Proza, Signalement

Het tegenovergstelde van guohtun

Slechts een diefstal

Ann-Helén Laestadius (vert. Angélique de Kroon)

Toen ik deze zomer over de Kungsleden (het Koningspad) in Sápmi liep, het land van de Sámi in Noord-Zweden, voelde ik me bij vlagen het type toerist dat Ann-Helén Laestadius beschrijft in haar roman Slechts een diefstal. Hoofdpersonage Elsa, gekleed in de gákti, een rijkgekleurde Samische kolt, ergert zich een ongeluk aan de toeristen die haar ongevraagd fotograferen en bekijken als een museumobject, een uitgestorven diersoort: ‘Alles is zo exotisch voor hen. Ze koloniseren onze cultuur met die blikken van hen.’ Elsa wil de toeristen het liefst choqueren, ze vertellen over rendieren die worden doodgemarteld, over de bedreigingen door mede-dorpelingen en over de lokale politie die steevast niks doet met de aangiftes.

Ik had graag gewild dat Elsa me dit allemaal had verteld voordat ik met een rugzak van vijftien kilo naar haar land vertrok. Helaas kwam ik Laestadius’ roman pas tegen op de terugweg, in de boekhandel van het station Stockholm Centraal, waar het in stukken gesneden rendier op de kaft me haast verwijtend aankeek. Na het lezen van deze roman schaamde ik me voor mijn onwetendheid.

Goddin: moord

De roman opent met het in stukken gereten rendierkalf dat op de kaft staat afgebeeld, genaamd: Nástegallu. Wanneer Elsa op negenjarige leeftijd ’s ochtends alleen naar de rendierkraal skiet, is ze getuige van een moord op haar geliefde rendierkalf door een Sámi-hatende stroper. Ze besluit er deels over te zwijgen omdat de stroper haar bedreigt. Het geheim draagt ze de rest van haar leven met zich mee. Al snel komt Elsa erachter dat wat ze heeft meegemaakt niet uitzonderlijk is. Rendierherders in haar gemeenschap komen vrij regelmatig de overblijfselen tegen van rendieren waarop is gejaagd uit winstbejag – rendierbiefstuk verkoopt goed op de zwarte markt – maar ook uit pure wrok door de rechten voor landgebruik, jacht en visserij die zijn verleend aan de Sámi. Een enkele keer vinden ze ‘afgehakte rendierkoppen en delen van lichamen welhaast ritueel naast elkaar geplaatst met nauwelijks een meter ertussen. In een halve cirkel.’

Wie denkt dat dit slechts fictie is, heeft het mis. Ter voorbereiding op het schrijven van Slechts een diefstal heeft Laestadius tal van Sámi-herders geïnterviewd die beschreven hoe ze hun rendieren verminkt of dood hebben teruggevonden. Eén van hen had een lijst van meer dan honderd van zulke gevallen die waren gemeld bij de politie, maar nooit zijn onderzocht. ‘De werkelijkheid is soms erger dan de fictie,’ schrijft Laestadius in het dankwoord. De politie in het noorden van Zweden is overbelast, omdat ze verantwoordelijk zijn voor een zeer uitgestrekt gebied. Aan afgeslachte, verminkte of vermoorde rendieren wordt zelden prioriteit gegeven. Bovendien wordt het verminken of afslachten van een rendier beschouwd als ‘slechts een diefstal’, een klein vergrijp in plaats van een misdrijf of moord.

Doaivva: hoop

Het plot van de roman wordt gevormd door de zoektocht naar erkenning en gerechtigheid voor deze rendiermoorden. De Sámi-gemeenschap van Elsa probeert constant de politie zo ver te krijgen dat ze een echt onderzoek start op basis van alle aangiftes. Elsa schakelt een journalist in, dumpt een zak met ‘bewijs’ (lees: overblijfselen van rendieren) voor het politiebureau en speelt voor detective. Dat plot is echter te mager om 400 pagina’s te boeien. Halverwege het tweede gedeelte verliest het verhaal zijn vaart, is er te veel tegenslag en te weinig hoop. Maar Elsa laat in dit gedeelte ook zien dat er precies de juiste afweging moet zijn tussen hoop en wanhoop om daadwerkelijk iets te betekenen voor haar gemeenschap.

Aan het begin van de roman stelt de negenjarige Elsa zichzelf al de vraag: ‘Wat gebeurde er met mensen die te veel hadden gezien?’ Wanneer ze volwassen is weten we het antwoord daarop: ze worden óf depressief en naargeestig (zoals Elsa’s achterneef Lasse en broer Matthias) óf er nestelt zich een woede in hen (zoals bij Elsa). Het is die woede die de roman vaart geeft. Elsa weet namelijk een verandering in gang te zetten, de vicieuze cirkel te doorbreken. Misschien vormt dat het echte plot van deze roman en is het speurwerk – de detective, de wie, wat, waar en hoe van de moord op het rendierkalf – slechts bijzaak.

Laestadius’ schrijfstijl is net als Elsa scherp, venijnig en fel, maar ook kaal, zonder te veel poespas, zoals het landschap zelf, alsof de poolnacht elk licht en elke sprank hoop in de taal gedoofd heeft. Dat is niet zo gek als je je bedenkt dat de hindernissen waar de inheemse Sámi-gemeenschappen mee te maken krijgen al generaties lang voortduren: ‘Er komt geen einde aan… Het was een oneindige lus, waarin alles zich herhaalde.’ Alcoholverslaving, racisme en bedreigingen via sociale media, zeer hoge zelfmoordcijfers en depressies, de mijn in Gállok, de dode rendieren: Laestadius weeft die zaken in elkaar als een duodji, een traditioneel Samisch handwerk.

Dássádat: balans

Daaronder sluimert de angst voor klimaatverandering die de seizoenen overhoopgooit en het voor toekomstige generaties steeds moeilijker zal maken om het traditionele bestaan als rendierhoeder voort te zetten. Door de stijgende temperaturen ontstaan er bosbranden die korstmossen, de primaire voedselbron voor de rendieren, verbranden. Sneeuw en ijs smelten in de lente een stuk sneller, waardoor de grond het water niet kan opnemen en de bodem in ijs verandert. Door klimaatveranderingen is de grond steeds minder guohtun; een moeilijk te vertalen woord uit het Noord-Sámi dat laat zien in welke mate de Sámi en hun taal verbonden zijn met het gebied waarin ze wonen. Guohtun beschrijft de ideale omstandigheden voor rendieren om korstmos te vinden onder een laag sneeuw. De term beschrijft de balans tussen geografie, planten, korstmossen, sneeuw en rendieren. Een balans die vanwege klimaatveranderingen steeds meer uit evenwicht raakt. Kent het Samisch al een woord voor het tegenovergestelde van guohtun?

Laestadius verweeft de Samische taal door de roman, een taal die meer dan tweehonderd woorden kent voor sneeuw en ijs en met uitsterven wordt bedreigd. Sommige zinnen komen in het Samisch namelijk beter tot hun recht, krijgen zoveel meer lading en gewicht doordat ze benadrukken hoe taal en cultuur altijd met elkaar verweven zijn. Zo fluistert Elsa haar kalf Nástegallu het volgende toe: ‘In oamas du, leat du iežat. Leat beare luoikkašin munnje. Ik bezit jou niet, jij behoort aan jezelf toe. Ik heb je gewoon te leen.’ Rendieren zijn dus niet slechts gebruiksvoorwerpen of vee. De Sámi en de rendieren zijn wederzijds afhankelijk van elkaar.

Laestadius’ roman is wellicht geen literair hoogstandje, toch is het ook niet te reduceren tot de ‘Scandinavische thriller’ waar uitgeverij Cargo bekend om is: de impact van Slechts een diefstal rijkt tot ver buiten Sápmi. In het Brazilië van Bolsonaro, langs de North Dakota-pijplijn en dus ook in het uiterste noorden van Europa staan de rechten van inheemse minderheden onder druk. Slechts een diefstal toont aan dat de Sámi-cultuur een bron van kennis bevat over het natuurbeheer van hun leefgebied: topografische kennis, kennis over de seizoenen, de ‘normale’ sneeuwcondities, soortenrijkdom, onmisbare kennis om te overleven in een onherbergzaam gebied. Deze inheemse kennis gaat langzaamaan verloren, maar wordt ook steeds meer erkend. Zo is er nu in het door bosbranden geteisterde Australië aandacht voor de Aboriginal-gemeenschap die het vuur al eeuwenlang te lijf gaan met cultural burning. Inheemse kennis verdient het om gehoord te worden. Niet als exotisch inkijkje in een verafgelegen cultuur, maar omdat de gehele mensheid die kennis nodig zal hebben in de nabije toekomst.

 

Een signalement door Pepijn de Koning over Slechts een diefstal door Ann-Helén Laestadius (vert.: Angélique de Kroon).

Cargo, Amsterdam, 2022
Vertaald door: Angélique de Kroon
ISBN 978 94 031 5151 9
448p.

Geplaatst op 11/01/2023

Categorie: Proza, Signalement

Naar boven

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.