Proza, Recensies

Ondergronds

Kind van was

Olga Ravn (vert. Michal van Zelm)

Een pop vertelt

Iedere roman heeft een verteller, zo ook Kind van was van Olga Ravn. De functie van de verteller in een roman is helder: de verteller vertelt. Maar wat is de verteller van een roman eigenlijk? Ik denk ongeveer het volgende: de verteller is een figuur in het weefsel van de roman die geen deel uitmaakt van de handeling, maar wel van de vertelling.

De lezer die enigszins geschoold is in verhaalanalyse, zal nu wellicht de vraag voelen opborrelen over welk type verteller we het hier hebben: een ik-verteller, een auctoriale verteller of een personale. Laten we in plaats daarvan nog eens kijken naar de kenmerken die ik hierboven opschreef. In de functie van de verteller zit weinig speelruimte: er zal hoe dan ook verteld moeten worden. Het wezen van de verteller biedt daarentegen haast eindeloze ruimte voor variatie, zolang die aard op overtuigende wijze doorklinkt in de taal van de verteller. Dat de meeste vertellers in de praktijk vrij netjes binnen een van de narratologische typen vallen, vind ik dan ook jammer. Op die manier is van tevoren al grotendeels vastgelegd welke rol de verteller in de tekst kan spelen en wat diens verhouding tot het vertelde is.

Olga Ravns vertellers hebben van dit euvel geen last. In haar vorige boek, Het personeel, verzamelt een commissie bekentenissen van het personeel van een ruimteschip dat buiten commissie is gesteld. In de (korte) inleiding spreekt de commissie de lezer aan, daarna volgt een selectie uit de bekentenissen. De vertelsituatie komt daardoor direct onder hoogspanning te staan. Er is zelfs ruimte voor twijfel of het verzamelen van de bekentenissen niet tot de (tragische) gebeurtenissen in de handeling geleid heeft.

In Kind van was is de verteller een kind van was: een zeventiende-eeuwse pop, begraven in de grond. Het verhaal dat het kind vertelt, is van een groep vrouwen in Aalborg in het eerste kwart van de zeventiende eeuw, die ter dood veroordeeld worden voor tovenarij. Een van de vrouwen, de arme ongetrouwde edelvrouw Christenze Kruckow, is de maakster van de pop.

 

En nu staat [Christenze] in de keuken, en het is nacht. Er is niemand die haar kent. Ik wil haar alles geven wat ik heb. Ze maakt de figuur los uit de vorm. Ik ben het. Ze fluistert dingen in mijn oor. Ze bakert me in als een kind. Ze ruimt de rommel op. Ze wist alle sporen.

 

Net als in veel andere passages in Kind van was herbergt de compacte, heldere taal een kluwen aan extra betekenissen en raadsels. Kijk alleen maar naar de laatste drie zinnen, die gaan van een teder gebaar naar een misdaad. Of naar de manier waarop de verteller naar zichzelf (de pop) kijkt: ‘de figuur’, maar ook: ‘Ik ben het.’ In de handeling lijkt Christenze de pop leven in te blazen, maar als je goed leest, blijft het kind een ding, dat pas als verteller van de roman een stem krijgt. Is ze daarmee levend geworden? Heeft ze een bewustzijn gekregen?

Misschien besteed ik wat veel aandacht aan de vertelsituatie van de roman, maar ik kreeg de indruk dat er iets cruciaals in die pratende wassen pop schuilgaat. Laten we eerst even wat andere aspecten van Kind van was onder handen nemen, voordat ik een poging doe om te formuleren wat dat cruciale nu precies is.

 

Over het occulte en het moderne

Kind van was is gebaseerd op historische documenten. In het Denemarken van de zeventiende eeuw zijn dus de vrouwen Ousse Lauritsdatter, Maren Kneppis, Apelone Ibsdatter, Dorte Kjærulf en Christenze Kruckow gedood onder verdenking van hekserij. De manier waarop Ravn met het archiefmateriaal werkt, is interessant. In eerste instantie lijkt het alsof ze een deel van haar bronnen in kleine, losstaande hoofdstukken in de vertelling heeft geïntegreerd.

 

Als je door verboden liefde voor een vrouw betoverd bent, moet je een paar schoenen aantrekken en rondlopen tot je voeten beginnen te zweten. Maar je moet hard doorlopen, zo hard dat je voeten niet gaan stinken. Daarna trek je je rechterschoen uit en drink je er wat bier of wijn uit, en op dat ogenblik zal al je liefde voor de vrouw verdwijnen.

 

Deze passage is ingeklemd tussen twee hoofdstukjes die de liefde tussen Christenze en Maren beschrijven. Ze sluiten aan bij bepaalde rituele handelingen die de personages samen uitvoeren, of instructies die ze elkaar geven. Ze verbinden het profane en het spirituele, het materiële en het imaginaire op een manier die slecht past bij een modern wereldbeeld, waarin deze domeinen strikt gescheiden zijn.

De status van deze passage is ambigu. Zijn het kleine, talige objets trouvés die door de auteur in de vertelling ingevoegd zijn? Of diept het kind van was ze op uit het (collectief) geheugen? Later worden deze passages een soort kleine prozagedichten.

 

Melk met bloed van de zieke koe over de mierenhoop. Olie in water, vossentanden bij het kind, het vlees en bloed van Christus in je vuist, onder je gehemelte, een verlangen, een nooit licht gemaakt geheel, een schrikwezen, de rozemarijnstruik – bedekt met stof, in koninklijke afwachting, ieder kleinste lancetvormige blad.

 

Kind van was bestaat uit twee delen: grofweg de periode voordat de vrouwen opgepakt worden in ‘Toverijgerucht’ en hun gevangenschap, proces en veroordeling in ‘Heksenproces’. Onder druk van de autoriteiten (tot aan marteling toe) verraden de vrouwen elkaar en verliezen ze hun grip op de werkelijkheid. Misschien laat het fragmentarische tweede citaat iets zien van hun desintegratie. (Hulde overigens aan Michal van Zelm, die een vertaling heeft gemaakt waarin de beeldende, idiosyncratische en ritmische taal van Ravn fier overeind blijft.)

De mannen die de vrouwen vervolgen, gevangenzetten, folteren, veroordelen en doden (figuren als een leenheer, twee districtscommissarissen, een scherprechter en een priester) doen dit, zo is de sterke suggestie, in opdracht van de Koning van Denemarken, Christian IV. Hij wordt gepresenteerd als een aanzwengelaar van het vroege modernisme: protestant, rationeel, koloniaal. In haar inleiding merkt Bregje Hofstede op dat heksenvervolging vaak gezien wordt als iets uit de middeleeuwen, maar dat het verschijnsel in de renaissance zijn hoogtepunt beleeft: ‘De brandstapels waren de startraketten van de moderniteit.’

Heksen waren gewone mensen die door rituele handelingen uitwisselingen in gang zetten tussen verschillende domeinen: het kosmische en het aardse, het goddelijke en het menselijke, tussen dood en leven en verleden en heden. In de moderniteit worden de afstanden tussen die domeinen steeds groter geacht, en nemen instituten als staat, kerk, wetenschap en kapitaal een bemiddelende positie in. De maan is voortaan een steenklomp in een baan om de aarde; wetenschap en staat brengen er mannen heen.

Wat de Koning er uiteindelijk toe brengt om zich persoonlijk in te zetten voor gewelddadige heksenvervolging, is dat een heks uiteindelijk niet veel anders doet dan een rechter of een priester. Door middel van een rituele (talige) handeling probeert ze een ingreep te plegen in de werkelijkheid. Alleen is haar ritueel occult: het trekt zich terug uit de openbaarheid en daarmee onttrekt het zich aan de controle van (bijvoorbeeld) de staat.

Bovendien: wat is de autoriteit van een rechter of een priester nog waard als een ongeletterde dorpsvrouw hetzelfde kan bewerkstelligen?

 

Een verstekeling

Het kind van was heeft (terwijl het in de grond ligt) een speciale band met haar moeder, Christenze Kruckow, maar ook – verbazingwekkend genoeg – met Koning Christian IV.

 

Er zat lood in de nieren van de koning, het was er warm. Zo ving ik het nieuws op, via de reis van het lood door het bloed van de mensen. […] En ik zat in het oor van de koning, en ik zat in de mond van de koning, en ik zat in de losse tand van de koning en in het kwikzilver in zijn lever, en ik hoorde het. Het gekras van zijn pen op het papier, toen hij de lijfspreuk van de kroon herhaalde, regna firmat pietas, vroomheid versterkt het koninkrijk.

 

De band met Christenze is lijfelijk, intiem: ze weet hoe haar zweet ruikt en wordt zacht van het contact met haar warme huid. In het lichaam van Christian is het kind een indringer, een parasiet, een verstekeling.

Uiteindelijk is Kind van was voor mij een roman over verzet. De vrouwen vormen samen in het eerste deel een alternatieve gemeenschap, openbaar maar verborgen, binnen het vijandige patriarchaat. Ze zorgen voor elkaar; daardoor onttrekken ze zich aan de macht van de man. Ze worden daarvoor genadeloos en gruwelijk gestraft.

Aan de oppervlakte wint Christian IV, wint de moderniteit, met zijn apocalyptische vooruitgang. ‘Ik zag de olie als varens de grond uit schieten, met grote, glimmende tongen. […] Ik zag stoomlocomotieven, het kleinste deeltje gespleten en tot ontploffing gebracht.’ Maar al die tijd ligt er onder de grond een kind van was, dat een verhaal vertelt over een mogelijke andere wereld. Het is een verhaal dat helemaal niet mogelijk is in het moderne paradigma, maar dat vormt  er juist de kracht van. Als je ervoor kiest om het te geloven, dan bevrijd je jezelf van dat verhaal dat onze ondergang aan het worden is.

Das Mag, Amsterdam, 2026
Vertaald door: Michal van Zelm
ISBN 9789493399488
205p.

Geplaatst op 15/06/2026

Tags: Bregje Hofstede, Heksenvervolging, Kind van was, Olga Ravn

Categorie: Proza, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.