voor lelijkheid en vergane glorie. De mensen, huizen en fabrieken die hij tijdens zijn reis door Siberië tegenkomt, zijn er inderdaad belabberd aan toe. ‘Lelijkheid is schoonheid die niet in de ziel kan blijven,’ citeert Corstius de Russische dichter Boris Ryzji, en even later: ‘Ik heb zo vaak dat ik gebouwen of mensen mooi vind van lelijkheid.’

 

Absurd

In Rusland mag je nooit alleen op reis, want als je aan het einde van de dag niemand hebt om alle onzin die je overkomen is mee te delen, word je gek. Maar ook met gezelschap kan het misgaan: wanneer Corstius samen met zijn vader voor het eerst een poging onderneemt om de BAM af te reizen, geeft zijn vader er al snel de brui aan. ‘Als je uit je hotelkamer wordt gegooid omdat andere mensen meer voor je kamer betalen. Of dat je als vegetariër in Siberië de keuze hebt tussen een bord rijst of een tomaat.’ Als je daar de lol niet van kan inzien, aldus Corstius, heb je hier weinig te zoeken.

Jaren later is Corstius beter gewapend om de BAM-spoorlijn opnieuw aan te pakken: zijn reisgenoten zijn twee artistieke vrienden die wel wat absurditeit gewend zijn in hun leven, en Corstius zelf heeft ondertussen het label ‘Ruslandkenner’ verdiend. Als sponsor strikken ze Fjällräven, dat reizen in Siberië als een soort extreme sport ziet. Vol goede moed vatten ze de tocht weer aan. Het is uiteindelijk maar een treinreisje en hun bergschoenen zijn splinternieuw.

 

Anders

In Rusland verloopt echter niets zoals verwacht. Er is een reden waarom dit land mensen intrigeert, en dat is omdat Rusland anders is. Omdat niets er werkt, omdat de logica van vraag en aanbod niet opgaat, omdat efficiëntie onderdoet voor nostalgie, omdat het een plek is waarvan het grootste deel eigenlijk onbewoonbaar zou moeten zijn doordat min dertig er doorgaat voor een lentebriesje. Het verslag van Corstius is een opeenvolging van bizarre avonturen, bittere Sovjet-nostalgie en bijtende kou. Een slager op de markt van Tynda laat zijn koopwaar zes maanden lang in de buitenlucht liggen: ‘Leven in een vrieskelder heeft zo zijn voordelen.’

Het reisverhaal van Corstius wordt ondersteund door tekeningen en foto’s van zijn twee reisgenoten, Aldo van den Broeck en Fabian Hahne. De jongensachtige Aldo en de stoïcijnse Fabian fungeren als herkenbare sidekicks in een moeilijk te begrijpen land.

Inderdaad lijkt de logica soms zoek en is het Siberische rariteitenkabinet soms eindeloos. Daardoor leest het boek natuurlijk als een trein (sorry), maar omdat het zo flinterdun is (130 pagina’s), slaagt het er niet in om een groots reisverhaal te worden waarin je meegezogen wordt. Dat was wellicht ook niet de bedoeling van Corstius, maar wanneer je een goed boek op één dag uit hebt, overvalt je toch een soort tristesse, een soort beteuterde Sovjet-nostalgie: wat jammer dat het al voorbij is, maar misschien is het beter zo, voordat ik zelf echt zin krijg om mijn koffers te pakken en me in het Siberische ongeluk te storten.

 

Recensie: BAM van Jelle Brandt Corstius door Pieter van de Walle

Das Mag, Amsterdam, 2019

Geplaatst op 15/06/2020

Tags: bam, een reis van niets naar niets, jelle brandt corstius, recensent, siberië

Categorie: Proza, Signalement

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.