Proza, Recensies

Herhaling breekt betekenis af

Leerjaren in Topeka

Ben Lerner

Herhaling leidt tot verlies van betekenis. Verlies van betekenis leidt – misschien – tot inzicht, een soort vruchtbare as na een bosbrand. Een kleine waarheid is makkelijk te herkennen, want het tegenovergestelde ervan is een leugen. Een grote waarheid is moeilijker te herkennen, want het tegenovergestelde van een grote waarheid is geen leugen, maar een andere grote waarheid. Als alle materiële elementen in je leven (je huis, je auto, je kleding, de media die je consumeert) prefab zijn, valt je leven dan nog te onderscheiden van dat van een ander? Afhankelijk van je antwoord: gaat dat om een kleine of een grote waarheid?

Nadat zijn vriendin hem achterlaat op een boot in het meer, zoekt Adam alleen de weg terug naar haar huis. Er staan tientallen woningen rond het meer en ze zien er allemaal hetzelfde uit. Het is een premium-buurt, aangelegd in één hyperefficiënte ruk en verkocht aan de hooggeschoolde elite. Wanneer Adam in de badkamer staat, beseft hij dat hij het verkeerde huis is binnengaan. De muren, de trap, de ramen, alles ziet er hetzelfde uit. Wie zijn de mensen in de slaapkamers? Op wiens wc heeft hij zojuist gezeten? Dit is de eerste iteratie van het thema dat de roman Leerjaren in Topeka van Ben Lerner bezielt: herhaling breekt betekenis af.

 

Spreiding

Adam is laatstejaarsstudent aan de Topeka High School, debateerkampioen en dichter. Debatteren is in Amerika een nationale sport: er zijn wedstrijden en kampioenschappen voor middelbare scholieren en verschillende disciplines. Adam blinkt uit in ex-temp, een debatvorm waarin de deelnemers een willekeurige stelling krijgen en zich één uur lang mogen voorbereiden voor een debat over die stelling. Omdat onweerlegde argumenten zwaar doorwegen in de eindscore, is een veelgebruikte tactiek de spreiding: zoveel argumenten aanvoeren dat de tegenstander simpelweg geen tijd heeft om ze allemaal te ontkrachten. Om de spreiding zo goed mogelijk toe te passen, moet de deelnemer zo snel praten, dat hij onbegrijpelijk wordt voor iedereen behalve de jury. Het resultaat is verbale overdaad. Glossolalie. De beste taal – de winnende taal – is de taal die zijn betekenis verliest. Donald ‘I have the best words’ Trump heeft de voorbije jaren vijftigduizend tweets de wereld in gestuurd.

Ben Lerner is geen vreemde voor spelletjes met taal en betekenis. Zijn gedichten zijn gepubliceerd in bundels als The Lichtenberg Figures (2004), Angle of Yaw (2006) en Mean Free Path (2010). Het is even wennen aan zijn gedichten. Ze bestaan uit een combinatie van woordgrappen en one-liners die op de grens liggen van de menselijke taal, alsof ze geschreven zijn door een witte hiphopper die te lang aan de universiteit is blijven hangen in collab met een gevaarlijk algoritme. Exact het soort poëzie dat een debatkampioen uit de Midwest met een MacArthur Genius Grant zou schrijven. Uit Angle of Yaw: ‘The predictability of these rooms is, in a word, exquisite. These rooms in a word. The moon is predictably exquisite, as is the view of the moon through the word.’ [‘De voorspelbaarheid van deze kamers is, in één woord, voortreffelijk. Deze kamers in één woord. De maan is voorspelbaar voortreffelijk, net als het zicht op de maan door het woord.’]

Lerners eerste roman, Vertrek van station Atocha (2012), gaat ook over taal die onbegrijpelijk wordt. In Atocha zwerft een bedwelmde jongeman door Madrid, terend op een prestigieuze poëziebeurs en worstelend met de onmogelijkheid van de Spaanse taal en zijn eigen imposter syndrome. Ook in 10:04, Lerners tweede roman uit 2014, is een dichter met onzekerheden over zijn eigen taal aan het woord. De paradox van taal staat centraal in dit boek: hoe is het mogelijk dat ik iets kan zeggen en dat een ander dat kan verstaan? Lerners vorige twee romans zijn ontwapenend in hun eerlijkheid en zelfspot. Taal is tegelijk onmogelijk en onoverkomelijk, wat ons mens maakt en wat ons onmenselijk maakt. Op het eerste zicht lijkt Leerjaren in Topeka een ander beestje, een familieroman met meerdere vertelperspectieven, complexe relaties en een duidelijke historische setting in het Midden-Westen in de jaren 90, maar hoe meer je leest, hoe meer Lerners oude thema’s naar boven komen.

 

Spreekschaduwen

Leerjaren in Topeka wordt verteld vanuit vier perspectieven: Adam, zijn vader Jonathan, zijn moeder Jane en Darren, een laagbegaafde buurjongen. Jonathan en Jane zijn allebei psychologen aan De Stichting, een fictieve psychologische instelling in Topeka, Kansas, in het Midden-Westen van de Verenigde Staten. Ben Lerner groeide zelf op in Topeka, en in Leerjaren in Topeka keert hij voor het eerst terug naar zijn weinig pittoreske geboorteplek.

Adams vader, Jonathan, deed vroeger onderzoek naar spreekschaduwen, een fenomeen waarbij een proefpersoon twee verschillende teksten in beide oren door een koptelefoon te horen krijgt, er één hardop moet herhalen en de andere moet negeren. Het resultaat is glossolalie: de proefpersoon begint wartaal uit te slaan, in tongen te spreken als een bezetene, zonder dat hij het zelf merkt. Verlies van betekenis en taal door herhaling, dus.

In het heden behandelt Jonathan jongens die niet meer met hun ouders praten, die enkel nog communiceren via de heavy metal achter hun gesloten kamerdeuren, lost boys en jokers die tot heel recent uitblonken in wiskunde en welsprekendheid. Door middel van ervaringstherapie – fysieke arbeid en kunstprojecten – probeert hij hen te helpen, maar dat lukt niet altijd. In samenwerking met patiënten en collega’s maakt Jonathan een verfilming van het kortverhaal Een man die Ziegler heette van de Zwitserse auteur Herman Hesse (1877-1962).

Er was eens een man die Ziegler heette. Hij woonde op de Brauergasse. Hij was één van die mensen die je elke dag op straat ziet, wiens gezicht je je nooit goed kan herinneren omdat ze allemaal hetzelfde gezicht hebben: een collectief gezicht.

Zo begint het verhaal van Hesse. Ziegler heeft een prefab-gezicht. Hij is een massamens die in een massahuis woont. Als hij vandaag leefde en niet in de verbeelding van Herman Hesse in de vroege twintigste eeuw, dan zou hij in een cataloguswoning wonen, misschien wel in Topeka. Ziegler steelt een pil uit het historisch museum, eet die op, en kan plots met dieren praten. Hij wordt echter zo ongelukkig van de melancholie waarmee de dieren hem aanspreken, dat hij in een gekkenhuis belandt. Herman Hesse wist hoe de zonderling en de alleman zich tot elkaar verhouden, en dat ze in feite dezelfde persoon kunnen zijn. Ik heb het gevoel dat Ben Lerner tot hetzelfde inzicht is gekomen terwijl hij zijn eigen jeugd in romanvorm goot.

 

Geen familieroman

Lerner is een stylist, eerder een dichter dan een romanschrijver. Even lijkt het alsof hij in Leerjaren in Topeka weg wil van de persoonlijke, experimentele aanpak die zijn vorige romans typeert. Het lijkt iets wil schrijven dat in de wandelgangen wel eens een ‘meeslepende familieroman’ genoemd wordt. Maar dat is schijn. Dit is geen familieroman. Dat de personages met elkaar verbonden zijn als zoon, vader en moeder is een constructie, een staketsel voor Lerner om verschillende experimenten en thema’s uit te proberen. Ben Lerner is een loner, een knutselende introvert die op z’n zwakst is wanneer hij zoiets voor de hand liggend als ‘een gezin’ probeert te plotten. Dan komt hij namelijk niet verder dan een handvol jeugdtrauma’s die op voorspelbare manier de kop opsteken in het heden of ouders die elkaar bedriegen met stijlvolle mysterieuze collega’s.

Maar zo moet je dit boek niet lezen. Er is geen voortstuwend plot dat je aan het lezen houdt, geen broeierig mysterie met een spannende ontknoping. Volgens mij bevindt de essentie van dit boek zich in één van de bizarre momenten waarop Lerner er plots voor kiest om enkele zinnen lang uit het verhaal te stappen en letterlijk ‘uit te zoomen’ – hij gebruikt in die stukken filmterminologie – en zijn personages van buitenaf te bekijken. Middenin het boek beschrijft hij Adam en zijn debateercoach plots als volgt: ‘Eén van hen zal zich wagen aan het schrijven van de genealogie van zijn taal, zal de theaters en de uitwassen ervan beschrijven’.

Die ene is uiteraard Adam, is uiteraard Ben Lerner, is uiteraard de schrijver van het boek die iets wil zeggen over waarom hij het geschreven heeft. Dat ‘de genealogie van zijn taalen ‘de theaters en uitwassen ervan beschrijven pompeus klinkt, neemt niets weg van de waarheid van deze woorden: in dit boek gaat Lerner op zoek naar het antwoord op de vraag waarom hij omgaat met taal zoals hij dat doet.

Waarom breekt hij in zijn gedichten en romans taal af door middel van herhaling? Past hij gewoon de tactiek van de spreiding toe, zoals in een debat? Lerner was inderdaad, net als Adam, debateerkampioen tijdens zijn jeugd. Wil hij zijn lezers eerder verslaan dan meeslepen? Heeft de hersenschudding die Adam (en dus Lerner?) als kind meemaakte en zorgde voor een tijdelijke breakdown van zijn vermogen om mensen te herkennen toch zijn sporen achtergelaten? Is het simpelweg zijn lot van een enig kind van twee therapeuten om eindeloos de eigen taal te reconstrueren?

Ben Lerner geeft geen antwoorden op die vraag. Hij laat de lezer achter in verwarring, als een verslagen slachtoffer van de spreiding. Mensen zijn gevormd door hun taal, hun taal is gevormd door hun omgeving, en die taal heeft de kracht om te vernietigen.

Recensie: Leerjaren in Topeka van Ben Lerner door Pieter van de Walle.

Atlas-Contact, Amsterdam, 2020
Vertaald door: Arthur Wevers

Geplaatst op 06/02/2020

Tags: Ben Lerner, Debat, Debatkampioen, Donald Trum, Glossolalie, Leerjaren in Topeka, Stylist, Taal en betekenis, Topeka, Woorden

Categorie: Proza, Recensies

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.