Deel Facebook Twitter / X LinkedIn
Elon Musk een spraakmakende ondernemer noemen, is een understatement. De man lijkt immers alomaanwezig, in het bijzonder op X, het vroegere Twitter dat hij in 2022 overnam. Musk maakte echter in de eerste plaats naam als de geheid visionair genoemde entrepreneur die Tesla, SpaceX en Neurolink oprichtte. Is hij misschien ook echt een buitenbeentje?
In Muskisme bepleiten historicus Quinn Slobodian, bekend van Crack-Up Capitalism, en Ben Tarnhoff, journalist bij onder meer The New York Times en The Guardian, een bredere visie, een die Musk niet als een eigengereide zonderling wegzet of, in het positieve register, als een onnavolgbaar genie ophemelt. Musks ideeën en activiteiten staan niet op zichzelf, maar zouden volgens hen een symptoom zijn van onze tijd. Wie wil begrijpen waar het met de wereld naartoe gaat, dient ‘het systeem Musk’ te begrijpen.
Technosoevereiniteit
Een van de pijlers van het ‘Muskisme’ is technosoevereiniteit: je heerst als een heuse koning over een wereldwijde technische infrastructuur, waar massa’s consumenten én talloze overheden op aangewezen zijn. Bij overheidsafhankelijkheid komt technosoevereiniteit neer op een autonome macht die de politieke soevereiniteit van een natiestaat sterk kan uithollen. SpaceX is een schoolvoorbeeld. Vanaf 2019 begon dat bedrijf laagvliegende Starlink-satellieten te lanceren; ondertussen hangen er achtduizend van die dingen in de lucht. Ze garanderen internettoegang zonder kabels of masten en spelen onder meer een cruciale rol in de oorlog in Oekraïne. Met Starlink heeft Musk kortom een infrastructuur in handen die militair en geopolitiek van doorslaggevend strategisch belang is. SpaceX vormt ‘een bedrijf met de eigenschappen van een land’, concluderen Slobodian en Tarnoff .
SpaceX zou niet bestaan zonder overheidsgeld van de kant van het Amerikaanse defensieministerie. De verwevenheid van het ‘Muskisme’ met de staat reikt echter verder dan directe subsidies om nieuwe producten te ontwikkelen. Mijn mond viel open van verbazing toen ik vernam dat in 2024 zo’n veertig procent van Tesla’s netto-inkomen uit emissierechten komt. Het gaat om het zogenaamde Zero Emission Vehicle (ZEV)-systeem, dat eerst in Californië en vervolgens een resem andere Amerikaanse staten werd uitgerold om de vergroening van het wagenpark te stimuleren. De ZEV-wetgeving verplicht autofabrikanten om een bepaald percentage wagens te verkopen dat niet vervuilend is. Een onderneming die de norm niet haalt, moet certificaten aankopen bij een groene automaker – versta: bij Tesla. Het systeem komt neer op een substantiële indirecte subsidiëring van Musks bedrijf, dat helemaal niets hoeft te doen om dat geld binnen te rijven.
Soevereiniteit, maar dan in de bedrijfsvoering, kenmerkt ook de organisatie van Musks ondernemingen. Diens bedrijfsfilosofie botst daarom op meerdere punten met de neoliberale ideologie die tijdens de jaren negentig opgang maakte, zo laten Slobodian en Tarnoff zien. Tesla en SpaceX zijn consequent horizontaal gestructureerd, kwestie van tussenniveaus te vermijden, wat haaks staat op het managerialism van neoliberale snit. Technici moeten zo snel mogelijk dingen kunnen uitproberen, zonder voorafgaand groen licht van managers te krijgen. Die ingenieurs dienen bovendien dicht bij de eigenlijke makers te zitten, zodat ze meteen kunnen reageren bij productieproblemen. Het is het tegendeel van de neoliberale spreadsheet-praktijk die het stropdassenvolk in blauwe maatpakken de macht geeft.
Musk gaat ook in tegen de idee reçu dat outsourcing en zich toeleggen op kerntaken een must zijn. Net als in de hoogdagen van het fordisme streeft hij verticale integratie na: hij probeert de hele productieketen te beheersen. De netto-uitkomst is, in de woorden van de auteurs, een ‘lean fordisme’. Daarin houdt ondernemen altijd ook in dat je niet enkel bezig bent met het bedenken van een product, maar je tevens focust op het ontwerpen van een efficiënte en autonome fabriek, met zo weinig mogelijk afhankelijkheden in de omgeving.
Aankondigingspolitiek
Ondertussen verschoof in de Tesla-productie de nadruk van langsom meer naar AI en robotica, met als drijfwiel de idee van geheel zelfrijdende auto’s. Daarnaast wil Musk de productie van humanoïde robots opschalen. Die kunnen bijvoorbeeld je hele huishuishouding doen. Belangrijker vanuit ondernemersstandpunt, zo benadrukken Slobodian en Tarnoff, is dat doorgedreven robotisering een compleet bedrijf draaiende kan houden: ziehier het posthumaan kapitalisme.
Musk grossiert graag in wilde ideeën, zoals een space shuttle naar Mars (SpaceX Starship) en het multiplanetair maken van de mensheid. De deelname aan de kolonisering van Mars zou uiteraard bijzonder selectief zijn en neerkomen op een massieve herbevestiging van de kloof tussen de éénprocenters en de negenennegentig procent anderen die de mensheid bevolken. Musks ambitieuze projecten vereisen echter bijzonder veel geld. In de Belgische zakenkrant De Tijd van 23 april jl. viel te lezen dat ‘auto’s niet meer genoeg cash opleveren om Elon Musks prijzige plannen voor investeringen in AI en robotica te bekostigen, waardoor een fusie van Tesla en SpaceX een stuk waarschijnlijker wordt.’ Wie trouwens recent 15.000 euro extra op tafel legde om later z’n Tesla te kunnen transformeren in een zelfrijdende auto, is die centen kwijt: de hard- en software in de huidige wagens zal niet volstaan.
Aankondigingspolitiek is een essentieel ingrediënt van Musks ondernemingsstijl. De man gebruikt graag grote woorden die zijn profetische gaven als ondernemer moeten onderstrepen, maar haast altijd moet hij de gecommuniceerde plannen terugdraaien, bijstellen of temporiseren. Na het opkopen van X begon Musk overigens berichten de wereld in te sturen met een grote draagwijdte. Zo hadden sommige van zijn tweets een directe impact op de prijs van Tesla-aandelen of de bitcoin.
Tweeter en anti-woker
Net als Trump is Musk een verwoede en impulsieve tweeter, wat voor een bedrijfsleider bepaald uitzonderlijk is, en heeft hij weinig op met ‘wokeness’ en migratie. ‘Ik ben de meme geworden’, zei Musk ooit in reactie op de vaststelling dat hij alomtegenwoordig is op X. Hij is geen eenrichtingscommunicator en reageert regelmatig op berichten van anderen. Op die manier kwam hij in 2024 in contact met de extreemrechtse Duitse activiste Naomi Seibt, wat vervolgens uitmondde in een livegesprek op X met Alice Weidel, de medevoorzitter van Alternative für Deutschland. Slobodian en Tarnoff staan niet echt stil bij de oorzaken van Musks extreemrechtse draai. Allicht is zijn Zuid-Afrikaanse afkomst niet vreemd aan ‘s mans obsessie met het behoud van de ‘witte beschaving’ en haar traditionele genderpatroon.
Zonder het met zoveel woorden te zeggen, betrekken Slobodian en Tarnoff de uitdrukking technosoevereiniteit ook op het reguleren van informatie, via AI-algoritmen, op een wereldwijd opererend sociaal medium als X. Op dat laatste platform duwt Grok, het rechtse antwoord van Musk op ChatGPT, de gebruiker in de richting van anti-woke-ideeën. Het sluit aan bij het digitale surveillancekapitalisme dat Shoshana Zuboff omstandig beschreef. Techbedrijven verzamelen, analyseren en verhandelen niet alleen data, maar fungeren met behulp van AI hoe langer hoe meer als informatiefuiken. Noem het digitale hegemoniestrijd op basis van een verborgen technologische macht, in de vorm van sturende algoritmes.
Musk beschouwt de interactie op X als een voorbeeld van ‘een cybernetisch collectief’ omdat er sprake is van directe terugkoppelingen tussen mensen en digitale systemen. Cruciaal vindt hij de ‘limbische resonantie’ op sociale netwerken. Dat ‘limbische’ slaat op het zogenaamd dierlijke brein, dat is verbonden met emoties en quasi-instinctieve reacties, die zich onttrekken aan directe sturing door de cortex. Tweets of beelden gaan viraal vanwege de opgewekte affecten: ‘Hoe meer limbische resonantie, hoe meer engagement’, aldus Musk. Het is een punt dat nog altijd te vaak over het hoofd wordt gezien in de discussies over AI. Kunstmatige intelligentie wordt mede getraind op basis van emotioneel geladen informatie, zodat het nogal wiedes is dat AI schijnbaar zelf ook ‘emotioneel’ reageert. Musk zegt het in psychoanalytische termen: AI is ‘ons id in het groot’, een belichaming van onze impulsen voor zover die zich uitdrukken in digitaal gemedieerde informatie.
De cybernetische staat
Met Neuralink streeft Musk naar een optimalisering van de cybernetische relatie tussen mens en machine. Hij droomt van een echte cyborg, een totale versmelting van digitale informatie en mens-zijn dankzij een directe interface tussen hersenen en computer. Opnieuw een grootse worp, weerom geflankeerd door grootse woorden – maar grootse daden blijven voorlopig uit. Musks cyborgutopie is niet alleen geïnspireerd door scifi-films of -games. Ze vloeit ook voort uit zijn algemenere visie op mens en werkelijkheid, waarvoor Slobodian en Tarnoff de nodige pagina’s inruimen.
In Musks denkwereld is alles en iedereen een combinatie van code en informatie. Die idee impliceert een verregaande ontmenselijking: waarom zou je bijvoorbeeld nog empathie betonen met een wezen dat ‘in feite’ functioneert als een robot? Als u en ik gewoon de veruitwendiging van informationele code (lees: DNA) zijn, is medegevoelen simpelweg absurd.
De wereld is code, de wereld veranderen komt neer op het herschrijven van code: deze houding inspireerde het misgelopen DOGE-project. Dat werd in januari 2025, meteen na Trumps inauguratie, op de rails gezet, maar na acht maanden stilletjes afgevoerd (de afkorting DOGE verwijst overigens naar de doge-meme met een Shiba Inu-hond; er bestaat ook een dogecoin, die op veel steun van Musk kan rekenen). Het door Musk geleide Department of Government Efficiency wilde de Amerikaanse federale overheid flink afslanken door zoveel mogelijk met data en algoritmes te werken, zonder menselijke tussenkomsten. Zo’n cybernetische staat kan het niet alleen met veel minder ambtenaren stellen en data-gedreven besparingen doorvoeren. De integratie van databanken laat bijvoorbeeld ook toe om in een handomdraai te achterhalen wie zonder officiële papieren in de sociale zekerheid zit. Onder DOGE werden de betrokkenen geschrapt, wat neerkomt op een administratieve Kaltstellung met serieuze financiële gevolgen. DOGE-mensen hadden het veelzeggend over ‘deleten’.
Het DOGE-project reed zichzelf vast omdat het overgrote deel van het Amerikaanse overheidsbudget zodanig gebetonneerd zit in kiezersvriendelijke uitgaven dat er geen cuts mogelijk zijn zonder je als president immens impopulair te maken. Daarmee is volgens Slobodian en Tarnoff niet ook de idee van AI-bestuur van de baan. Daarbinnen delibereren geen mensen aan de hand van regels, maar wordt automatisch beslist door code. Het komt inderdaad neer op een anonieme, posthumane technocratie. De gevaren van een cybernetische staat zijn legio. Dat bijvoorbeeld algoritmische risicoselectie in onjuiste en racistische profilering kan resulteren, toonde de Nederlandse toeslagenaffaire.
Muskisme?
In het slothoofdstuk sommen Slobodian en Tarnhoff een aantal toekomstmogelijkheden op voor het ‘Muskisme’. Met zijn bedrijven kan Musk meerdere kanten op: sterker inzetten op elektrificatie en geo-enineering om de wereld zo leefbaar mogelijk te houden, doorgaan op AI en robotificatie, zich verder ontwikkelen als een digitale eenmanspartij… Het klinkt allemaal wat wazig, maar dat is ten dele inherent aan het genre van de futurologie. Tegelijk suggereert deze openheid dat het ‘Muskisme’ toch niet zo samenhangend en performatief is als de uitdrukking impliceert.
Muskisme is een aangenaam weglezend en bijwijlen leerrijk boek, dat je echter ook op je honger laat. Musks biografie en carrière vormen de rode draad, maar Slobodian en Tarnoff steunen bij het schetsen daarvan haast enkel op beschikbare, publiek toegankelijke bronnen: ze kennen hun pappenheimer vooral uit andere literatuur en berichten die hij zelf de wereld instuurde. Nieuw onderzoek deden ze dus nauwelijks. Zo namen ze geen interviews af van mensen uit Musks directe omgeving en praatten ze ternauwernood met bevoorrechte getuigen uit de werelden waarin de man actief is.
Dit empirisch manco wordt niet gecompenseerd door een messcherpe analyse of conceptuele vernieuwing, terwijl je dat verwacht van een boek dat – dixit de achterflap – zou tonen ‘waarom Musk geen uitzondering is, maar het model van onze tijd’. Die laatste claim wordt dus niet ingelost. Er zitten daarvoor in Muskisme gewoon te weinig referenties aan ander onderzoek over de samenhang tussen digitalisering en sociaalpolitieke veranderingen. Daardoor mis je ook vergelijkingen tussen Musks ondernemerschap en de manier waarop andere bedrijven te werk gaan.
In hun discussie van digitale soevereiniteit negeren Slobodian en Tarnoff bijvoorbeeld de snel aanwassende literatuur over technofeodalisme, een begrip dat dankzij Yanis Varoufakis in geen tijd ingeburgerd raakte. Die literatuur onderstreept dat Big Tech zich door haar wereldschaal onafhankelijk maakt van democratische staten, ook juridisch, en iedere global player op een monopolistische manier de toegang controleert tot het eigen digitale domein (je ondertekent de eenzijdig geformuleerde voorwaarden van Facebook, Instagram of X, zo niet blijf je aan de poort staan). Het ‘Muskisme’ is dus helemaal niet zo bijzonder als de term doet vermoeden. Meerdere basiskenmerken van Musks ondernemingen – maar niet dus het ‘lean fordisme’ – typeren gewoon de logica van Big Tech.
Het gros van Musks ideeën wordt eveneens breed gedeeld. Over cyborgs en cybernetische netwerken werden al boekenkasten vol geschreven voor Musk zich als durvende ondernemer begon te profileren. Zijn ‘informationisme’, of de reductie van de wereld tot gecodeerde informatiestromen die efficiënt kunnen worden beheerd, is evenmin baanbrekend. In deze benadering verschuift de macht van managers naar ingenieurs, die met hun AI-systemen vele soorten kennis- of beslissingswerkers van langsom meer overbodig maken. In Musks ondernemingen krijgt deze evolutie tot op zekere hoogte effectief gestalte, maar dat is met de versnelde integratie van AI ook in andere bedrijven het geval.
Of het hier ook echt om een omslag gaat, valt nog te bezien. Bekeken door een sociologische lens is de posthumane technocratie, die Jacques Ellul al in de jaren vijftig aankondigde, een nieuwe etappe in het wereldhistorisch proces dat Max Weber begin de twintigste eeuw beschreef in termen van toenemende doelrationalisatie. Die evolutie staat voor het stelselmatig, berekenend en efficiënt nastreven van bepaalde oogmerken als winst en macht, of ook bijvoorbeeld waarheid (de moderne wetenschap en haar experimentele methode) en wooncomfort (het architecturaal modernisme van Le Corbusier en diens navolgers). De politieke vraag luidt uiteraard of die rationeel beoogde doelen het algemeen belang dienen en wie de geboekte efficiëntiewinsten toevallen. In het geval van Musk primeert het eigen gewin als kapitaalbezitter. Op dit punt blijft Muskisme echter serieus in gebreke: Slobodian en Tarnhoff betrekken het ‘Muskisme’ en, breder, het technofeodalisme nooit op een nieuwe epoche in het doelrationeel opererende kapitalisme. Je hoeft nochtans helemaal geen marxist te zijn om dat verband te leggen.
Reacties
Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.