Proza, Signalement

Een ode aan de tijdelijkheid van ons bestaan

Ode aan mijn handen

Jesús Carrasco (vert. Jos Kockelkoren)

Jesús Carrasco beschrijft in zijn autobiografische roman Ode aan mijn handen (gepubliceerd in het Spaans in 2024 en vertaald naar het Nederlands in 2025 door Jos Kockelkoren) hoe hij en zijn gezin gedurende ruim tien jaar af en aan wonen in een bouwvallig huis in Zuid-Spanje. Het is een huis dat hun nooit werkelijk zal toebehoren en dat onvermijdelijk zal worden gesloopt. De verhouding tussen mens en materie, tussen lichaam en omgeving, tussen arbeid en betekenis loopt als een rode draad door Carrasco’s oeuvre en ook door dit boek. Anders dan in zijn eerdere romans is de dreiging hier echter niet expliciet sociaal of economisch, maar fundamenteler van aard. De wetenschap dat de schrijver en zijn gezin de woning zullen moeten verlaten, hangt, zoals de verteller zelf zegt, ‘als een zwaard van Damocles’ boven hun hoofd en brengt een ander idee met zich mee: dat van tijdelijkheid en vergankelijkheid.

Lapwerk en perfectionisme

Zoals de titel al verraadt, staan de handen en hun arbeid in dit boek steeds centraal. Handen die creëren, herstellen, verzorgen. Handen die al doende leren. ‘Iemand die eigenhandig iets heeft vervaardigd, ontwikkelt een unieke band met datgene wat is gemaakt.’

Wat Carrasco beschrijft, is op het eerste gezicht weinig spectaculair. Er wordt gerepareerd, opgelapt, aangepast. Toch schuilt juist in dat lapwerk de kern van deze roman. Het huis groeit niet volgens een plan, maar groeit organisch, ‘onopzettelijk’, mee met de levens die zich erin afspelen: ‘Er werden kinderen geboren en men bouwde een nieuwe vleugel. De kinderen groeiden op en men voegde een provisiekamer of een gemak aan de woning toe.’ Het provisorische wordt hier niet opgevat als tekort, maar als bestaansvorm. Een terloopse uitspraak van een vriend krijgt daardoor bijna het karakter van een natuurwet:

Dit lapwerk markeerde in ieder geval een weg voor het huis en voor ons, en met name voor mij. Het was een manier van doen die niet alleen haaks op mijn perfectionisme stond, maar die bovendien blijvend was. Er is niets definitiever dan iets provisorisch, zei Juanlu eens tegen me. Het leek een grappig woordspelletje, maar wat het huis betreft was het net zo waar als de wetten van Newton.

Carrasco presenteert zich nadrukkelijk niet als een bekwame klusser. Integendeel: veel mislukt, andere keren levert het hooguit ‘acceptabele resultaten’ op. Gaandeweg leert hij het resultaat los te zien van het initiatief. Dat blijkt een kantelpunt, niet alleen in zijn omgang met het huis, maar ook met zichzelf en zijn perfectionisme. Het handelen zelf krijgt waarde, los van uitkomst of rendement. Werken met de handen wordt zo een oefening in aandacht en overgave.

Ik wist dat het eindresultaat pover zou kunnen zijn, maar dat belette me niet om ergens aan te beginnen. Sterker nog, terwijl uitmuntendheid aan waarde verloor op de markt, mijn markt, stegen de koersen van lot en toeval. We hebben de neiging om te koesteren wat we na langdurig en zeer nauwkeurig werk hebben bereikt en te geringschatten wat ons zomaar komt aanwaaien.

Parallellen met het schrijfproces

Die ervaring verbindt Carrasco expliciet met het schrijven. Lange tijd wantrouwde hij teksten die te gemakkelijk ontstonden. Literatuur moest zwaar zijn, bevochten. In deze roman verschuift dat denken. ‘Het uitmuntende neigt naar plechtstatigheid en het toevallige naar humor,’ schrijft hij, om eraan toe te voegen dat juist die lichtheid op dat moment van zijn leven belangrijker werd.

De parallel tussen de handenarbeid en het schrijven is helder: beide zijn ambachten waarin controle moet worden losgelaten om ruimte te maken voor wat zich aandient. In modernere termen zou je dit wellicht ‘flow’ noemen, maar Carrasco houdt het bij concreet, lichamelijk en precies.

Het huis wordt langzamerhand een vertrouwelijke ruimte, gevuld met kinderen, dieren, vrienden en herinneringen. Een huis, zo maakt Carrasco invoelbaar, leeft alleen werkelijk wanneer het bewoond wordt, wanneer het gebruik zich in de muren en materialen nestelt. Terwijl het huis zich hiermee steeds meer vult, blijft het besef dat de sloop elk moment kan worden aangekondigd op de achtergrond. Het is juist deze kennis die ervoor zorgt dat er ten volle wordt geleefd en gewerkt in het huis. En het is deze contradictie die het huis verandert in een metafoor voor het leven zelf: we hebben het slechts in bruikleen. We geven ons eraan over, ook al weten we dat het eindig is. In dat denken ligt de kracht van de roman.

Leren leven met het voorlopige

Carrasco nodigt de lezer uit om niet alleen te kijken naar wat verloren gaat, maar juist ook naar wat ontstaat. Ode aan mijn handen is een boek dat traag gelezen wil worden. Het nodigt uit tot onderstrepen en herlezen, tot het vullen van een notitieboek met zinnen die je niet wilt vergeten. De auteur weet met een rijke taal de eenvoud van het leven te verheffen tot iets kostbaars.

Ik had een unieke gebeurtenis[1] gemist, zoals ik ooit die reis met het busje om de keuken te monteren had gemist. Bij beide gelegenheden, en bij nog vele andere, had ik een boodschap van mijn lichaam ontvangen: stop met wat je aan het doen bent en kijk. Maar ik gaf geen gehoor aan die boodschap, omdat mijn hoofd me overtuigde dat iets anders belangrijker was. Een tijdschema, gestelde doelen, een paar hoofstukken meer, plichtsgevoel. Die hiërarchie, eerst het verstand en dan het lichaam, was een kopie van het grotere plan dat orde bracht in de maatschappij. Ik kan me echt niet meer herinneren wat ik op dat moment schreef of waarom het zo belangrijk was om te blijven zitten waar ik zat. Maar zeker is dat, hoewel het verstand en het geheugen zich in hetzelfde orgaan bevinden, het mijn lichaam is dat niet vergeet.

Carrasco’s stijl is introspectief, meditatief en symbolisch, waarbij de auteur op poëtische wijze de relatie tussen geest, lichaam en gehechtheid aan het aardse onderzoekt. Het gaat om de verbinding met het materiële, het huis, en de plek die zowel fysiek als emotioneel betekenis draagt. Ode aan mijn handenis een ode aan handwerk, aan aandacht en aan het leren leven met het voorlopige. Een roman die laat zien dat betekenis niet slechts gezocht wordt binnen het tijdelijke, maar juist door de tijdelijkheid zelf wordt gevormd.

 

Yonina Pullens schreef eerder dit signalement over Terug naar huis van Carrasco.

 

[1] De ‘unieke gebeurtenis’ verwijst naar rondcirkelende gieren in de vallei: zij streken neer bij een dierenkarkas. De auteur kende diverse beschutte plekken die als uitkijkpost konden dienen, maar hij verkoos een productieve schrijfochtend boven deze afleiding.

Meulenhoff, Amsterdam, 2025 (oorspr. 2024)
Vertaald door: Jos Kockelkoren
ISBN 9789029097598
288p.

Geplaatst op 12/02/2026

Tags: Arbeid, roman, Spanje

Categorie: Proza, Signalement

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.