Proza, Recensies

Het paleis van de zwarte aarde

Aleksandra

Lisa Weeda

Toen ik Aleksandra las en deze recensie schreef, was er nog geen oorlog in Oekraïne. Ondertussen staat Kiev in brand en zijn honderdduizenden mensen op de vlucht. De inval van Rusland had echter een jarenlange prelude, van de val van de Sovjet-Unie tot de annexatie van de Krim en de afscheuring van de volksrepublieken Loegansk en Donetsk. Terwijl het Westen uitrekent welke sancties het moet treffen, mogen we niet vergeten dat dit conflict niet gaat over pijpleidingen, maar over mensen zoals Aleksandra.

Lisa Weeda is een Nederlandse schrijver, programmamaker en scenarist met Oekraïense roots. Ze werd door de Volkskrant uitgeroepen tot literair talent van 2022 en haar romandebuut Aleksandra staat op de longlist van de Libris Literatuurprijs. Weeda maakte eerder al een virtual-reality-documentaire die zich afspeelt in het Oost-Oekraïense dorpje Rozsypne. Op het eerste gezicht ziet het er idyllisch uit: 3D-modellen van zonnebloemen waaien heen en weer onder een stralend blauwe skybox. Maar het is 2014, en de regio is sinds kort in handen van pro-Russische rebellen. Er liggen loopgraven in de velden. Morgen stort vlucht MH17 neer, niet ver van hier.

Naar diezelfde regio neemt Weeda ons mee in Aleksandra, haar ambitieuze romandebuut dat bijna honderd jaar geschiedenis beslaat, tientallen personages aan het woord laat en de regels van tijd en ruimte doorbreekt met een flinke dosis Sovjetmagie.

De grootmoeder van Lisa, Aleksandra, is geboren in Loegansk. Ze woonde er tot de Tweede Wereldoorlog, toen ze als achttienjarige gedeporteerd werd naar Nazi-Duitsland en zo in Nederland terechtkwam. Het boek dat Weeda schreef, is Aleksandra’s verhaal, maar ook dat van Aleksandra’s vader en moeder, haar talrijke tantes, ooms, neefjes en nichtjes die in Oekraïne bleven.

 

Een vagevuur voor de Sovjetmens

In 2018 reist Lisa naar Loegansk in Oost-Oekraïne, op zoek naar haar verdwenen neef Kolja. De autoriteiten willen haar de grens niet laten oversteken. Loegansk is een onafhankelijke republiek, al wordt dat enkel door Rusland zelf erkend. Wanneer een man een mijnenveld inloopt, ziet Lisa haar kans om de grenspost over te steken. Ze rent een graanveld in en komt terecht in het Paleis van de Verloren Don Kozak, waar haar overgrootvader Nikolaj op haar staat te wachten.

Maar Nikolaj is al sinds de jaren vijftig dood en het paleis waarin hij zijn achterkleindochter rondleidt, staat er niet echt. Het is een plaats waar de doden heengaan, een vagevuur voor de Sovjetmens. Terwijl Lisa en Nikolaj door de gangen met fresco’s van gelukkige arbeiders lopen en balzalen vol bladgoud bezoeken, vertelt haar overgrootvader Nikolaj zijn levensverhaal. Hij komt uit een familie van Don Kozakken. Vroeger waren ze gevreesde vrijbuiters die door de tsaar werden ingezet als cavalerie, maar die dagen zijn voorbij. In het begin van de twintigste eeuw vestigt de familie van Nikolaj zich in het bekken van de rivier de Don als zelfstandige boeren. Door de communisten worden ze echter als koelakken bestempeld, rijke grondbezitters die de revolutie dwarsbomen (in praktijk was een koelak elke boer die meer dan drie hectare land bezat). Hun boerderij, grond en dieren worden afgenomen. Nikolaj, die nu gaat werken op de collectieve kolchoz, ziet de oogst verdwijnen in grote vrachttreinen, terwijl hij en zijn dorpsgenoten verhongeren. Het jaar daarop mislukt de oogst. ‘De grond leek te weten dat het eten bij de verkeerde mensen terechtkwam,’ denkt Nikolaj.

De Holodomor, letterlijk ‘uitmoording door verhongering’, was een georkestreerde hongersnood die meer dan drie miljoen mensen het leven koste. Het was een middel van de Sovjet-Unie om het Oekraïense volk onder de duim te krijgen. Aleksandra positioneert zich midden in de schakelmomenten van de Oost-Europese geschiedenis, van de Holodomor en de Tweede Wereldoorlog tot het huidige conflict tussen Rusland en Oekraïne. Het Donetsbekken heeft het allemaal over zich heen gekregen. Weeda’s debuut maakt die verhalen toegankelijk voor een Nederlandstalig publiek, op een manier die spannend en meeslepend, maar ook verwarrend is.

 

Splinterroman

Aleksandra is een historische familieroman, maar dat betekent niet dat het verhaal op een chronologische manier verteld wordt. Je krijgt als lezer stukjes aangereikt, nu weer verteld door de geest van overgrootvader Nikolaj, dan weer door de verdwenen neef Kolja, grootmoeder Aleksandra, Lisa zelf, een tante die op bezoek komt, of een kudde telepathische gouden herten (later meer hierover). Het verhaal speelt zich beurtelings af in het heden, tijdens de Tweede Wereldoorlog, de jaren dertig, de Russische Revolutie en de Oekraïense burgeroorlog.

Die verschillende tijden en vertelperspectieven wisselen elkaar snel af. Op twee pagina’s verandert het vier keer, zonder dat er een nieuw hoofdstuk aanbreekt. Het zou een trucje kunnen zijn van de schrijver om te verhullen dat er eigenlijk helemaal niets interessants gebeurt. Maar wat er gebeurt, is net hartverscheurend en urgent. Althans, zo zou je het ervaren als je er de kans voor kreeg.

Aleksandra beslaat namelijk honderd jaar geschiedenis van één van de meest complexe regio’s in Europa, bevat tientallen personages waarvan er velen zelf aan het woord komen en gebruikt meer symbolen en magie dan een Slavisch sprookjesboek. Dan hoef je naar mijn mening de verhaallijnen niet ook nog eens door elkaar te vertellen. Het duurde in ieder geval tot halverwege het boek voordat ik alles op een rijtje had en bij elke perspectiefwissel wist wie er aan het woord was en in welke tijd we zaten. De stamboom achteraan het boek was daarbij wel een hulp.

 

Witte herten, Lenin en het tijdreizende Paleis van de Sovjets

Dit boek zit boordevol symboliek. Wanneer een Don Kozak sterft, dan verandert hij in een wit hert met een gouden gewei en een gouden pijl in zijn rug. De herten, die een aanzienlijk deel van Aleksandra vertellen in de wij-vorm, zijn een koor van voorouders dat commentaar geeft op de gebeurtenissen in het boek. Ze zijn erbij wanneer Kolja bedreigd wordt door de commandanten van de nieuwe republiek, wanneer Aleksandra gedeporteerd wordt of wanneer Lisa eindelijk haar weg uit het Paleis van de Verloren Don Kozak vindt.

Dat Paleis is ‘niet meer dan een gat in de tijd voor dromen die nooit werkelijkheid zijn geworden.’ Het gebouw is gebaseerd op het Paleis van de Sovjets in Moskou. Dat had het hoogste gebouw ter wereld geweest, mocht het ooit echt gebouwd zijn, met een 100 meter hoog standbeeld van Lenin op het dak. Door een icoon van Sovjet-megalomanie neer te zetten in de Oost-Oekraïense velden, creëert Weeda een droomwereld waarin de doden kunnen spreken en de geschiedenis nooit voorbijgaat. Wanneer Lisa door Sint-Petersburg rijdt, komt een standbeeld van Lenin tot leven. ‘Zie ik het nou goed,’ vraagt ze aan de taxichaffeur, ‘of is dit socialistisch realisme op zijn best?’ Lenin komt een praatje maken met hen, waarop de taxichauffeur tegen hem zegt: ‘We hebben een andere Vladimir. Zelfde naam, ander systeem. Nog altijd niet heel gezellig. In ieder geval, je bent te laat.’

Aleksandra bevat een weelde van verhalen over dezelfde familie in dezelfde streek. Dat zorgt voor interessante parallellen. De geschiedenis van Petr en Tolja, vader en zoon die strijden aan verschillende kanten tijdens de Russische revolutie, spiegelt zich in het verhaal van de neven Witja en Kolja in het heden. Witja sluit zich aan bij de pro-Russische rebellen, terwijl Kolja in Loegansk blijft en weigert een kant te kiezen.

Als een letterlijke rode draad doorheen het boek loopt een doek met zwarte en rode lijnen, vanaf de jaren dertig geborduurd door Nikolajs schoonmoeder. De lijnen staan voor de levens van de familieleden. Aleksandra werkt verder aan de doek, eerst in Duitsland en daarna in Nederland. De lijnen zijn ‘rood voor de liefde en zwart voor het verdriet […]’ en even later ‘Het land is altijd zwart en rood, leerde Baba Mari me. Het zwart staat niet alleen voor de aarde, maar ook voor de dood. We wonen op een grillig en humeurig stuk land, maar het is in ieder geval ons land.’

 

De traditie van de Sovjetmagie

Het debuut van Lisa Weeda is bewonderenswaardig ambitieus. De magisch-realistische elementen maken het vertellen van een wijdvertakt verhaal nog complexer, en daar kan je als lezer of recensent wel moeilijk over doen (zie hierboven), maar uiteindelijk mag een boek wel wat van je vragen. De kans dat je dit boek als ontspannende vakantielectuur had uitgekozen na de achterflap te lezen, was toch al klein.

Weeda’s debuutroman hoort thuis in een groeiende traditie van jonge Nederlandse schrijvers die vertellen over hun roots, zoals Sholeh Rezazadeh die in haar debuut De Hemel is Altijd Paars spreekt over haar familie in Iran. Rezazadeh werd eveneens genomineerd voor de Libris literatuurprijs en eveneens genoemd als literair talent van 2022 door de Volkskrant, dus de twee naast elkaar plaatsen is niet zo heel gek.

De magische elementen in Aleksandra – en dan vooral het Paleis – passen bovendien binnen een traditie van Sovjetschrijvers die hun verbeelding gebruiken om woorden te geven aan situaties die gewoon niet realistisch zijn. De broers Arkadi en Boris Stroegatski, wellicht de meest invloedrijke sciencefictionschrijvers uit de Sovjet-Unie, creëren in De Gedoemde Stad bijna dezelfde non-plaatsen waar tijd en ruimte opgeheven worden. Bij hen dient verbeelding ook om uiting te geven aan de waanzin van het totalitaire bewind van de Sovjet-Unie. Ook Michail Boelgakov, Jevgeni Zamyatin en recenter Vladimir Sorokin en Victor Pelevin gebruiken fantasie om leed te kunnen verwoorden en politiek absurdisme te kunnen evenaren in de taal, en volgens mij doet Weeda net hetzelfde wanneer ze Lenin van zijn sokkel doet stappen, de doden tot leven brengt en de dieren laat spreken.

Dat je dan af en toe heen en weer moet bladeren tussen het verhaal en de stamboom achteraan, dat moet je er dan maar bij nemen.

 

Recensie: Aleksandra van Lisa Weeda door Pieter Van de Walle

De Bezige Bij, 2022

Geplaatst op 01/03/2022

Tags: Aleksandra, Lisa Weeda, Oekraïne, Sovjet-Unie

Categorie: Proza, Recensies

Naar boven

Reacties

  1. Martin G. Koster

    Het is een hallucinerend boek dat ik in een ruk, met heel veel plezier en zonder gebruik te maken van de stamboom uitgelezen heb. Maar deze samenvatting heb ik met grote instemming gelezen. Het was een grote hulp bij het begrijpen van wat ik zojuist gelezen had.

    Dank, heer Van de Walle!

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.