Proza, Recensies

Broers bevechten elkaar in flets spiegelpaleis

Intermezzo

Sally Rooney (vert. Gerda Baardman & Jan de Nijs)

Wanneer je als schrijver al vanaf je debuutroman een succesformule in handen hebt, waarom zou je die dan nog veranderen? Ik kan me zomaar voorstellen dat die vraag bij de Ierse sterauteur Sally Rooney (1991) meermaals door het hoofd geschoten is. Ze gooide in 2017 direct hoge ogen met haar eerste roman, Conversations with Friends, in het Nederland vertaald als Gesprekken met vrienden. Met het vervolg, Normal People (2018, in het Nederlands verschenen onder de titel Normale mensen), veroverde ze de harten van een nog groter publiek. Ook haar derde roman, Beautiful World, Where Are You? (2021, vertaald als Prachtige wereld, waar ben je), werd lovend ontvangen.

De opzet van elk van deze romans is opvallend gelijksoortig. Vaak volgen we leeftijdgenoten van Rooney, door recensenten consequent bestempeld als millennials, die zich bewegen door Dublin en omstreken terwijl ze proberen betekenisvolle relaties – vaak romantisch, soms vriendschappelijk – met anderen aan te gaan. Dat dat vaak complexer blijkt dan op het eerste gezicht gedacht, vormt steeds de drijvende kracht achter de plot van de roman. Steeds staat er een verschil in de weg: in populariteit, klasse of leeftijd. Soms blijkt dat verschil onoverkomelijk, soms mogen beide partijen elkaar aan het einde toch in de armen sluiten.

Deze perikelen staan niet op zichzelf: ze worden vaak nadrukkelijk ingebed in onze huidige samenleving, waarin oprecht contact ons niet makkelijk – of zelfs onmogelijk – wordt gemaakt. Regelmatig vervallen Rooneys personages in lange mono- of dialogen waarin ze uit de doeken doen hoe hun bestaan door het kapitalisme wordt uitgehold, doordat ze puur als consumenten worden benaderd, overprikkeld raken door alle boodschappen die op hen worden afgevuurd en tegelijkertijd te weinig zekerheid ervaren op het gebied van wonen, werken en studeren. Ze worstelen vaak met zelfdestructieve gedachten en zoeken het medicijn in oprecht contact met de ander – een weg die meer dan eens doodloopt.

Rooney vangt deze ontwikkelingen steevast in een weinig bloemrijke verteltrant, zonder al te veel bijvoeglijk naamwoorden of metaforen. In haar romans blijft veel ongezegd: niet alleen op stijlniveau, maar ook in de vorm van zwijgende personages, die hun gevoelens niet goed kunnen overbrengen en daarmee regelmatig voor misverstanden zorgen. Die combinatie van door romantiek gedreven plots en een stijl waaraan het literaire gehalte van de boeken niet makkelijk af te lezen valt, riep bij recensenten al meermaals de vraag op of we hier niet veeleer te maken hebben met chicklit dan met hoogstaande literatuur.

Band tussen broers

In Rooneys nieuwste roman Intermezzo lijkt de auteur het enigszins over een andere boeg te gooien. Deze keer staat niet de relatie tussen geliefden centraal, maar die tussen twee broers: de ogenschijnlijk succesvolle dertiger Peter, jurist en universitair docent, en de twintiger Ivan, die in zijn tienerjaren als schaakwonder werd gezien, maar inmiddels al een tijd niet meer op hoog niveau speelt.

Het contrast is overduidelijk. Peter is communicatief vaardig, terwijl Ivan wordt neergezet als een jongen met autistische trekjes. Voor Peter staan de vrouwen in de rij; Ivan kan al jaren alleen maar dromen van enige vorm van vrouwelijk contact. Peter woont in een luxe appartement; Ivan moet het doen met een kleine studentenkamer. Peter draagt stijlvolle kleren, terwijl Ivan zich in tweedehands afdankertjes hult.

Het contrast klinkt zelfs door in de verteltrant: de delen waarin Peter focaliseert zijn staccato. Die stijl past bij zijn haastige levensstijl (‘Gewoon gezond verstand. Niet eens. Dagelijkse ervaring. De relatie tussen herinnering en gevoel. De deur die opengaat’). Terwijl de teksten vanuit Ivans perspectief juist bestaan uit volzinnen waarin iedere gedachte bijna mathematisch wordt uitgespeld (‘Ivan blijft in zijn hoek staan; hij wil wel gaan zitten, maar het is hem niet duidelijk welke stoelen nog moeten worden verplaatst en welke niet meer. Die onzekerheid is het gevolg van het feit dat hij geen enkel systeem heeft kunnen ontdekken in de manier waarop de mannen het meubilair verplaatsen’).

Vanaf het begin is duidelijk dat de relatie tussen de broers weinig gelijkwaardig te noemen valt. Intermezzo opent met de begrafenisceremonie van hun vader, die net is overleden aan kanker. We volgen Peter terwijl die minachtend zijn broertje en diens slecht zittende pak gadeslaat (‘Waarschijnlijk in een muf ruikend tweedehandswinkeltje voor het plaatselijke hospice op de kop getikt, contant betaald, gekreukt en wel in een herbruik­bare plastic zak gepropt en er zo mee naar huis gefietst’) en diens beugel bespot (‘het toppunt van puberale ongemakke­lijkheid’). Uiteraard is Peter degene die de afscheidsspeech houdt: hij is tenslotte de oudste, maar ook – zo lezen we tussen de regels door – de meest toonbare.

Subtiele verhoudingen

Toch liggen de verhoudingen subtieler dan op het eerste gezicht lijkt. Peters leven is namelijk al vroeg ontwricht door een ongeluk waarbij zijn toenmalige vriendin Sylvia ernstig verminkt is geraakt, dusdanig dat seksuele interactie geen optie meer is. Zij besloot daarop Peter te verlaten, maar hij kan haar, tien jaar na deze dramatische gebeurtenis, nog steeds niet zien als enkel een goede vriendin, en blijft daarom maar toenaderingspogingen ondernemen. Ondertussen zoekt hij zijn heil bij andere vrouwen, in het bijzonder de jonge twintiger Naomi, die platzak is en daarom continu om Peters geld bedelt. Wat ontstaat, is een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie, waarbij Peter heimelijk geniet van haar financiële afhankelijkheid en Naomi op haar beurt geniet van de seksuele macht die ze over deze tien jaar oudere man heeft.

Ivan kent zijn eigen relationele worstelingen. Tijdens een schaakpartij in een dorp buiten Dublin loopt hij de laat-dertiger Margaret tegen het lijf, met wie hij direct een connectie voelt. Tot zijn grote verbazing zijn die gevoelens wederzijds en al snel raken ze verwikkeld in een innige weekendrelatie. Ook Margaret heeft echter een ingewikkeld liefdesverleden: ze is officieel nog getrouwd met Ricky, een man met een ernstig drankprobleem, wiens wanstaltige gedrag ze veel te lang heeft getolereerd.

Margaret wil Ivan beschermen tegen de roddelcultuur van het dorp, maar Ivan laat zich niet wegsturen: als ze van elkaar houden, waarom zouden ze dan uit elkaar gaan? Mocht het leeftijdsverschil over tien jaar toch onoverbrugbaar blijken, waarom zouden ze nu dan niet alsnog genieten van de tijd die ze samen kunnen doorbrengen?

Het is vanaf het begin duidelijk welk spiegelpaleis Rooney met Intermezzo heeft willen opzetten. Beide broers worstelen met het leeftijdsverschil binnen hun relaties en met het verleden dat de ander met zich meesleept. Daarmee roept Rooney continu dezelfde vragen op: welke rol speelt leeftijd in een liefdesrelatie? Hoe blijft het verleden doorklinken en wanneer wordt dat voor een samenzijn fataal? Wanneer kan men spreken van echte liefde en wanneer van hypocrisie?

Eindeloze reflecties

De antwoorden op die vragen blijken allerminst eenduidig. Met name de vraag wanneer een personage genoeg reden heeft om een ander ergens van te beschuldigen, komt meermaals terug. Mag Peter zich laatdunkend uitlaten over Ivans relatie met Margaret als zijn eigen relatie een even groot leeftijdsverschil kent? En speelt Margaret, na jarenlang de rol van onderdrukte echtgenoot te hebben vervuld, nu niet zelf een spelletje met Ivan waarin zij eindelijk de macht mag grijpen?

Rooney laat haar personages eindeloos op al deze vraagstukken reflecteren. Zo denkt Ivan, terwijl hij in gedachten teruggaat naar zijn vaders begrafenis en de rol die Peter daar speelde:

De volmaakt gepolijste toespraak die hij hield, vol rake observaties en gevatte grapjes waar iedereen goedmoedig om lachte, maar zonder ook maar één oprechte emo­tie. Ivan heeft altijd geweten dat onder Peters onberispelijke voor­komen nog iets anders verborgen zat, maar hij heeft het nooit willen weten, het nooit in zijn dagelijks leven willen toelaten. Zoals dat vreemde gedrag van hem tijdens dat etentje, wat hij zei over Syl­via, dat hij nog steeds van haar hield, en nu ineens dat gedoe met die studente, zijn ex-vriendin, die alles over mij weet, overal alles van weet en beweert dat Peter er geestelijk slecht aan toe is, dat duidt allemaal niet alleen op een hypocrisie waar de honden geen brood van lusten, denkt Ivan, maar ook op iets anders, iets onzui­vers, iets wat echt niet in de haak is.

Elke denkstap wordt beschreven, iedere gebeurtenis nogmaals uitgeplozen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Intermezzo een beduidend dikkere pil is dan Rooneys eerdere boeken.

De vraag is of dat goed uitpakt. De kracht van Rooneys werk school tot nu toe juist in dat wat ongezegd bleef: verbanden die de lezer zelf mag leggen, zaken die te pijnlijk zijn om ter sprake te brengen. In Intermezzo doet Rooney het anders: Ivan is juist een personage dat alles expliciteert, zowel in gedachten als in gesprekken, hetgeen hem – met name tijdens de seksscènes – iets aandoenlijks geeft, maar ook die voor Rooneys werk zo gebruikelijke spanning opheft en resulteert in oeverloze herhaling en uitspelling van vanzelfsprekendheden.

Simplistisch

Het interessantst wordt Intermezzo wanneer de lezer feiten ontdekt die eerder niet aan het licht kwamen: hoe dramatisch de break-up tussen Sylvia en Peter precies verliep, hoe ingewikkeld de band tussen Peter en zijn vader was, hoelang hij als oudste broer al worstelt met suïcidale gedachten. Rooney brengt die informatie echter weinig gedoseerd: pas tegen het einde van de roman ervaren we de volle zwaarte van de situatie, terwijl die de roman juist vanaf het begin meer gewicht had kunnen geven.

Bovendien heeft Rooneys spiegelpaleis iets simplistisch. De personages lijken zich vooral bezig te houden met de vraag of zij en anderen intrinsiek goed of juist slecht zijn: of ze correct handelen in hun relaties, of ze recht van spreken hebben wanneer ze zich negatief uitlaten over het gedrag van de ander, of hun liefde voor een ander de juiste beweegredenen kent. Dat leidt tot discussies over platgetreden onderwerpen over de aard van liefde, de reden van het bestaan en de eventuele aanwezigheid van God die hen al dan niet in de gaten houdt en het goede pad op stuurt.

In dat kader lijken de personages bovenmatig bezig met de vraag of een ander van hen houdt. Ivan en Peter, Ivan en Margaret, Peter en Naomi, Peter en Sylvia: allemaal zeggen ze die grote woorden tegen elkaar en telkens lijken ze daarmee een eeuwigdurend contract te tekenen waarmee ze zichzelf voor eeuwig aan de ander verbinden – een allesomvattend concept dat geen ruimte laat voor nuance in iemands persoonlijkheid of voor een verandering van gedachten in de toekomst.

Net zo makkelijk wordt gesproken over haat. Sylvia beweert dat Peter haar haat omdat zij hem van zijn levensgeluk heeft beroofd. Ivan zegt Peter te haten omdat hij zich altijd door hem gekleineerd heeft gevoeld. Zulke uitspraken laten weinig ruimte voor de nuance die het allergrootste deel van onze menselijke gevoelens kenmerkt: de mogelijkheid iemand tegelijkertijd te waarderen en tegelijkertijd te willen ondermijnen, te willen liefhebben en pijn te willen doen. Niet voor niets wil Ivan een groot deel van de roman niet met Peter praten, omdat die tijdens een gezamenlijke lunch Margaret beledigd heeft: het is alles of niets. Het gedrag van Ivan wordt veelzeggend genoeg nergens in de roman bevraagd.

Verborgen leed

Door die schematische aanpak vervalt Rooney geregeld in holle algemeenheden: ‘Het lukt niet altijd, maar ik doe mijn best’, ‘We zien wel hoever we komen’, ‘Gewoon door blijven leven’. Hierin schemert ook door dat in het plot van Intermezzo verrassend weinig op het spel staat. Ivan en Margaret hebben meerdere discussies over het leeftijdsverschil dat tussen hen in zou staan, maar in feite zijn ze beiden gelukkig met hun relatie en zien ze weinig reden om zich door de mogelijke oordelen van anderen uit het veld te laten slaan. Peter vindt dat hij moet kiezen tussen Sylvia en Naomi, maar beide vrouwen geven aan prima te kunnen leven met het bestaan van de ander in hun leven. Daarmee brengt Rooney nuance aan in het klassieke plot van de onbereikbare liefde, maar slaat ze zichzelf ook de wapens voor een spannend verhaal uit handen.

Toch laat Intermezzo de lezer niet helemaal onvervuld achter. Uiteindelijk weet Rooney opnieuw haar gebruikelijke punt te maken: dat veel mensen hun leed continu voor de buitenwereld verborgen houden, misschien nog wel het meest voor de mensen die het dichtst bij hen staan. Die geheimen drijven mensen vaak uit elkaar, terwijl opheldering juist kan zorgen voor verbinding. Bovendien kun je je afvragen of Peter en Ivan uiteindelijk niet vooral worden gedreven door de verse rouw om hun vader, die van hen afstandelijke en rancuneuze wezens maakt. De vraag is of Rooney dat punt ook had kunnen maken in een versie van dit verhaal met minder oeverloze gedachtespinsels, expliciete dialogen en uitersten van gevoelens. Dat had ongetwijfeld een genuanceerdere roman opgeleverd, met meer ruimte voor diepgang en reflectie.

 

Een recensie door Anne Louïse van den Dool over Intermezzo van Sally Rooney (vert. Gerda Baardman & Jan de Nijs).

Ambo | Anthos, Amsterdam, 2024
Vertaald door: Gerda Baardman & Jan de Nijs
ISBN 9780571365470
432p.

Geplaatst op 19/01/2026

Tags: Millennial, millennialauteur, millennialliteratuur, millennialroman, rooney

Categorie: Proza, Recensies

Naar boven

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je reactie zal pas verschijnen na controle op spam. Dat kan een paar uren of dagen duren.