Proza, Recensies

Een geometrische revolutie

De zeven gekken

Roberto Arlt (vert. Mariolein Sabarte Belacortu)

Curtis Yarvin, Peter Thiel, Marc Andreessen, Nick Land, J.D. Vance, Russell Vought – en een niet onbelangrijke rol voor Andrew Tate: mocht Roberto Arlt (1900-1942) zijn roman uit 1929, De zeven gekken, in hedendaags Amerika hebben gesitueerd, zouden de personages al voorhanden zijn. Het project waar Arlts ‘Astroloog’ op broedt doet onophoudelijk denken aan het neoreactionaire gedachtegoed van locos als Yarvin of Thiel. Zij staan een maatschappij voor die als een bedrijf wordt bestuurd, met een CEO als staatsleider (en waarvan Trump slechts de wegbereider is). Alles om de staat zo efficiënt mogelijk te maken. Wat betekent dat moraliteit er geen plaats heeft: Andrew Tate kan de rol spelen van de ‘Pooier’, die er een erezaak van maakt vrouwen zoveel mogelijk te exploiteren en de taak krijgt het geld binnen te halen door overal bordelen op te zetten. Het mag dan gemakzuchtig zijn om een moderne klassieker als brandend actueel te bestempelen, hier lijken Buenos Aires en Washington D.C. toch wel akelig hard op elkaar.

De Argentijnse hoofdstad in de jaren 20 is het decor van deze stadsroman, maar zoals de vergelijking hierboven al aangeeft, zou het scenario zich overal en altijd kunnen afspelen. Arlt schetst de eerste stappen van een revolutionaire beweging, die draait rond één centrale figuur, ‘De Astroloog’. Met zijn charisma verzamelt hij intelligente en meedogenloze mensen rond hem. Een van hen is de uitvinder Augusto Remo Erdosain, de protagonist. Door een persoonlijke crisis – hij wordt ontslagen na diefstal en zijn vrouw Elsa gaat ervandoor met een ander – raakt hij geïnteresseerd in het project van De Astroloog. Hij hoopt erdoor Barsut te kunnen doden, de man die hem bij zijn werkgever had verklikt. In de eerste helft van de roman staan Erdosains psychische roerselen centraal. We leren een moderne Raskolnikov – of anti-Raskolnikov – kennen die meer en meer opschuift in de richting van de misdaad. Pas in de tweede helft krijgt het nieuwe maatschappijbeeld de hoofdrol. De zeven gekken, in een schitterende nieuwe vertaling door Mariolein Sabarte Belacortu, toont dat totalitarisme geen onpersoonlijk apparaat is, maar uit individuen bestaat. En hoe onnozel die in het begin wel lijken. (De vlammenwerpers, het in 1931 verschenen vervolg op De zeven gekken, verhaalt over de verdere ontwikkeling van het anarchistische complot. Een Nederlandse vertaling door Marjo Starink verscheen in 1994 bij Coppens & Frenks.)

 

De Argentijnse Dostojevski

Erdosain komt het plan van De Astroloog toevallig te weten. Onder de noemer van een ‘industrieel mysticisme’ wil die het volk een gelukzalige leugen voorschotelen:

 

[I]k weet niet of ons genootschap bolsjewistisch of fascistisch zal worden. Soms ben ik geneigd te denken dat het het beste is om een Russische salade te maken waar zelfs God niets van begrijpt. […] Wat ik voorlopig wil doen is een blok vormen waar alle mogelijke menselijke verwachtingen zich kunnen consolideren. […] Bovendien gaan we lieden opnemen die een plan hebben om het universum te hervormen, bankbedienden die miljonair willen worden en mislukte uitvinders – voelt u zich niet aangesproken, Erdosain? –, mensen die waar dan ook ontslagen zijn en degenen die net een proces achter de rug hebben en op straat staan zonder te weten welke kant ze op moeten…

 

Voor de revolutionaire kolonie heeft hij in gedachten ‘een ultramodern type, waar ieder lid en iedere aanhanger belangen in heeft en winsten opstrijkt’. Hij denkt dat de revolutionairen van de toekomst uitvinder-magnaten zijn als Ford en Edison. Niet geheel zonder verwantschap met de hoogtechnologische, gewelddadige kleptocratie die op dit eigenste moment over de oceaan voorbereid wordt.

Later, wanneer Erdosain aan de grond zit, begint hij zijn eigen ‘belangen’ bij dit complot in te zien. Hij overtuigt De Astroloog om Barsut te ontvoeren en hem te bestelen voor de goede zaak; voor Erdosain zou het de perfecte opportuniteit voor een moord zijn. Het ‘in ongenade gevallen genie’ zal zijn heil in het allerlaagste zoeken: ‘Barsut doden was een voorwaarde voor mijn bestaan zoals voor anderen het inademen van zuivere lucht.’

Geen wonder dat Erdosain wordt aangetrokken door het plan van De Astroloog. In het Buenos Aires dat Arlt beschrijft overheersen vervreemding, anomie en paranoia. Men gaat er gebukt onder de vrees om gek te worden, ‘straatangst’, stress. Visioenen overvallen het hoofdpersonage, net als het gevoel vast te zitten en over een ziel en lichaam te beschikken die zich geregeld van elkaar scheiden. Als een manier om controle te krijgen, houden personages in bepaalde scènes strak hun blik op één plek gericht.

Arlt wordt terecht de Argentijnse Dostojevski genoemd. Er is natuurlijk de vergelijking met Raskolnikov: net zoals het personage uit Misdaad en straf zoekt Erdosain zijn heil in de misdaad. Het zou het ultieme bewijs zijn dat hij bestaat. Andere personages lijken ook uit de pen van Dostojevski gekropen te zijn. De apotheker Ergueta, bijvoorbeeld, leeft volgens de letter van de Bijbel. In navolging van de relatie die Jezus met Maria Magdalena gehad zou hebben, trouwt hij met een prostituee. Ook bij Dostojevski houden sommige personages vast aan absurde geloofsregels om zichzelf te redden. De kring rond De Astroloog, ten slotte, heeft dezelfde nihilistische hang naar bloedige anarchie als de personages in Dostojevski’s Demonen.

Bovenal heeft de Argentijn een talent voor rake, bondige karaktertekeningen. ‘Hij sprak met spottende kalmte, met het soort flegma van een man van het platteland die weet dat hij door zijn ervaring met de natuur altijd een uitweg weet uit de ingewikkeldste situaties.’ Hoe herkenbaar! Of, in een meer existentieel register: ‘Hij deed niet anders dan zichzelf onderzoeken, analyseren wat hem overkwam, alsof alle details bij elkaar hem de zekerheid konden geven dat hij leefde.’ Een laatste, o zo juist: ‘Is het u weleens opgevallen dat er dagen zijn waarop bepaalde woorden je als bommen in de oren klinken… alsof je altijd doof bent geweest en de mensen voor het eerst hoort praten?’

Woorden als bommen, maar ook echte bommen, want in deze stad lijkt er iets op til te zijn. Er dreigt een explosie, die van overal kan komen. De politieke situatie van Argentinië valt rechtstreeks van Arlts woordkeuze af te lezen. Al in het begin van de roman heeft de verteller het over een ‘gebied van de angstige spanning’: ‘Het bewoog zich als een wolk gifgas zwaar van het ene punt naar het andere, drong dwars door muren en gebouwen zonder zijn platte, horizontale vorm te verliezen.’ In de stad gaan gassen en granaten rond die alles dreigen op te blazen, niet het minst Erdosain zelf.

 

Een versneden werkelijkheid

Arlt wordt vaak vergeleken met modernistische schrijvers als James Joyce, John Dos Passos en Alfred Döblin, lezen we in de korte biografie vooraan in het boek. De meeste gelijkenissen vind ik echter bij de Rus Andrej Bely (1880-1934) en zijn stadsroman Petersburg (1913/1922) in het bijzonder. Ten eerste gebruikt Bely ook vaak aggregatietoestanden om de veranderlijkheid van de stad aan te geven. Zowel Petersburg als Buenos Aires waren in het begin van de twintigste eeuw plaatsen waar reactionairen (vast), hervormers (vloeibaar) en anarchisten (gasvormig) om de toekomst streden. Beide schrijvers spelen bovendien met metaalmetaforen: tin, koper, brons, ijzer, staal en vooral lood geven aan hoe zwaar – hoe vast – de stad voorlopig nog is.

Bely en Arlt hebben ook gemeen dat individu, stad en politiek niet onderscheidbaar zijn. Alles is materieel en neemt ruimte in. In zowel Petersburg als De zeven gekken zegt iemand van geometrie te houden; Erdosain spreekt van een ‘geometrisch avontuur’. We hebben met steden te maken die in vlakken en blokken versneden zijn. Voor Erdosain is stilte niet ongrijpbaar, maar een ‘ringvormige stilte die zich als een ijzeren cilinder in zijn hersenmassa had gedrongen’ of ‘een stilte parallel als een doodskist aan zijn horizontale lichaam’.

De industriële, wiskundige metaforiek van Bely en Arlt is allesomvattend: zelfs het bewustzijn wordt gedacht in mechanische termen. Bely heeft het in Petersburg voortdurend over een ‘hersenspel’. Naast het feit dat de omgeving een spel van de hersenen is, valt daaronder ook een materialistisch beeld van het bewustzijn, namelijk als hersenen die ruimte innemen. Iets gelijkaardigs kom je ook tegen bij Arlt, zoals hier: ‘Zelfs het besef te bestaan nam niet meer dan een vierkante centimeter van zijn sensibiliteit in beslag.’ Emoties, herinneringen en de ziel in zijn geheel kunnen zich ruimtelijk loskoppelen, vliegen voorbij, kruipen over de muur of verdwijnen in de einder. Erdosain loopt over zijn stress ‘die in een tapijt was veranderd’, oppert het bestaan van ‘een wiskunde van de geest’ en neemt de werkelijkheid waar in ‘raaklijnen’ en ‘bissectrices’. Het bewustzijn is industrieel bewerkbaar, bijvoorbeeld met een hydraulische pers: ‘Het plan ontstond in mij alsof het onder druk van honderden kilo’s in een ijzeren plaat was gestanst.’ Impressies worden hier letterlijk in het brein gedrukt. Alles is industrie.

De gelijkenissen blijven komen: zinnen worden soms herhaald met kleine, bijna onmerkbare aanpassingen; beide hoofdpersonages spelen met het idee van moord; de stad geeft een zure smaak; … Of Arlt zich uitdrukkelijk door Bely liet inspireren, is onduidelijk, want het kan ook gewoon toeval zijn. In de eerste drie decennia van de vorige eeuw domineerde er namelijk ook in de beeldende kunst en film een geometrische blik op de werkelijkheid. Denk aan het kubisme of het vorticisme, maar ook aan de Duitse expressionistische cinema van iemand als Robert Wiene. Ook daar is het decor opgedeeld in scherp afgelijnde vlakken. Zelfs licht en donker zijn duidelijk begrensd. Zo ook in De zeven gekken: wanneer Arlt licht beschrijft, heeft hij het over gele rechthoeken, ruiten, cirkels, kegels, schijven en dergelijke meer. ‘Een parallellepipedum van maan maakte een blauwe rechthoek op de witgekalkte muur tegenover zijn bed.’

En dan komen we opnieuw bij vandaag uit, want waar zijn de boeken die voor dit tijdperk een literaire vorm kunnen bieden? Auteurs zouden er goed aan doen Arlt te lezen. Ze zouden de industriële Weltanschauung van de verteller kunnen updaten door erover na te denken hoe kunstmatige intelligentie onze waarneming, sociale relaties, zelfbeeld en handelen ingrijpend verandert – en op welke manier hun taal dat kan reflecteren. Ze zouden zich kunnen afvragen of onze realiteit ook versneden is in geometrische figuren, zoals bij Arlt, of dat die intussen anders moet beschreven worden: virtueel, vaag, ongrijpbaar. Ze zouden het nieuws moeten volgen om te zien welke revolutie zich aan het voltrekken is. Ten slotte zouden ze de titel van Arlt kunnen overnemen, met in het midden een voortdurend optellend cijfer: zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien, …

Cosimo, 2025
Vertaald door: Mariolein Sabarte Belacortu
ISBN 9789464071290
336p.

Geplaatst op 03/06/2026

Tags: Andrej Bely, De zeven gekken, Fjodor Dostojevski, Roberto Arlt

Categorie: Proza, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.