Deel Facebook Twitter / X LinkedIn
Waiting for Desai
Kiran Desai (1971) neemt er haar tijd voor. Na haar positief ontvangen debuut Hullabaloo in the Guava Orchard (1998) was het bijna acht jaar wachten op een opvolger. Met The Inheritance of Loss (2006) brak ze internationaal door: deze zich afwisselend in de Himalaya en New York afspelende roman over ontworteling, migratie en de schaduwzijde van globalisering werd bekroond met de Booker Prize en maakte haar tot de jongste winnaar ooit.
Vervolgens duurde het haast twee decennia alvorens ze haar derde boek uitbracht: The Loneliness of Sonia and Sunny (2025 – Nederlands: De eenzaamheid van Sonia en Sunny). Nochtans werkte ze in die periode voortdurend aan deze roman. Op een bepaald moment had ze zelfs zo’n 5000 pagina’s bij elkaar geschreven – genoeg om, Marcel Proust achterna, een hele romancyclus te vullen. Uiteindelijk maakte ze de omgekeerde beweging en herwerkte ze haar materiaal tot ongeveer zevenhonderd pagina’s. ‘Ik moest bedenken waar het boek nu eigenlijk over gaat. De titel hielp me daarbij’, verklaarde ze achteraf in een interview.
Op het einde van Desais roman bekent Sonia, een van de hoofdpersonages die om verschillende redenen veel weg heeft van Desai zelf, aan een homoseksuele Duits-Iraanse toneelacteur:
‘Ik probeer een boek te schrijven’, zei Sonia, ‘maar ik heb het gevoel dat ik om het verhaal heen draai. Ik vang hier en daar een glimp op, een vin, een rimpeling, maar het beest als geheel blijft uit het zicht. Ik krijg de kern niet in de kern. Ik vraag me af of ik al mijn verhalen op moet schrijven om dat naar boven te krijgen.’
Het is een bekentenis die zich niet alleen laat lezen als een moment van twijfel bij het hoofdpersonage, maar ook als een sleutel tot de roman zelf. Want De eenzaamheid van Sonia en Sunny ís precies zo’n boek dat om zijn eigen kern heen lijkt te cirkelen. Het weigert zich te laten reduceren tot één verhaallijn. In plaats daarvan ontvouwt het zich als een weefsel van stemmen, herinneringen en verplaatsingen, waarin India, Europa, Mexico en de Verenigde Staten elkaar voortdurend kruisen.
Interessant is ook om even te kijken welke verhalen niet in de roman terechtkwamen (en die Desai mogelijk opspaart voor later werk). Met enige trots pakt ze in verschillende interviews uit met het verhaal van haar grootouders langs moederszijde: de opzienbarende historie van een Oost-Bengaalse vrijheidsstrijder die in de jaren twintig van de vorige eeuw niet zoals de meeste Indiërs naar het gehate, imperialistische Groot-Brittannië trok om daar ingenieursstudies aan te vatten, maar in de Weimarrepubliek terechtkwam. Daar werd hij verliefd op een jonge vrouw uit Berlijn. Ze trouwden en vestigden zich in India. Een van hun kinderen was Anita Desai, Kirans moeder, die het later tot succesvol auteur zou brengen. Tot drie keer toe werd ze met respectievelijk Clear Light of Day (1980), In Custody (1984) en Fasting, Feasting (1999) genomineerd voor de Booker Prize. Ze behoorde tot de eerste generatie auteurs die de Indiase literatuur internationaal op de kaart zette en effende zo mee het pad voor grote namen als Salman Rushdie, Amitav Ghosh, Arundhati Roy, Jhumpa Lahiri, Vikram Seth en – jawel – haar dochter Kiran.
Bovenstaande informatie lijkt op het eerste gezicht niet meteen relevant. Wie het verhaal van Kirans familie (inclusief haar eigen leven) naast De eenzaamheid van Sonia en Sunny legt en daarbij ook het werk van Anita Desai betrekt, stuit echter op opvallende parallellen en raakpunten: van de veranda van het familiehuis in Allahabad tot hun gedeelde fascinatie voor Mexico en de blijvende invloed van de westerse literatuur op hun werk. Moeder en dochter zijn bovendien ervaringsdeskundigen wanneer het op migratie aankomt. Net als de personages in De eenzaamheid van Sonia en Sunny hebben ook Kiran Desai en haar moeder een leven geleid dat zich over meerdere continenten uitstrekt — alsof hun biografieën zelf al de blauwdruk vormden voor deze roman.
Topografie van de eenzaamheid
Zoals ‘verlies’ het thematische zwaartepunt is in The Inheritance of Loss, zo fungeert eenzaamheid als het centrale motief in Desais recentste roman. Die eenzaamheid manifesteert zich in de eerste plaats op het niveau van de personages zelf. De roman begint met Dadaji en Ba, twee oudjes die zich zorgen maken over hun kleindochter Sonia Shah. Zoals zoveel bemiddelde Indiërs studeert Sonia aan een Amerikaanse universiteit. Dat past binnen wat Desai treffend omschrijft als de paradox dat ‘dit streven om te ontsnappen aan India vaderlandslievend aanvoelde: als je een vooraanstaande Indiër was, werd je een Amerikaan.’
Sonia volgt literatuur en creatief schrijven in het winterse Vermont. Ze lijdt aan chronische eenzaamheid en huilt de hele tijd tijdens de telefoongesprekken met Dadaji en Ba. Die kunnen haar eenzaamheid echter niet helemaal begrijpen: de totale afzondering van het ondergesneeuwde Noordoost-Amerika staat haaks op het overvolle, broeierige leven in Delhi. Geïsoleerd op een campus die leeg en verlaten is vanwege de winter break, raakt Sonia in de ban van Ilan de Toorjen Foss, een dertig jaar oudere, excentrieke schilder die als het ware uit een gothic novel lijkt te zijn weggeplukt. Wanhopig op zoek naar menselijk contact, raakt ze verstrikt in een relatie die tegelijk troost en ontregeling biedt: wat begint als een toevlucht tegen de leegte, groeit uit tot een afhankelijkheid waarin de grenzen tussen genegenheid, projectie en machtsverschil steeds verder vervagen.
Tegenover Sonia’s isolement plaatst Desai een tweede verhaallijn, die op het eerste gezicht lichter en socialer is, maar door dezelfde onderstroom van eenzaamheid wordt gedragen. Grootvader Dadaji herinnert zich dat zijn oude schaakpartner, de kolonel, toevallig een ongehuwde kleinzoon heeft, Sunny Bhatia, die in New York woont en daar werkt als journalist bij Associated Press. De oudere generatie doet een voorstel om hen te koppelen, maar Sunny heeft – zonder dat het thuisfront daarvan op de hoogte is – al een Amerikaanse vriendin en Sonia is in het geheim verstrikt met de duivelse Ilan. En toch draait alles anders uit. Verraden door haar geliefde keert Sonia terug naar India. Ze zit in de trein te lezen wanneer Sunny, voor even teruggekeerd naar India om zijn beste vriend Satya te helpen een bruid te vinden, langsloopt en probeert de titel van haar boek te ontcijferen. De twee vinden onverwacht aansluiting bij elkaar en beginnen een licht getroebleerde relatie die zich over drie continenten uitstrekt, maar nergens helemaal lijkt te landen.
Rond dit kernverhaal weeft Desai een uitgebreid netwerk van nevenpersonages: vrienden, (groot)ouders, ooms, tantes – levend én dood – en een hele schare koks, chauffeurs en dienstmeisjes die het leven van de protagonisten kleur en ritme geven. Hun verhalen over liefde en eenzaamheid, maar ook hun herinneringen aan de tijd vóór en na de onafhankelijkheid van India in 1947 spiegelen en verdiepen de ervaringen van Sonia en Sunny. Binnen dat bredere web krijgt onder meer de relatie tussen enig kind Sunny en zijn moeder Babita een scherpe uitwerking. Babita, die na de dood van haar man alleen achterbleef, is tegelijk motor van de plot en een verstikkende aanwezigheid: haar angst om alleen achter te blijven drijft Sunny juist verder van haar weg.
Die thematiek van verlies en eenzaamheid zet zich voort in de literaire echo’s die de auctoriële verteller en de personages oproepen. Het is geen toeval dat Sonia in het ijskoude, ondergesneeuwde Vermont Tolstojs Anna Karenina en Yasunari Kawabata’s Sneeuwland leest. Op die manier verankert Desai haar roman in een ruimer gevoel van melancholie en vervreemding: de lectuur fungeert niet louter als ornament, maar als een spiegel waarin de personages hun eigen eenzaamheid herkennen.
Kijken en bekeken worden
Door te schakelen tussen New York, India, Italië en Mexico ontvouwt Desai een breed canvas voor sociaal commentaar, waarin uiteenlopende migratie-ervaringen met elkaar resoneren. Met de nodige ironie neemt ze daarbij herkenbare doelwitten op de korrel – gaande van Babita’s snobisme en alledaagse corruptie in India tot de opkomst van het hindoenationalisme, het Indiase kastenstelsel en de vaak racistische reacties van Amerika na 9/11. Desai legt daarbij de blinde vlekken bloot van de westerse blik, maar laat tegelijk zien hoe die blik wordt geïnternaliseerd en gereproduceerd door haar eigen personages – een dynamiek die doet denken aan wat Edward Said in Orientalism (1978) beschrijft als de hardnekkige neiging om ‘het Oosten’ te reduceren tot een reeks projecties en stereotypen.
In dat opzicht krijgt ook de thematiek van de ‘gaze’ een subtiele maar betekenisvolle plaats in de roman. Kijken en bekeken worden zijn zelden onschuldige handelingen: ze structureren machtsverhoudingen en verlangens. Sonia’s positie als Indiase studente in de Verenigde Staten maakt haar tegelijk toeschouwer en object van observatie. Ze kijkt naar een wereld waarin ze zich niet helemaal thuis voelt, maar wordt zelf voortdurend gelezen, ingeschat en gecategoriseerd – precies zoals Said beschrijft hoe het Westen de ander niet zozeer ziet, maar produceert via zijn blik. Die spanning tussen zelfbeeld en opgelegd beeld voedt haar gevoel van ontworteling.
‘All good art is political’, schreef Toni Morrison ooit. Alle goede literatuur is politiek geladen— niet omdat ze pamflettair wil zijn, maar omdat ze zich nooit laat losmaken van de wereld waaruit ze voortkomt. De Eenzaamheid van Sonia en Sunny speelt zich grofweg af tussen 1996 en 2002 – een tijd waarin India ingrijpende transformaties doormaakte. Desai verbindt die historische verschuivingen op een haast terloopse, maar daarom niet minder scherpe manier in het weefsel van haar roman. De economische liberalisering van de jaren negentig, de groeiende kloof tussen arm en rijk, de opkomst van een zelfbewuste middenklasse en het steeds assertiever wordend hindoenationalisme vormen geen expliciete thematische pijlers, maar resoneren voortdurend in de achtergrond. Ze bepalen de ambities van personages, sturen hun migratiebewegingen en kleuren hun onderlinge verhoudingen.
Hoe die politieke dimensie zich in Desais roman manifesteert, blijkt onder meer uit de volgende passage. Wanneer Sunny zijn moeder in Allahabad wil gaan bezoeken en zijn tas inpakt, lezen we:
Voor hem behoorden je eigen tas inpakken en dragen, geen bedienden hebben en je eigen huis schoonmaken tot de beste redenen om te emigreren. Gandhi had de Britten uit India weten te drijven, maar had geen gehoor gekregen toen hij de Indiërs opriep hun eigen toilet te schrobben en op die manier de fundamentele betekenis van mensenrechten te doorgronden. Als uiterste consequentie van dit gebrek aan inzicht in de mensenrechten bedacht Sunny dat Indiërs logischerwijze nooit goede romanlezers zouden worden: een romanlezer snapt het idee van individuele rechten simpelweg door zich te verplaatsen in de bezoekingen en genoegens van een ander, ongeacht wie. Als je rekening hield met andermans gevoelens, andermans waardigheid, dan wilde je zowaar je eigen toilet schrobben. Een goede romanlezer was een toiletschrobber, en daarom wilden Indiërs geen romanlezers zijn aangezien dat het einde zou betekenen van het kastensysteem en de klassenscheiding die hun wereld naar behoren liet draaien.
Wat hier ironisch wordt uitgewerkt, doet sterk denken aan wat bijvoorbeeld Martha Nussbaum in Not for Profit (2010) betoogt: wie leest, leert zich inleven in het leven van anderen en ontwikkelt zo een gevoeligheid voor waardigheid en rechtvaardigheid die niet los te zien is van een democratische samenleving. Desai radicaliseert dat inzicht door het bijna provocerend te concretiseren: de bereidheid om het perspectief van een ander in te nemen – de kern van zowel romanlezen als moreel handelen – ondergraaft hiërarchieën zoals die van het kastensysteem. Bovenstaand fragment is behoorlijk explosief, ook wanneer je dit los ziet van de Indiase context. Kijk maar naar de Verenigde Staten van Amerika waar een notoire niet-lezer vanuit het Witte Huis tegenwoordig de wereld in brand steekt.
Neo-slavernij
Toch kan Kiran Desai zich niet volledig losmaken van de sociale klasse waartoe ze behoort – en dat wordt vooral zichtbaar in de manier waarop huispersoneel in de roman wordt voorgesteld. Helemaal aan het begin van de roman zijn de stambomen opgenomen van zowel Sunny als Sonia, inclusief huispersoneel en zelfs huisdieren. Net als in negentiende-eeuwse Russische romans fungeren die als een handig oriëntatiemiddel in het brede, vertakkende verhaal. Desai excelleert wanneer ze uitvoerig stilstaat bij figuren als Sunny’s moeder Babita, Sonia’s oudere, alleenstaande tante Mina Foi of haar Duitse grootvader Siegfried Barbier.
De stemmen van het huispersoneel blijven evenwel veel vager. Hoewel ze formeel deel uitmaken van het netwerk rond de personages, krijgen ze zelden dezelfde psychologische diepgang of narratieve ruimte. Nochtans is iemand als Khansama, de kok van Sonia’s grootouders, niet onbelangrijk: zijn verrukkelijke kebabs spelen een cruciale rol in de pogingen van Sonia’s familie om Sunny’s verwanten gunstig te stemmen. Juist op zulke momenten wordt zichtbaar hoezeer deze personages het sociale weefsel mee dragen, zonder dat ze ooit volledig uit de schaduw van hun werkgevers treden. Over Khansama ervaren we wel dat hij nauwelijks tanden heeft, maar wat zijn levensverhaal is of waar hij zijn kebab-recepten vandaan gehaald heeft, komen we niet te weten.
Echt verwonderlijk is dit niet. De culture of servitude wordt er in India met de paplepel ingegoten. Kinderen die opgroeien in huishoudens met personeel internaliseren de vanzelfsprekendheid van hiërarchie en ongelijkheid, en reproduceren die later zonder daarbij na te denken. Literatuur ontsnapt daar zelden aan; ook zij weerspiegelt en bestendigt zulke structuren. Juist daarom wringt het in een roman die elders zo scherp oog heeft voor de fijnmazigheid van sociale verhoudingen, dat deze stemmen op de achtergrond blijven. Desai staat daarin overigens niet alleen: wie in de Indiase literatuur op zoek gaat naar een genuanceerd portret van een domestic worker, komt bijna altijd van een kale reis terug.
Magisch realisme
Alleen al op basis van zijn omvang, de brede episodische structuur met verschillende verhaallijnen en personages, en zijn ambitie om een herkenbare wereld in al haar complexiteit op een realistische manier te vatten, kan je De eenzaamheid van Sonia en Sunny lezen als een eigentijdse variant op de negentiende-eeuwse roman. Net zoals bij pakweg Leo Tolstoj, Charles Dickens of George Eliot ontvouwt het verhaal zich als een breed uitgesponnen sociaal panorama, waarin individuele levens onlosmakelijk verstrengeld zijn met familieverbanden, klassenposities en maatschappelijke verwachtingen.
Op het eerste gezicht minder evident is het feit dat De eenzaamheid van Sonia en Sunny ook schatplichtig is aan de magisch-realistische roman. Dat toont zich niet via uitgesproken wonderlijke gebeurtenissen, maar in de manier waarop het alledaagse subtiel wordt doordrongen van het onverklaarbare – zoals in de terugkerende aanwezigheid van de fantoomhond, die op scharniermomenten lijkt op te duiken als een nauwelijks te duiden voorbode. Een ander voorbeeld is de geladen betekenis van het amulet, dat als een geruisloos circulerend object verschillende levens en generaties met elkaar verbindt. Zowel fantoomhond als amulet onttrekken zich aan een louter rationele lezing en zijn tegelijk ingebed in de ervaringswereld van de personages. Daarmee positioneert Desai zich in een traditie die onder meer teruggaat op Salman Rushdies Midnight’s Children en het werk van Gabriel García Márquez. Deze laatste wordt zowel door Sonia als door Sunny overigens verschillende keren vernoemd.
Sonia en Sunny reageren ieder op hun eigen manier op de fantoomhond en het amulet. De hond duikt op momenten van spanning of onzekerheid op en veroorzaakt ongemak, terwijl het amulet – dat eerst toebehoorde aan Sonia’s Duitse grootvader, via Sonia bij Ilan terechtkwam en uiteindelijk door Sunny uit Ilans Mexicaanse woning wordt ontvreemd – een gevoel van houvast biedt en generaties en herinneringen met elkaar verbindt. Op deze manier laat Desai zien dat eenzaamheid niet louter een negatieve ervaring of een gemis hoeft te zijn: ze kan ook ruimte scheppen voor nadenken, verbeelding en een bijzondere verbondenheid met de wereld om je heen. Tegen het einde van de roman vinden beide personages een eigen manier om hun eenzaamheid te dragen. Misschien ontdekken ze daarbij zelfs een nieuw begrip van zichzelf en van hun plaats binnen familie, verlangens en sociale verwachtingen. Het open einde van de roman onderstreept dit: geen Shakespeareaanse tragische ontknoping, maar ook geen Bollywoodachtig happy end – wel een slot dat uitnodigt tot reflectie en dat de complexiteit van leven en liefde intact laat.
Water, wolken, regen, sneeuw
Met om en bij de 700 pagina’s is De eenzaamheid van Sonia en Sunny bij momenten een beproeving – maar wel één die loont. Ik kan me best voorstellen dat menig lezer Desais boek te lang vindt, of van oordeel is dat sommige personages en plots te veel ruimte krijgen. Toch heeft Kiran Desai volgens mij de juiste keuzes gemaakt: zoals Sonia vreest dat ze al haar verhalen moet opschrijven om ‘het midden’ te vinden, laat Desai zien dat essentiële waarheden niet uit één verhaal te destilleren zijn. Wat we nodig hebben, zo suggereert ze, is een veelheid aan stemmen en ervaringen.
Ook stilistisch waaiert De eenzaamheid van Sonia en Sunny vaak alle kanten uit. Desais roman is nu eens tragisch, dan weer komisch. Nu eens satirisch, dan weer spannend. Nu eens poëtisch, dan weer rauw-realistisch. Desai weet telkens de juiste toon en het juiste beeld te vinden. Water, wolken, regen en sneeuw vormen daarbij het beeldend register van deze ‘oceanische’ roman: niets staat vast, alles is in beweging.
Zou een kortere versie hetzelfde effect hebben gehad? Misschien. Maar juist de omvang van de roman, groot genoeg om de vertakkingen tussen personages, generaties en culturen te laten uitwaaieren, is essentieel. De eenzaamheid van Sonia en Sunny overschrijdt – letterlijk en figuurlijk – grenzen omdat het een onderwerp behandelt dat onmogelijk binnen één kader te vatten is. Net als India zelf laat de roman zich niet tot één verhaal herleiden. Uiteindelijk nodigt Desai de lezer uit om, zoals Sonia, stap voor stap het eigen midden te vinden – en onderweg te dwalen door de tussenruimtes waar eenzaamheid en verbondenheid elkaar ontmoeten.
Reacties
Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.